dinsdag 4 maart 2025

Maren Stoffels - Nog 27 dagen leven

De 27-club

‘Soms voelt het alsof iedereen wacht op mijn dood. Niemand zegt het, maar ik zie het in hun ogen. Zelfs mijn vriendinnen zitten braaf naast mijn bed en wachten. Maar de ochtend erna ben ik er nog steeds. Ik ga niet dood. Nog niet tenminste. (…)

Aan het einde van dit verhaal ga ik dood. Je kunt er rustig op wachten, net als alle anderen. Misschien skip je een paar bladzijdes omdat je denkt: is ze er nou nog stééds? Is het nog stééds niet afgelopen? Maar aan het einde ga ik écht dood. Dat beloof ik.’ (p. 5)


Lissa ligt op sterven. De artsen hebben haar opgegeven. De kanker zit overal. De angst is groot dat er met een volgende hoestbui een nieuwe longbloeding ontstaat en dat ze stikt. Daarom heeft ze gekozen voor euthanasie. Zevenentwintig dagen na de eerste bloeding wil ze overlijden. Zo hoort ze een beetje bij de ‘27 club’, het illuster gezelschap van muzikanten en andersoortige beroemdheden die overleden op 27-jarige leeftijd. Mensen als Jimi Hendrix, Janis Joplin, Amy Winehouse en Jim Morrison.

Lissa slijt haar laatste dagen in haar slaapkamer waar ze vanuit haar bed door het venster een perfect uitzicht heeft op de straat en de huizen aan de overkant. Ze hoort alle geluiden en ze houdt van de constante stroom mensen die onder haar raam passeren. Amsterdam op zijn best.

Lissa heeft bedacht dat ze nog iets groots wil doen. Iets van betekenis. Ze zag ooit een filmpje waarbij een ruilhandel met als inzet een muntje na verloop van tijd resulteerde in het verkrijgen van een villa. Ze is vast van plan op eenzelfde manier haar oudere broer Mio te helpen aan een peperdure scooter. Die heeft hij nodig voor de toestemming van de overbuurman die het zijn dochter verbood Mio te vergezellen naar het aanstaande schoolfeest.

Lissa krijgt hulp van een toevallige voorbijganger, de schuchtere Ellen, die vanwege een wijnvlek in het gelaat worstelt met een minderwaardigheidscomplex. Tussen de meiden ontstaat, beide getekend door het leven, een warme vriendschap.


Maren Stoffels (Amsterdam, 1988) in een nawoord over Nog 27 dagen leven:

‘Mijn beste vriendin Laura overleed een paar jaar geleden. In die zomer kreeg ze longbloedingen als gevolg van kanker. Halsoverkop brak ik mijn vakantie af om bij haar te kunnen zijn. Na die eerste longbloeding leefde Laura nog zevenentwintig dagen.

Ik heb mijn hoofdpersoon in dit boek precies dezelfde zevenentwintig dagen gegeven. Maar dat niet alleen: ik schrééf dit boek ook in zevenentwintig dagen. Ik wilde die tijd herbeleven, deels door de ogen van Laura. Ik voelde de druk van de deadline. Ik heb ervaren hoe het is als je nog maar zo weinig tijd hebt. Ik probeerde elke vrije minuut te schrijven, want ik wilde dat mijn hoofdpersoon nog zoveel mogelijk uit haar leven kon halen.’ (p. 257)

 

Maren Stoffels debuteerde als zeventienjarige in 2005 met Dreadlocks & Lippenstift (Leopold) waarmee ze in hetzelfde jaar zowel de Prijs van de Jonge Jury als de Debuutprijs won. Ze gold toen al als een veelbelovend talent. In 2009 werd zij in Elsevier opgenomen in de lijst van ‘Vijftig grootste beloften voor de toekomst’. Sindsdien zijn er vele boeken van haar verschenen.

Wat mij betreft, is Nog 27 dagen leven het beste wat ze tot nog toe schreef. Een prestatie van formaat, gelet ook op de korte tijdspanne waarin het tot stand kwam. Zonder valse emoties, ingetogen en met heel veel gevoel geeft de schrijfster een diepgravend, goed uitgewerkt psychologisch portret van de hoofdpersonen Lissa en Ellen. Stilistisch mooi en zorgvuldig, inhoudelijk gevoelig en ontroerend. De emoties en onzekerheden van de verhaalfiguren zijn authentiek neergezet. Wat ik met name knap vind, is dat Stoffels erin slaagt het verhaal ondanks de emotionele en dramatische lading nergens onnodig zwaar te maken. Een van de betere jeugdboeken die ik de laatste tijd las en een absolute aanrader voor lezers van dertien jaar en ouder.  


Update 23-09-2025

Zondag 21 september won Maren Stoffels de prijs van Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek (CPNB): 'het Beste Boek voor Jongeren'. Nog 27 dagen leven werd gekozen uit vijf genomineerde boeken voor de categorie Oorspronkelijk Nederlandstalig.

'Het Beste Boek voor Jongeren' is een literaire prijs die boeken bekroont van hoge kwaliteit en die goed aansluiten bij de belevingswereld van jongeren. 


Stoffels, M. (2024) Nog 27 dagen leven. Amsterdam: Uitgeverij Leopold. Isbn 978 90 258 8797 1 € 21,99, 258 blz.

Adam Silvera - Op het einde gaan ze allebei dood

Death Cast

Best of YA, onderdeel van Uitgeverij Unieboek | Het Spectrum, bracht in de zomer van 2024 de bestseller Op het einde gaan ze allebei dood opnieuw uit van Adam Silvera, voormalig kinderboekverkoper en boekrecensent van kinder- en jeugdromans. Clavis en Rainbow deden het eerder in achtereenvolgens 2018 en 2022.

Het is het onvergetelijke verhaal over twee jongeren, die op 5 september, iets na middernacht, worden gebeld door Death Cast. Deze organisatie is in staat de dood van mensen te voorspellen. Ben je een Dekker, dat wil zeggen aangesloten bij Death Cast, dan word je op de dag van overlijden 24 uur van tevoren geïnformeerd.

Via Last Friend, een app voor eenzame Dekkers en voor goeie zielen die Dekkers in hun laatste uren gezelschap willen houden, komen Mateo en Rufus met elkaar in contact. Ze besluiten de laatste dag van hun leven samen door te brengen in New York. Ze willen nog één groot avontuur beleven, een allerlaatste kans alles uit het leven te halen. ‘Maar maak je geen illusies’, vermeldt de tekst op de achterzijde van het omslag, ‘op het einde gaan ze allebei dood.’ Tja, dan heb je geen aanmoediging nodig, dan wil je wel lezen. Het boek bracht destijds een schokgolf teweeg op BookTok en veroverde wereldwijd de harten van lezers.

De heruitgave van Best of YA is voorzien van het Amerikaanse omslag en vormde de opmaat naar de uitgave van het tweede deel, De eerste die op het einde doodgaat. In deze prequel neemt Silvera de lezer mee naar de tijd die voorafging aan Op het einde gaan ze allebei dood. Wederom een verslavend verhaal dat aangenaam wegleest.

Het derde deel (De overlever wil aan het einde dood) verschijnt dit voorjaar gelijktijdig met de Engelse editie en daarmee is de trilogie voltooid van een opmerkelijke geschiedenis over het vieren van het leven en de liefde.


Silvera, A. (2024) Op het einde gaan ze allebei dood. Oorspronkelijke titel: They Both die at the End. Amsterdam: Van Goor. Uitgeverij Unieboek | Het Spectrum. Isbn 978 90 003 9356 5 € 12,50 341 blz.

Silvera, A. (2024) De eerste die op het einde doodgaat. Oorspronkelijke titel:  The First to die at the End. Amsterdam: Van Goor. Uitgeverij Unieboek | Het Spectrum. Isbn 978 90 003 9362 6 € 21,99 428 blz.

Silvera, A. (2025) De overlever wil aan het einde dood. Oorspronkelijke titel: The Survivor Wants to Die at the End. Amsterdam: Van Goor. Uitgeverij Unieboek | Het Spectrum. Isbn 978 90 004 0039 3 € 27,99 784 blz.

Daniëlle Bakhuis - De schreeuw van Westerdam

Morgen ben je dood

‘De lucht is blauw
Rozen zijn rood
Wij huilen om jou
want morgen ben je dood
Rust zacht, Stink-Nancy.

Geboren op de vuilnisbelt
Gestorven op 31 december 1999’

Aldus de weinig opbeurende tekst op een rouwkaart, zoals Nancy die op oudejaarsavond 1999 in het fictieve dorpje Westerdam ontvangt. Volgens de schrijver zal ze de millenniumwisseling niet meemaken. Haar beste vriend Justin is ervan overtuigd dat de kaart van een stel rotmeiden uit hun klas komt. Of is er iemand anders die wil weten dat Nancy’s laatste uur heeft geslagen?

Vakkundig werkt schrijfster Danielle Bakhuis in het bloedstollende De schreeuw van Westerdam toe naar een verrassend, onverwacht einde. Haar taalgebruik is beeldend, krachtig en voor grote groepen lezers toegankelijk. Muziek speelt een voorname rol in het boek en een aardige vondst is dat achterin een QR-code staat afgedrukt waarmee de lezer direct toegang krijgt tot de playlist van De schreeuw van Westerdam op Spotify.

Alles bij elkaar is dit compacte verhaal van 123 bladzijden bijzonder geschikt voor de onderbouw, vooral ook voor leerlingen die gewoonlijk wat lastiger zijn te motiveren tot het lezen van een boek.


Griezelverhalen zijn van alle tijden, spreken veel jongeren aan. Schrijfster Daniëlle Bakhuis heeft een duidelijke verklaring voor de populariteit van dit genre. In een slotwoord in De schreeuw van Westerdam schrijft ze het volgende:

‘Wanneer het ruk gaat met de wereld (oorlogen, klimaatveranderingen, bestaansonzekerheid) zoeken mensen graag hun toevlucht in horror. Bang zijn voor een horrorclown of de Witte Wieven is heel wat lekkerder dan bang zijn voor een Derde Wereldoorlog. En dat is waarom ik ook altijd van horror houd. Het is de veilige rit in een achtbaan, een spooktocht met een suikerspin toe.’ (p. 121)

Danielle Bakhuis (Westerhaar, 1982), studeerde journalistiek in Zwolle en werkte als redacteur voor onder meer de tijdschriften CosmoGirl!, Viva en Cosmopolitan. Ze schreef de griezelverhalen Clownsnacht, Het huis zonder einde en De Bloedzomer van 1997, alle verschenen bij Van Goor in achtereenvolgens 2019, 2020 en 2022. De schreeuw van Westerdam is haar vierde jeugdhorrorboek voor lezers van 13 jaar en ouder. Voor wie de andere verhalen niet las, is er geen nood aan de man. Deze griezelgeschiedenis laat zich, ondanks meerdere verwijzingen naar de voorgaande delen, prima zelfstandig lezen.


Bakhuis, D. (2024) De schreeuw van Westerdam. Amsterdam: Van Goor. Isbn 978 90 003 9588 0 € 15,99, 128 blz.

Erik Jan Tillema - Bloedmaïs

Hoe overleef je in een dorp met afschuwelijke geheimen?

Voor de meer ervaren lezers is Bloedmais van Erik Jan Tillema een aanrader. Tillema (1983), van huis uit godsdienstwetenschapper, verwierf bekendheid met spannende boeken waarin hij de verbinding zoekt tussen eeuwenoude verhalen (mythen en legenden) en het heden. Zijn young adult-debuut, het bloedstollende Het huis in de polder (Clavis, 2022), groeide uit tot een reeks van vier delen. Het verhaal IQ (Clavis, 2023) was Leestip van het Jonge Jury Boekgenootschap 2024.

Net als Futuria van Suzanne Wouda start Bloedmais met een huiveringwekkende proloog die je onmiddellijk het verhaal intrekt. Hoofdpersonen in deze sinistere horrorgeschiedenis zijn broer en zus James en Daisy die met hun alternatieve ouders het stadse leven verruilen voor het bestaan in een klein dorp, het in de ogen van de kinderen nietszeggende maisdorp Nederkarspel. Daar moeten ze makkelijker in contact komen met de natuur en de vier jaargetijden, omdat dit beter zou zijn voor hun gestel. Eenmaal aangekomen in de nogal conservatief ingestelde buurtschap waar de griezelig hoge maisplanten een eigen leven lijken te leiden, ervaren de nieuwkomers dat ze niet zomaar worden geaccepteerd. De dorpelingen, aangespoord door de dominante familie Flintboer, stellen zich behoorlijk onverdraagzaam op. Het duurt niet lang of Daisy en James beseffen dat de zo op het oog onbeduidende gemeenschap waar hun ouders tot rust dachten te komen minder saai is dan ze hadden verwacht. Integendeel: Het wordt een strijd op leven en dood!

Bloedmais is een beklemmende thriller, niet bedoeld voor tere zieltjes. Een fascinerend verhaal dat met zijn 518 pagina’s borg staat voor flink wat fijne leesuurtjes.


Tillema, E. (2024) Bloedmais. Hasselt – Amsterdam – New York: Clavis Uitgeverij. Isbn 978 90 448 5330 8 € 26,95 518 blz.

Suzanne Wouda - Futuria

Een gruwelijk experiment


‘Libby kijkt de vrouw onderzoekend aan, want dat laatste adem uitblazen laat vast niet lang meer op zich wachten. 
Attentie: om middernacht zal madame de Bettancour haar laatste adem uitblazen. Komt dat zien, komt dat zien! Kaartjes voor de eerste rang zijn nu verkrijgbaar. Ook zijn er extra voordelige staanplaatsen. Wees er snel bij, want op is op en dood is dood.’ (p. 89)

Dit citaat komt uit Futuria, een fantasievolle griezelvertelling van Suzanne Wouda. Het is een knap geconstrueerde geschiedenis die je vanaf de eerste bladzijde bij de strot grijpt.

In een nieuwsgierig makende proloog lezen we hoe Johannes, een jutter, in 1887 het strand bezaaid aantreft met brokstukken en de stoffelijke resten van opvarenden van de vergane Katharina. Niet veel later bevalt zijn vrouw van een tweeling, een jongen en een meisje. Vervolgens maakt Wouda een tijdsprong van vijftien jaar en maken we kennis met Kraai, een van de hoofdpersonen in het verhaal. Hij en Achilles zijn gezworen vijanden. Maar als hun bendes plotseling worden opgepakt en afgevoerd door mannen in het zwart, moeten ze wel samenwerken om hun kameraden te redden. Die zijn naar het eiland Futuria gebracht, waar behalve een chic pretpark ook een oude gevangenis is en een groot huis. In dat huis woont Libby. Haar vader is dokter Gold, wetenschapper en eigenaar van Futuria.

Op de avond voor Halloween nodigt Gold de rijksten van de stad uit voor een bezoek aan de oude gevangenis. Daar heeft hij een geheim laboratorium en een griezelige carrousel laten bouwen. Libby ontdekt dat haar vader met een bijzonder, maar gruwelijk experiment bezig is. En dat zij een kant moet kiezen. Die van haar vader, of die van Kraai en Achilles … . 

Door de bijzondere sfeer zullen lezers niet snel afhaken. Er gebeurt veel en dit onderhoudende boek is dan ook heel geschikt voor jongeren die houden van spannende verhalen.

 

Suzanne Wouda (Kaatsheuvel, 1974) is een getalenteerd schrijfster die een voorkeur heeft voor het schrijven van historische en pakkende verhalen. Ze schrijft voor jongeren en volwassenen. Voor haar jeugdboek Sabel ontving ze in 2018 de Zilveren Griffel.


Wouda, S. (2024) Futuria. Amsterdam: Uitgeverij Leopold. Isbn 978 90 216 8577 9 € 18,99, 280 blz.

vrijdag 29 november 2024

Carry Slee - Afblijven – het stripboek

In 2022 verscheen er een stripboek van Spijt!, de klassieker van Cary Slee. Slee (Amsterdam, 1949) is een van de meest bekende jeugdboekenschrijvers van ons land. Ze won liefst tien keer de Prijs van de Nederlandse Kinderjury en vijf maal de Prijs van de Jonge Jury. Van haar boeken zijn meer dan vijf miljoen exemplaren verkocht.

Inmiddels is ook een andere bestseller van Slee verstript: Afblijven!

Melissa springt een gat in de lucht als ze mee mag dansen in een videoclip. Jordi, Melissa’s vriend, is ook razend enthousiast. Het is haar kans op een doorbraak in de danswereld. Al snel blijkt dat het niet goed gaat met Melissa. Om haar onzekerheid te verbergen en beter te kunnen dansen, gebruikt ze drugs. Dat loopt steeds meer uit de hand. Jordi voelt zich machteloos. Wat kan hij doen om Melissa te helpen?

Het scenario en de tekeningen zijn net als bij de stripversie van Spijt! weer van de hand van respectievelijk Ahman Resh en Ralf van der Hoeven.

Ook al volgt de strip het oorspronkelijke verhaal niet precies, de makers slagen er wel in de voornaamste verhaallijnen en de sfeer van deze klassieker over te brengen. De boodschap van Slee klinkt goed door: handen af van verdovende middelen, blijf gewoon jezelf!

Een aanrader voor jongeren die minder op hebben met lezen.


Slee, C. (2024) Afblijven – Het stripboek. Scenario Ahmad Resh, tekeningen Ralf van der Hoeven. Amsterdam: Carry Slee. Carry Slee is een imprint van Overamstel Uitgevers bv. Isbn 978 90 488 7178 0 € 9,99 48 blz.

Paul van Loon - Danse Macabre

Paul van Loon (Geleen, 1955) timmert al tientallen jaren aan de weg met zijn werk. Vampier in de school, De griezelbus, Dolfje Weerwolfje …, het zijn zomaar wat titels van boeken die gekerfd staan in ons collectieve geheugen. Meerdere generaties jonge lezers groeiden op met de griezelverhalen van Van Loon die zelf liever spreekt van grumor: griezelen met humor. In 2011 verscheen van Paul van Loon Raveleijn, een verhaal dat hij schreef in opdracht van attractiepark De Efteling. Het verhaal – verfilmd voor televisie - stond aan de basis van de Efteling-parkshow Raveleijn en het kreeg in 2017 en in 2023 tweemaal een vervolg met achtereenvolgens De bende van de Witte Veer en Het Bloed van de Laatste Draak.

Aangemoedigd door het succes van Raveleijn besloot De Efteling de samenwerking met Van Loon opnieuw aan te gaan. Op de locatie waar ooit het Spookslot stond, vindt de bezoeker nu Danse Macabre en dat is tevens de titel van het nieuwste verhaal van Paul van Loon: Danse Macabre – Het begin.

De schrijver voert ons mee terug in de tijd naar het jaar 1876, om precies te zijn 13 oktober. We maken kennis met Florian en Isabella die van hun pleegvader Damian Sauvage, violist in het orkest van Joseph Charlatan, een stevige waarschuwing krijgen in geen geval naar de naburige abdij in het Huyverwoud te gaan. Daar zouden immers geheimzinnige dingen gebeuren, een plek waar het kwaad sluimert en het onheil rondsluipt. Nieuwsgierig geworden slaan de kinderen de waarschuwing in de wind. Op de avond dat het orkest de Danse Macabre speelt in het bijzijn van de maker, de Franse componist Camille Saint-Saëns, zien Florian en Isabella, verscholen achter de koorbanken, hoe een zwarte schaduw over de muzikanten trekt en de abdij begint in te storten. De brokstukken vallen om hen heen, terwijl het gehele orkest wordt opgeslokt door ‘Het Onnoembare’, het Kwaad. De kinderen weten op het nippertje te ontsnappen. Het is de start van een avontuur vol angst.

Danse Macabre - Het begin is een toegankelijk verhaal, buitengewoon geschikt voor de jongere en minder ervaren lezers in de brugklas. Het boek is verkrijgbaar in een gebonden luxe editie met folie, fullcolour illustraties en kleur op snee.


Loon, P. van (2024) Danse Macabre – Het begin. Amsterdam: Uitgeverij Leopold/Efteling. Isbn 978 90 258 8800 8 € 23,99, 288 blz.