Posts tonen met het label dood. Alle posts tonen
Posts tonen met het label dood. Alle posts tonen

maandag 18 mei 2026

Jason Reynolds - Sunny

Loslaten voor een nieuwe start

Sunny is een nieuw verhaal in de zogeheten Track-serie van de Amerikaan Jason Reynolds. Eerder verschenen Ghost en Patina.

Ghost, Patina, Sunny en Lu maken deel uit van hetzelfde hardloopteam. Het zijn talentvolle, jonge  atleten die met hun team de Olympische Jeugdspelen kunnen behalen. Hun coach is zeer gedreven en hij wil evenals Sunny’s vader het liefst dat Sunny wint. Maar Sunny heeft er geen plezier meer in. Hij draagt een geheim bij zich dat hem langzaam opvreet. Het heeft te maken met zijn moeder die stierf tijdens zijn geboorte. Sunny voelt zichzelf een moordenaar.

‘Vruchtwaterembolie’. (…) Als je het in baringstaal vertaalt betekent het: ‘de dood van mijn moeder’. Het betekent dat haar bloed vergiftigd werd. Waardoor haar hart stopte. Waardoor ik als kind de hele tijd om haar gilde en een hartslag zocht.’ (p. 15)

Sunny’s vader Darryl — stil, streng, emotioneel gesloten — gaf zijn zoon nooit expliciet de schuld. Maar zo werkt het niet in Sunny’s hoofd. Darryl blijft benadrukken dat Sunny zijn moeders droom moet waarmaken, te weten het winnen van een marathon.

‘Alsof het gemis van een moeder gewist kan worden met een medaille.’ (p.16)

En zo voelt het lopen voor Sunny niet als een bevrijding, maar eerder als een soort van boetedoening: een manier om iets goed te maken.

Op een dag stopt Sunny midden in een wedstrijd. Hij is er klaar mee. Het liefst wil hij dansen. Zijn coach reageert niet boos, eerder nieuwsgierig en hij brengt  Sunny op het idee om te gaan discuswerpen. Een discipline die draait om draaien, ritme en flow. Het is precies wat Sunny zoekt.

Sunny’s nieuwe rol in het team werkt bevrijdend. Langzaam maar zeker lukt het hem om meer afstand te nemen van zijn schuldgevoel over de dood van zijn moeder en er ontstaat ruimte voor echte gesprekken met zijn vader.

 

Het boek is opgebouwd uit dagboekfragmenten. Reynolds slaagt er buitengewoon in de innerlijke strijd van de ik-figuur te verwoorden. Diens zoektocht naar een manier om zichzelf te zijn, wordt door hem knap beschreven. Met al zijn emoties is Sunny Lancaster een innemende jongen die je als lezer al snel in je hart sluit. Een verhaal ook dat voldoende ruimte biedt om je te identificeren met de hoofdpersoon.


Jason Reynolds (1983) won meerdere prijzen voor zijn werk, waaronder de Carnegie Medal – de Gouden Griffel van de Verenigde Staten. Reynolds las voor het eerst een boek toen hij zeventien was. Hij kwam maar weinig verhalen tegen waarin hij zichzelf herkende. Met zijn boeken wil hij daar verandering in brengen.


Zeer de moeite waard voor lezers in de eerste twee leerjaren van het voortgezet onderwijs.


Reynolds, J. (2026). Sunny. Rotterdam: Uitgeverij Condor. Vertaald door Maria Postema. Isbn 978 94 933 56876 0 € 16,99, 157 blz.

Kim Bekkers - Hongertocht

Kind-zijn in oorlog

‘Ik trap zo hard als ik kan en ga met een noodvaart op de brug af. (…)De Duitse soldaat buldert een waarschuwing. Ik negeer hem. (…) Het geluid van een geweer dat wordt geladen echoot over de brug.’ (p. 84)

Het is 1944 en Nederland wordt bezet door het Duitse leger. In dit vierde oorlogsjaar hebben de bewoners van Rotterdam het heel zwaar. Aan alles is een gebrek. Brandstof, medicijnen, voedsel ... De mannen zijn verdwenen. Ondergedoken, in het leger of te werk gesteld. Hun familieleden proberen te overleven. Het is half december en het is ijzig koud.

Tonnie (14) besluit dat het zo niet langer kan. Zij is de enige uit het gezin die op hongertocht kan gaan. Een gevaarlijke fietstocht naar het platteland om eten te vinden voor haar familie. Helemaal alleen gaat ze op weg in een ijskoude wereld waarin ze niemand kan vertrouwen. Op haar fiets zonder banden.

Aanvankelijk wordt ze vergezeld door haar oudere nicht Didi, maar die haakt af zodra blijkt dat de tocht heel gevaarlijk is.

We volgen Tonnie gedurende haar eenzame reis over het platteland waar ze mensen ontmoet die haar lang niet allemaal vriendelijk gezind zijn. Maar er zijn er ook die haar helpen aan eten en een slaapplaats. Onbedoeld helpt ze mannen van het verzet die schuilen in een boerderij waar Tonnie de nacht doorbrengt in een stal tussen de koeien en kippen.

De tocht om eten te vinden voor haar familie valt Tonnie zwaar. Ze heeft zich voorgenomen voor Kerst weer thuis te zijn. Hongerig, bang en uitgeput ploetert ze voort, gedreven door de gedachten aan de mensen die haar dierbaar zijn.


Hongertocht is gebaseerd op de herinneringen van de grootmoeder van de schrijfster van het verhaal, Kim Bekkers. Haar oma maakte destijds als kind alle bombardementen van dichtbij mee en leed tijdens de zogeheten hongerwinter van ‘44/’45 intense honger. Dat dreef haar zoals zovele Nederlanders tot het eten van tulpenbollen, het bedelen om aardappelschillen en het maken van meerdere hongertochten. De gaten vulde ze naar eer en geweten in, rekening houdende met het karakter van haar oma Tonnie en de tijd waarin zij opgroeide.

 

En zo werd Hongertocht een prachtig document dat op een indringende manier de mentale veerkracht toont van een jong meisje in oorlogstijd. Geen heroïsch avontuur, maar een bittere strijd om te overleven. De schrijfster laat zien hoe jonge mensen in een oorlogssituatie buitengewone moed kunnen tonen, maar wel ten koste van hun kindertijd. Een verantwoordelijkheid vele malen te groot voor een veertienjarige.

 

Hongertocht is het debuut van Kim Bekkers (1990) en zet lezers aan het denken, maakt het leed van gewone mensen in oorlogstijd tastbaar. Het is wrang dat de historische gebeurtenissen met alle gewapende conflicten vandaag de dag weer uiterst actueel zijn. Het doet je beseffen dat onze vrijheid niet vanzelfsprekend is.

 

Een hartverscheurend, realistisch verhaal dat indruk maakt en de lezer (twaalf jaar en ouder) niet onberoerd laat.


Bekkers, K. (2026). Hongertocht. Amsterdam: Uitgeverij Leopold. Isbn 978 90 258 8955 5 € 16,99, 103 blz.

zondag 26 april 2026

Aline Sax - Wat ons nog rest

Aline Sax (Antwerpen, 1984) schreef drie jaar geleden Wat ons nog rest, een moreel gelaagde jeugdroman over de Tweede Wereldoorlog.

De schrijfster won met het boek in 2025 de Boon literatuurprijs, een belangrijke Vlaamse prijs voor de beste Nederlandstalige boeken. Ik citeer uit het juryrapport:

‘Aline Sax geeft een indringende impressie van Berlijn in de schemering van de Tweede Wereldoorlog, bekeken vanuit het perspectief van de verliezers: dat hebben we in de jeugdliteratuur nog niet vaak gezien. En geschreven in free verse bovendien: ook dat is vrij uniek in de Nederlandstalige jeugdliteratuur. Een roman waarin wreedheid niet uit de weg wordt gegaan, maar waarin veerkracht en een authentieke stem de boventoon voeren.’

Sax situeerde haar verhaal in Berlijn, april 1945. Alle hoop lijkt verloren. De Russen staan op het punt om de Duitse hoofdstad binnen te vallen. In de ruïnes van de stad probeert Henrike, een zeventienjarig meisje, te overleven, samen met haar moeder, haar jongere broer en de buren die zich met hen in de kelder verschanst hebben. De gevechten komen elke dag dichterbij. Tot het front over hun wijk rolt. De straten kleuren rood en de Russen worden heer en meester. Ze pakken de bezittingen van de burgers af en vergrijpen  zich aan de vrouwen. Ook Henrike wordt slachtoffer van een groepsverkrachting.


Sax’ poëtisch taalgebruik heeft een grote zeggingskracht waarbij de schrijfster de kunst van het weglaten verstaat. Het zijn vooral de dingen die niet gezegd worden, die komen keihard binnen.

De hoofdpersoon vertelt over alle ellende, maar maakt de lezer boven alles bewust van haar eigen ongerustheid, haar radeloosheid en de tergende onzekerheid over alles wat nog komen gaat. Vluchten is zinloos.


Ik heb niet gedroomd

En dat is een zeldzaam geluk.

Droomloos slapen,

Zonder schreeuwend

De anderen te wekken.

Uit de gedroomde nachtmerrie,

De echte in. (p. 22)


De uitgever besloot tot een heruitgave van deze tragische geschiedenis, een luxe editie met kleur op snee, soft touch afwerking, spotvernis, een leeslintje, een katern met foto’s en een interview met de auteur. Voor wie het boek nog niet kent, is deze vernieuwde uitgave een uitgelezen kans om alsnog kennis te maken met deze beklemmende ode aan de kracht en de moed van vrouwen gedurende de allesverwoestende laatste dagen van de Tweede Wereldoorlog.

Aline Sax studeerde geschiedenis en heeft een fascinatie voor het verleden. Ze hoopt dat Wat ons nog rest een oproep mag zijn om te blijven ijveren voor een wereld waarin geen plaats meer is voor oorlog.

Wat mij betreft een absolute aanrader voor geoefende lezers vanaf leerjaar drie.


Sax, A. (2026) Wat ons nog rest. Antwerpen: Salto/Standaard Uitgeverij nv. Luxe editie Isbn 978 90 022 8722 0 € 19,99. Gewone editie 978 90 022 786 17€ 16,99, 264 blz.

maandag 30 maart 2026

Lauren DeStefano - Chemical Garden: Wither

In 2011 verscheen het eerste deel van de alom bejubelde Chemical Garden-trilogie van de Amerikaanse Lauren DeStefano (1984). Verwelken (Van Holkema & Warendorf) bleek in ons land een doorslaand succes en ook de overige twee delen (Vrees en Verbreken, 2012 - 2013) werden met 25.000 exemplaren in Nederland en Vlaanderen verbluffend goed verkocht.

Nu, vijftien jaar later, besloot Uitgeverij Unieboek|Het Spectrum bv tot een heruitgave van deze uitstekend geschreven dystopische serie voor lezers van vijftien jaar en ouder. Hierna een uitgebreide bespreking van het eerste boek: Wither.

Wat als je weet dat je bijna zult sterven?

Wither speelt zich af in de toekomst. De wereld is als gevolg van een allesverwoestende Derde Wereldoorlog ingrijpend veranderd. De continenten bestaan niet meer, zijn verzonken in de oceanen. Alleen Noord-Amerika heeft zich staande gehouden. Een hoog ontwikkelde technologische beschaving maakte het mogelijk dat de bevolking immuun werd voor kanker en andere ziektes. De wetenschap perfectioneerde de voortplanting en bracht een generatie sterke kinderen voort, bijna onsterfelijk.

Wat niemand echter had voorzien, was dat deze robuuste generatie niet in staat bleek haar goede genen door te geven aan het nageslacht. Terwijl de eerste generatie floreerde, ging er iets heel erg mis met hun kinderen en de kinderen van hún kinderen. Die worden gezond geboren, maar blijken een zeer beperkte houdbaarheid te hebben. De levensduur voor mannen stopt bij 25 en voor vrouwen al bij 20 jaar!

Sindsdien is de eerste, gezonde generatie koortsachtig bezig een medicijn te ontwikkelen dat het dodelijk virus kan onderdrukken. Geen middel wordt geschuwd. In opdracht van rijke families verdienen Verzamelaars hun geld met het oppakken van potentiële bruiden die verkocht worden om nieuwe kinderen te baren. Deze kinderen belanden net als hun jong overleden moeders op snijtafels in de hoop een antiserum te vinden.

Rhine Ellery, de zestienjarige hoofdpersoon, reageert op een advertentie waarin jonge vrouwen voor veel geld worden overgehaald beenmerg af te staan ten behoeve van medisch onderzoek. Het blijkt een valstrik. Samen met nog vijftien vrouwen wordt Rhine gekidnapt en opgesloten in een vrachtwagen. Drie van hen worden uitgekozen. Ook Rhine is daarbij. Haar bijzondere ogen (het linker blauw en het rechter bruin) vallen blijkbaar bij de ontvoerders in de smaak. De overige vrouwen worden teruggedreven in de vrachtwagen en dertien geweerschoten laten geen enkele twijfel bestaan over hun lot.

Rhine en haar lotgenoten Jenna en Cecily worden vervolgens gedrogeerd en in bewusteloze toestand overgebracht van het grootstedelijke Manhattan naar een idyllisch landgoed in Florida. Daar worden ze gedwongen te trouwen met de 21-jarige Huisheer Linden Ashby. Rhine heeft slechts één doel voor ogen. Ze is vast van plan te ontsnappen, ook al valt haar echtgenoot best mee en blijkt hij een zachte, gevoelige man. Maar Rhine vergeet niet dat ze onder dwang in deze ongewenste situatie is beland en ze verlangt hevig naar thuis en naar Rowan, haar tweelingbroer. Daar komt bij dat zich in de kelders van het grote landhuis praktijken afspelen die te gruwelijk zijn voor woorden, zaken waar de hardvochtige meester Vaughn, de vader van Linden, meer van weet.

 

Gevangen in het verhaal

Al direct in het eerste hoofdstuk raak je gevangen in het verhaal en kun je niet meer stoppen met lezen. Wither ademt een sfeer van avontuur, dreiging, maar ook romantiek en intimiteit. Boeiend zijn de fragmenten waarin de drie ‘zustervrouwen’, verschillend als ze zijn, nader tot elkaar groeien. Psychologisch zit het goed in elkaar en het geeft de geschiedenis de nodige diepgang.

Het perspectief ligt geheel bij Rhine. Met al haar emoties en onzekerheden maakt ze als hoofdpersoon een authentieke indruk. Een zelfbewuste, stevige en onafhankelijke vrouw met een scherp observatievermogen die verdraaid goed weet wat ze wil. De overige personages komen jammer genoeg minder uit de verf. Zo blijft de bediende Gabriel qua persoon en karakter nogal oppervlakkig en dat is jammer, want hier viel voor de auteur absoluut winst te behalen. En misschien was Linden als verhaalfiguur interessanter geworden wanneer De Stefano hem wat minder zachtaardig had geportretteerd. Het is per slot van rekening moeilijk te geloven dat hij zich voortdurend schikt in de afwijzingen van Rhine en haar na afloop van een vrij intiem nieuwjaarsfeest zelfs de ruimte geeft alleen naar haar kamer te gaan.

Dat alles neemt niet weg dat DeStefano zich in deze fantasyroman ontpopt tot een begaafd vertelster. Met krachtige pennenstreken schreef zij een duister, meeslepend relaas dat spannend blijft tot het einde en doet verlangen naar meer. Dat komt goed uit, want het vervolg, Fever, ligt evenals het derde deel Sever nu al in de winkel. De verhalen sluiten naadloos op elkaar aan en zijn subliem vormgegeven. Met hun surrealistisch omslag en de opvallend gekleurde sprayed edges zijn de boeken een absolute blikvanger.

Zonder enige twijfel verhalen met leesbevorderende elementen, geschreven voor een breed publiek en geschikt vanaf leerjaar drie.


DeStefano, L. (2025). Chemical Garden – Wither (1), Fever (2), Sever (3). Vertaald uit het Engels door Esther Ottens. Amsterdam: Imprint Van Goor, Unieboek|Het Spectrum bv. Isbn 978 90 004 0407 0, 978 90 004 0409 4, 978 90 004 0411 7 € 17,50 per deel, 352, 352, 368 blz.

woensdag 4 februari 2026

Mariska Overman - Duizend stukjes overal

Een olifant op je borst

Er zijn in de jeugdliteratuur talloze verhalen bekend met de dood als belangrijk onderwerp. Boeken waarin de hoofdpersoon worstelt met emotionele problemen als gevolg van het overlijden van een dierbare. Duizend stukjes overal, het nieuwste boek van Mariska Overman, is qua thematiek geen uitzondering. Maar de auteur koos wel voor een hele bijzondere invalshoek. Ze zet de technologie in van kunstmatige intelligentie om de hoofdpersoon, gevangen in haar emoties, te helpen ontsnappen uit een diep tranendal.

Er klautert een olifant op haar borst. Hij gaat zitten. BAM. Met zijn volle gewicht. Haar adem piept en kraakt en hapert. Ze mept De Olifant maar hij blijft lekker op zijn plek. Ze weet wel waarom. Hij wil de tranen, die ze al maanden in haar borstholte opspaart, omhoog persen. Zo – pats! – haar ogen uit. (p. 8-9)

Mijs is twaalf jaar oud en zit net op de middelbare school. Een jaar geleden is haar broer Joes overleden en sindsdien is niets meer hetzelfde. Ze stopt met dansen, is vaak boos en op school gaat iedereen haar uit de weg. Mijs’ ouders sturen haar naar een therapeut. Die komt met het idee van een rouwbot, samengesteld uit foto’s, filmpjes en informatie. Een AI-versie van Joes die het mogelijk maakt dat je via de computer levensecht met hem kunt praten. Een rouwbot die leert en steeds beter wordt, levensecht!

Mijs stemt met enige tegenzin in. Computer-Joes is misschien beter dan helemaal geen Joes. Ze noemt hem ‘nechte Joes’, nep en echt tegelijk.

De gesprekken met de digitale versie van Joes zijn vreemd en verwarrend tegelijk. Toegegeven, nechte Joes lijkt heel erg op haar broer. En ook al hapert het programma zo nu en dan en gebruikt het Mijs’ bijnaam ‘Minimijs’ op de verkeerde momenten, Mijs vindt toch wel enige troost in haar ontmoetingen met de rouwbot.

Bowie, de beste vriend van haar broer, vindt de AI-versie van Joes helemaal niks. Hij neemt Mijs mee naar de plekken waar hij met Joes vaak kwam. Dan ontdekt Mijs Bowies geheim. Een geheim dat hen nog dichter bij elkaar brengt.


Mariska Overman (1970), die zelf op jonge leeftijd een broer verloor bij een verkeersongeluk, heeft haar verhaal gesitueerd in het jaar 2028, een toekomst die dichtbij genoeg voelt om realistisch te zijn. Gelet op de huidige techniek rond kunstmatige intelligentie lijkt een rouwbot daarom geen gimmick, maar een serieus instrument om emoties te reguleren. Maar het is toch vooral de vriendschap met Bowie die er toe doet. Door hem beseft Mijs dat ieder rouwt op zijn eigen manier. En dat is prima. Wanneer haar computer vastloopt, raakt Mijs eerst in paniek Maar uiteindelijk weet ze het zeker. Ze gaat Joes niet opnieuw installeren.

Van Mariska Overman, van huis uit docent filosofie en levensbeschouwing, verscheen eerder bij Kluitman De zomer die alles was (2024). Voor dit boek ontving ze vorig jaar een zilveren griffel. Via de website van Uitgeverij Kluitman is een lesbrief te downloaden met opdrachten die passen bij Duizend stukjes overal en bij het thema ‘dood’.

 

Overman, M. (2025). Duizend stukjes overal. Alkmaar: Uitgeverij Kluitman Alkmaar B.V.. Isbn 978 90 206 2823 4 € 16,99, 188 blz.

woensdag 15 oktober 2025

Kevin Brooks - Bunkerdagboek

 

Ik snap niet dat ik erin ben getrapt.

Toen ik vanmorgen wakker werd, was het nog donker.

Zo gauw ik mijn ogen opendeed wist ik waar ik was.

Een rechthoekig, helemaal witgeschilderd betonnen gebouw met een laag plafond. Aan de grote gang liggen zes kleine kamers.

Er zijn geen deuren. Geen ramen.

Erin of eruit kan alleen met de lift.

Wat gaat hij met me doen?

Als ik het goed heb komt de lift over vijf minuten naar beneden.

Hij kwam ook.

Alleen was hij deze keer niet leeg.

Zes mensen zijn ontvoerd en worden opgesloten in een lege, ondergrondse bunker. Ze kennen elkaar niet en het is gissen naar de motieven van de onbekende ontvoerder, die hen voortdurend begluurt middels onbereikbare camera’s.

Het zijn de zestienjarige Linus Weems uit een gebroken, welgesteld gezin, vijf maanden eerder weggelopen van huis. Hij voelt zich niet gezien en begrepen door zijn alleenstaande vader en hij leeft sindsdien op straat.

Jenny, nog maar negen jaar oud.

Fred, een beer van een vent met een gewelddadige inslag en een drugsverleden.

Anja, een jonge vrouw achter in de twintig die handelt in vastgoed.

William Bird, een zakenman.

En tot slot Russell Lansing, natuurkundige, op leeftijd en ernstig ziek. Door een hersentumor kampt hij geregeld met uitvalverschijnselen.

De groep is volledig afhankelijk van de ontvoerder die geen middel schuwt zijn gevangenen te treiteren en ze te straffen voor ontsnappingspogingen.


Bunkerdagboek werd bekroond met de Carnegie Medal (2014). Het is een bloedstollend en uiterst beklemmend verhaal met een verre van wens vervullend einde dat nog lang nadreunt in je hoofd. De geschiedenis bestaat uit notities van de ik-persoon Linus in een kladblok waar hij niet alleen zijn dagen telt, maar ook al zijn angsten, frustraties en herinneringen aan zijn ouders vastlegt op papier.


Kevin Brooks (1959) kennen we vooral van zijn young adults. Hij ontpopte zich de afgelopen decennia tot een productief schrijver en zijn spannende, dikwijls sinistere verhalen worden door jongeren omarmd en door recensenten lovend ontvangen. Zijn boeken zitten psychologisch en verhaaltechnisch doordacht in elkaar, dagen de lezer uit en bieden stof tot nadenken. Dat verklaart waarom we titels als Martyn Big (2003) en Bunkerdagboek (2014) terugvinden op de leeslijsten van menig middelbare school.

De Nederlandse uitgever van het werk van deze Engelse auteur, De Harmonie in Amsterdam, voorzag Brooks meest bejubelde boeken van een eigentijds jasje. De hiervoor genoemde verhalen zijn nu samen met iBoy (2012) en Big Castro (2022) voor een aantrekkelijke prijs te verkrijgen. Besprekingen van al deze titels zijn terug te vinden in mijn blog. Tijd voor een (hernieuwde) kennismaking.

 

Brooks, K. (2025). Bunkerdagboek. Oorspronkelijke titel: The Bunker Diary. Vertaling uit het Engels door Jenny de Jonge. Amsterdam: Uitgeverij De Harmonie. Isbn 978 94 633 6239 9 € 20,00, 236 blz.

dinsdag 4 maart 2025

Maren Stoffels - Nog 27 dagen leven

De 27-club

‘Soms voelt het alsof iedereen wacht op mijn dood. Niemand zegt het, maar ik zie het in hun ogen. Zelfs mijn vriendinnen zitten braaf naast mijn bed en wachten. Maar de ochtend erna ben ik er nog steeds. Ik ga niet dood. Nog niet tenminste. (…)

Aan het einde van dit verhaal ga ik dood. Je kunt er rustig op wachten, net als alle anderen. Misschien skip je een paar bladzijdes omdat je denkt: is ze er nou nog stééds? Is het nog stééds niet afgelopen? Maar aan het einde ga ik écht dood. Dat beloof ik.’ (p. 5)


Lissa ligt op sterven. De artsen hebben haar opgegeven. De kanker zit overal. De angst is groot dat er met een volgende hoestbui een nieuwe longbloeding ontstaat en dat ze stikt. Daarom heeft ze gekozen voor euthanasie. Zevenentwintig dagen na de eerste bloeding wil ze overlijden. Zo hoort ze een beetje bij de ‘27 club’, het illuster gezelschap van muzikanten en andersoortige beroemdheden die overleden op 27-jarige leeftijd. Mensen als Jimi Hendrix, Janis Joplin, Amy Winehouse en Jim Morrison.

Lissa slijt haar laatste dagen in haar slaapkamer waar ze vanuit haar bed door het venster een perfect uitzicht heeft op de straat en de huizen aan de overkant. Ze hoort alle geluiden en ze houdt van de constante stroom mensen die onder haar raam passeren. Amsterdam op zijn best.

Lissa heeft bedacht dat ze nog iets groots wil doen. Iets van betekenis. Ze zag ooit een filmpje waarbij een ruilhandel met als inzet een muntje na verloop van tijd resulteerde in het verkrijgen van een villa. Ze is vast van plan op eenzelfde manier haar oudere broer Mio te helpen aan een peperdure scooter. Die heeft hij nodig voor de toestemming van de overbuurman die het zijn dochter verbood Mio te vergezellen naar het aanstaande schoolfeest.

Lissa krijgt hulp van een toevallige voorbijganger, de schuchtere Ellen, die vanwege een wijnvlek in het gelaat worstelt met een minderwaardigheidscomplex. Tussen de meiden ontstaat, beide getekend door het leven, een warme vriendschap.


Maren Stoffels (Amsterdam, 1988) in een nawoord over Nog 27 dagen leven:

‘Mijn beste vriendin Laura overleed een paar jaar geleden. In die zomer kreeg ze longbloedingen als gevolg van kanker. Halsoverkop brak ik mijn vakantie af om bij haar te kunnen zijn. Na die eerste longbloeding leefde Laura nog zevenentwintig dagen.

Ik heb mijn hoofdpersoon in dit boek precies dezelfde zevenentwintig dagen gegeven. Maar dat niet alleen: ik schrééf dit boek ook in zevenentwintig dagen. Ik wilde die tijd herbeleven, deels door de ogen van Laura. Ik voelde de druk van de deadline. Ik heb ervaren hoe het is als je nog maar zo weinig tijd hebt. Ik probeerde elke vrije minuut te schrijven, want ik wilde dat mijn hoofdpersoon nog zoveel mogelijk uit haar leven kon halen.’ (p. 257)

 

Maren Stoffels debuteerde als zeventienjarige in 2005 met Dreadlocks & Lippenstift (Leopold) waarmee ze in hetzelfde jaar zowel de Prijs van de Jonge Jury als de Debuutprijs won. Ze gold toen al als een veelbelovend talent. In 2009 werd zij in Elsevier opgenomen in de lijst van ‘Vijftig grootste beloften voor de toekomst’. Sindsdien zijn er vele boeken van haar verschenen.

Wat mij betreft, is Nog 27 dagen leven het beste wat ze tot nog toe schreef. Een prestatie van formaat, gelet ook op de korte tijdspanne waarin het tot stand kwam. Zonder valse emoties, ingetogen en met heel veel gevoel geeft de schrijfster een diepgravend, goed uitgewerkt psychologisch portret van de hoofdpersonen Lissa en Ellen. Stilistisch mooi en zorgvuldig, inhoudelijk gevoelig en ontroerend. De emoties en onzekerheden van de verhaalfiguren zijn authentiek neergezet. Wat ik met name knap vind, is dat Stoffels erin slaagt het verhaal ondanks de emotionele en dramatische lading nergens onnodig zwaar te maken. Een van de betere jeugdboeken die ik de laatste tijd las en een absolute aanrader voor lezers van dertien jaar en ouder.  


Update 23-09-2025

Zondag 21 september won Maren Stoffels de prijs van Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek (CPNB): 'het Beste Boek voor Jongeren'. Nog 27 dagen leven werd gekozen uit vijf genomineerde boeken voor de categorie Oorspronkelijk Nederlandstalig.

'Het Beste Boek voor Jongeren' is een literaire prijs die boeken bekroont van hoge kwaliteit en die goed aansluiten bij de belevingswereld van jongeren. 


Stoffels, M. (2024) Nog 27 dagen leven. Amsterdam: Uitgeverij Leopold. Isbn 978 90 258 8797 1 € 21,99, 258 blz.

Adam Silvera - Op het einde gaan ze allebei dood

Death Cast

Best of YA, onderdeel van Uitgeverij Unieboek | Het Spectrum, bracht in de zomer van 2024 de bestseller Op het einde gaan ze allebei dood opnieuw uit van Adam Silvera, voormalig kinderboekverkoper en boekrecensent van kinder- en jeugdromans. Clavis en Rainbow deden het eerder in achtereenvolgens 2018 en 2022.

Het is het onvergetelijke verhaal over twee jongeren, die op 5 september, iets na middernacht, worden gebeld door Death Cast. Deze organisatie is in staat de dood van mensen te voorspellen. Ben je een Dekker, dat wil zeggen aangesloten bij Death Cast, dan word je op de dag van overlijden 24 uur van tevoren geïnformeerd.

Via Last Friend, een app voor eenzame Dekkers en voor goeie zielen die Dekkers in hun laatste uren gezelschap willen houden, komen Mateo en Rufus met elkaar in contact. Ze besluiten de laatste dag van hun leven samen door te brengen in New York. Ze willen nog één groot avontuur beleven, een allerlaatste kans alles uit het leven te halen. ‘Maar maak je geen illusies’, vermeldt de tekst op de achterzijde van het omslag, ‘op het einde gaan ze allebei dood.’ Tja, dan heb je geen aanmoediging nodig, dan wil je wel lezen. Het boek bracht destijds een schokgolf teweeg op BookTok en veroverde wereldwijd de harten van lezers.

De heruitgave van Best of YA is voorzien van het Amerikaanse omslag en vormde de opmaat naar de uitgave van het tweede deel, De eerste die op het einde doodgaat. In deze prequel neemt Silvera de lezer mee naar de tijd die voorafging aan Op het einde gaan ze allebei dood. Wederom een verslavend verhaal dat aangenaam wegleest.

Het derde deel (De overlever wil aan het einde dood) verschijnt dit voorjaar gelijktijdig met de Engelse editie en daarmee is de trilogie voltooid van een opmerkelijke geschiedenis over het vieren van het leven en de liefde.


Silvera, A. (2024) Op het einde gaan ze allebei dood. Oorspronkelijke titel: They Both die at the End. Amsterdam: Van Goor. Uitgeverij Unieboek | Het Spectrum. Isbn 978 90 003 9356 5 € 12,50 341 blz.

Silvera, A. (2024) De eerste die op het einde doodgaat. Oorspronkelijke titel:  The First to die at the End. Amsterdam: Van Goor. Uitgeverij Unieboek | Het Spectrum. Isbn 978 90 003 9362 6 € 21,99 428 blz.

Silvera, A. (2025) De overlever wil aan het einde dood. Oorspronkelijke titel: The Survivor Wants to Die at the End. Amsterdam: Van Goor. Uitgeverij Unieboek | Het Spectrum. Isbn 978 90 004 0039 3 € 27,99 784 blz.

donderdag 17 oktober 2024

Aimée de Jongh - Heer van de vliegen

Ik besteedde eerder aandacht aan het werk van Aimée de Jongh (Waalwijk, 1988). Deze getalenteerde animator, stripauteur en illustratrice maakte in 2014 furore met haar eerste beeldverhaal, De terugkeer van de wespendief. Daarna volgde onder meer het autobiografische Taxi!. De graphic novel Bloesems in de Herfst (Ballon Media N.N., 2020) die ze maakte met de Belgische scenarist Zidrou zorgde voor internationale erkenning en vervolgens ging het hard met haar carrière. In 2021 verscheen Dagen van zand (Scratch Books, 2021), een schitterende beeldroman die zich afspeelt tijdens de zogenaamde Dust Bowl in de jaren dertig (1937) van de vorige eeuw. Het verhaal is gebaseerd op ware gebeurtenissen in Amerika waar zich door extreme droogte en decennialange intensieve landbouw een enorme klimaatramp voltrok. Aimée verrichtte vooraf de nodige research. Ze reisde af naar Oklahoma, destijds het episch centrum van de zandstormen en het landschap dat ze aantrof, verschilde weinig van de beelden die ze kende van oude zwart-witfoto’s uit die tijd.

Dagen van zand werd een regelrechte bestseller in Nederland en Frankrijk en won meerdere prestigieuze prijzen in Amerika en Japan.

Het Eisner-genomineerde Zestig lentes volgde in 2022. Aimée was hiervoor de samenwerking aangegaan met scenarist Ingrid Chabbert. In datzelfde jaar won ze de Stripschapsprijs, de belangrijkste oeuvreprijs op haar werkterrein in ons land.

Een klassieker

In september verscheen het nieuwste boek van Aimée: Heer van de vliegen. Het is haar bewerking van Lord of the Flies van de Engelse Nobelprijswinnaar William Golding (Cornwall, 1911 – 1993) uit 1954. Het boek geldt als een absolute klassieker. Het is de geschiedenis over jongens die met hun vliegtuig neerstorten op een idyllisch onbewoond tropisch eiland. De kinderen overleven de ramp, maar er zijn geen volwassenen en dus moeten ze zichzelf zien te redden in de hoop snel gevonden te worden. Twee jongens schuiven zichzelf naar voren als leider. Het zijn Ralph en de aanvoerder van het jongenskoor, Jack. Ralph wordt na een stemming gekozen, maar het is duidelijk dat Jack zich daar niet bij neerlegt. De samenwerking rammelt aan alle kanten, omdat de jongens verschillen in de prioriteiten die ze stellen. Ralph wil een groot vuur brandende houden in de hoop zo ontdekt te worden, terwijl Jack de focus legt op de nogal bloederige jacht op wilde zwijnen. Er ontstaan twee kampen en het broeit in de onderlinge relaties. De sfeer neemt grimmige vormen aan en Jack en zijn aanhang tonen zich steeds gewelddadiger. Ralph ziet zijn aanhang zienderogen slinken. De geschiedenis bereikt een dramatisch dieptepunt wanneer eerst Simon en vervolgens Piggy, twee jongens uit het kamp van Ralph, worden gedood. Ook Ralph moet vrezen voor zijn leven … .

Lord of the Flies is wereldwijd miljoenen keren verkocht, werd vertaald in vierenveertig talen en is verfilmd. De roman was destijds het debuut van William Golding die zijn inspiratie vond in de gruwelijkheden die hij meemaakte gedurende de Tweede Wereldoorlog. Golding was onder meer betrokken bij de invasie van Normandië op D-Day.  De titel is een verwijzing naar de duivel Beëlzebub. Golding toont ons zijn sombere visie op de mensheid. Hij laat zien hoe een groep geciviliseerde jongens op een dierlijke manier verwildert. Alle ethisch besef verdwijnt als sneeuw voor de zon. De grens tussen goed en kwaad bestaat niet meer zodra het individualisme het wint van het algemeen belang. De kinderen blijken onder druk van de groep in staat tot het plegen van gruwelijke misdaden.

Nog altijd actueel

Dit spannende verhaal is nu zeventig jaar oud, maar nog altijd actueel. Wat zijn we? Zijn we mensen of dieren? Het wereldnieuws anno 2024 laat pijnlijk zien hoe mensen doorslaan zodra zij zich anoniem voelen.

Aimée raakte op de middelbare school gegrepen door het verhaal en geleidelijk rijpte bij haar het idee het boek te ‘verstrippen’.  Auteursrechtelijke restricties maakten dat onmogelijk, maar twee jaar geleden gaven de nazaten en Faber, de Engelse uitgever van het werk van Golding, groen licht.

Een absolute aanrader

De wijze waarop Aimée Heer van de vliegen heeft gevisualiseerd is fenomenaal en laat zich nauwelijks in woorden vangen. Al bij het zien van de eerste beelden ben je verkocht en laat de geschiedenis je 352 pagina’s lang niet meer los, ook niet nadat je het boek allang uit hebt.

Aimée volgt vrij nauwkeurig het oorspronkelijke verhaal van Golding waarbij ze zich een meester toont in het overbrengen van gevoel. De verhaalfiguren komen in  haar trefzekere illustraties los van het papier, gaan echt leven. Aimée was gewend digitaal te werken, maar voor dit boek tekende ze met inkt op papier. De inkleuring geschiedde wel met behulp van de computer.

Voor wie het boek eerder las, geldt deze graphic novel als een geslaagde hernieuwde kennismaking. Het is in deze vorm ook een absolute aanrader voor leerlingen van veertien jaar en ouder die gewoonlijk minder makkelijk zijn te verleiden tot het lezen van een boek. Een nabespreking in de klas ligt voor de hand.

Deze uitgave wordt in vertaling in meer dan 25 landen uitgebracht. In ons land rolde het boek medio september van de persen en de eerste druk was binnen enkele dagen volledig uitverkocht. Op het moment van schrijven is een aanzienlijk deel van de geplande herdruk ook weer gereserveerd.

Van 5 oktober 2024 tot 2 februari is er in Kunsthal Rotterdam een overzichtstentoonstelling over het werk van Aimée. De tentoonstelling StoryLines presenteert een selectie van haar schetsboeken, originele kunst en animaties. Er is ruime aandacht voor haar journalistieke werk en haar bewerking van Lord of the Flies, waarbij de originele tekeningen worden tentoongesteld.


Heer van de vliegen
. Oorspronkelijke uitgave Lord of the Flies. Tekst: William Golding, 1954. Bewerking, vertaling en illustraties: Aimée de Jongh, 2024. Amsterdam: Wiebe Mokken, Scratch Books. Isbn 978 94 931 6689 9 € 29,95, 360 blz.

donderdag 12 september 2024

Nadine Swagerman - De helft van mij

 

De Alkmaarse uitgever Kluitman lanceerde deze zomer de lijn ‘Jij doet ertoe’. In deze serie verschijnen boeken met belangrijke maatschappelijke en sociale thema’s, bedoeld voor diverse leeftijden. De boeken zijn te herkennen aan een eigen logo en bij elk boek zal er een lesbrief te downloaden zijn via de website van de uitgever.

De eerst verschenen titel in de reeks is de Young Adult-roman De helft van mij van Nadine Swagerman.

Verwarrende gevoelens
Sara woont samen met haar vader en hond Spot in een klein dorp waar nooit iets gebeurt. Als Sara voor school een opdracht krijgt die haar dwingt te kijken naar het verlies van haar moeder en de leegte die zij heeft achtergelaten, wordt haar zorgvuldig opgebouwde alles-gaat-oké-houding volledig overhoopgegooid.

Sara komt terecht in een draaikolk van vragen, gemis, verdriet en woede. Ze voelt zich alleen en totaal onbegrepen. Er is één iemand door wie ze zich wel gezien voelt: Jen. Maar wat moet ze met al die verwarrende gevoelens die omhoogkomen?

De helft van mij is een boeiend verhaal over het ontdekken van je innerlijk. Het is ook een geschiedenis over vriendschap, liefde en verlies. Swagerman geeft een goed uitgewerkt portret van de nog jonge hoofdpersoon die moet zien te dealen met het verlies van haar moeder en tegelijkertijd geconfronteerd wordt met de best wel complexe gevoelens die ze heeft voor Jen, een vriendin die ze ooit kende van de basisschool en die na een verhuizing plotsklaps terugkeert in haar leven. Zonder valse emoties werkt de schrijfster geleidelijk toe naar een voorspelbaar, maar passend en wensvervullend slot. Wat mij betreft een geslaagd boek, zeker ook  voor jongeren die worstelen met hun identiteit.

Nadine Swagerman
Nadine Swagerman (Medemblik, 1989) droomde er als zevenjarig meisje al van om schrijfster te worden. Ze stond in de finale van twee schrijfwedstrijden en in 2018 kwam haar droom uit toen haar debuut Eén waarheid bij uitgeverij Kluitman verscheen. Met dit boek heeft ze de Jonge Jury Debuutprijs 2019 gewonnen.

Haar andere boeken zijn Maar ik ben jou niet (2020), Aan de andere kant van geluk (2022) en Wat we niet zeggen (2022), eveneens bij Kluitman verschenen.


Swagerman, N. (2024) De helft van mij. Alkmaar: Kluitman b.v. Isbn 978 90 206 5261 1 € 18,99, 300 blz.

vrijdag 31 mei 2024

Ted van Lieshout - Ommouw me

Wij willen aan

Omarm me

met je mouwen.

Ommouw me,

Mij, o, arme. (p. 9)

 

Wie wijdt er nu poëzie aan kleren?  Ted van Lieshout (Eindhoven, 1955) doet het. In Ommouw me staan gedichten, in beeld en taal, bedoeld voor alle leeftijden. Van Lieshout probeert betekenis te geven aan het belang van kledingstukken en schoeisel. Ze zijn niet alleen belangrijk voor ons, wij zijn het ook voor onze kleren. Om de woorden van Van Lieshout te gebruiken: ‘Jij bent de ziel van je kleren.’

Zoals altijd brengt Van Lieshout zijn poëzie op een originele, vernieuwende manier. Verrassende vondsten vertellen over dierbare herinneringen, identiteit, troost en verlangen. In tekst maar ook in visuele vondsten als het korte etiketgedicht; met humor, ernstig, uitdagend.

Van Lieshout kwam op het idee voor het schrijven van dit boek doordat hij moeilijk afstand kan doen van kleding. Niet alleen van zichzelf, maar ook van familieleden. In een nawoord licht hij dit toe:

‘Ik heb altijd het idee gehad dat de kleren die je uitgedaan hebt zich op de een of andere manier herinneren dat jij erin hebt gezeten. Ik dacht: die kleren zijn eigenlijk een gedicht waaruit iemand verdwenen is. En zo kwam ik ertoe om een dichtbundel te maken met kleren in de hoofdrol.’

En dus is er aandacht voor zijn mooiste trui op het omslag. Maar ook de pet van zijn vader die overleed in 1963.

 

Ik heb nog vaders pet, alleen,

hij past me niet. Hij is te klein.

Hoe kan het hoofd van een zoon

groter dan dat van een vader zijn?


(‘Ik pas mijn vader’, p. 23)

 

Speciale aandacht is er voor de jongere broer van Van Lieshout die in 1979 stierf. Het is deze broer die Ted inspireerde tot het schrijven van de roman Gebr. (Van Goor, 1996). In het hoofdstuk ‘Wij zijn bewaard’ lezen we de gedichten die hij schreef bij kledingstukken van wijlen zijn broer als diens roze kleuterwanten, een muts en een paarse broek.

 

Ik wou het eerst niet weten, maar

nu hij dood is wel: hier heeft het vel

van mijn broer tegenaan gezeten.

 

(‘Binnenstebuiten’, p. 82)

 

Wat is Ted van Lieshout toch een getalenteerd schrijver! Echt een fascinerend boek, in woord én in beeld. Deze bundel mag u uw leerlingen niet onthouden! Een ding staat vast: na lezing kun je geen kledingstuk meer achteloos weggooien…

Voor zijn werk kreeg Ted onder meer de Woutertje Pieterse-prijs, de Gouden en negen Zilveren Griffels en voor zijn gehele oeuvre de Theo Thijssen-prijs.


Lieshout, T. van (2024) Ommouw me. Amsterdam: Uitgeverij Leopold. Isbn 978 90 258 8415 4 € 19,99, 96 blz.

Mireille Geus & Evy van Guyse - Papa, ik mis je

Papa, waar ben je?

Dood was voor mij een vreemde

hij stelde zich niet voor

maar kwam gewoon binnen

en sloop naar mijn vaders kantoor (p.13)


 Deze strofe is overgenomen uit het gedicht ‘Bezoek’ in de bundel Papa, ik mis je van Mireille Geus en Evy van Guyse. De uitgave bevat een reeks aangrijpende gedichten over verlies, verdriet en liefde, geschreven vanuit het perspectief van een kind dat geconfronteerd wordt met het ergste dat hem of haar kan overkomen, te weten de dood van een ouder.

Mireille Geus onderscheidt in het rouwproces van de hoofdpersoon na het overlijden van de vader meerdere stadia. Eerst is er het niet willen geloven, de glasharde ontkenning. Dan volgt een periode van boosheid, ruzies en woede. Tegen beter weten in wordt er vervolgens onderhandeld, zo van ‘alles wat me lief is, geef ik op als ik jou daarmee terugkrijg.’  De ik-figuur belandt daarna in een depressie, heeft nergens meer zin in. En uiteindelijk komt het besef dat het leven doorgaat, zelfs zonder vader en is er berusting, aanvaarding.

 

Ik heb de hele dag

al trek

in de drop

waar mijn vader dol op

is

 

was

 

mijn vader is

verleden tijd

(‘Trekdrop’, p. 54)

 

Het is in deze volgorde dat de 21 gedichten voorbijkomen, telkens gekoppeld aan de fase waarin de ik-figuur zich op dat moment bevindt. Dat komt binnen! Gevoelens van ongeloof, wanhoop, woede…  Als lezer voel je de algehele malaise die geleidelijk bezit neemt van de hoofdpersoon. Tot het moment van acceptatie aanbreekt en de herinneringen en de liefde het winnen van het verscheurende gemis.

Een weergaloos mooi boek, op indrukwekkende wijze geïllustreerd door Evy van Guyse.

Een suggestie voor degene die de gedichten een plek wil geven in zijn of haar les. Ik benoemde in een eerste klas van tevoren de verschillende fases zoals Geus die hanteert, lichtte de structuur van vertellen in de bundel nader toe. Daarna las ik enkele gedichten voor en toonde de bijbehorende illustraties. In een dialoog met de leerlingen bepaalden we bij welke stap in het rouwproces het gedicht het best paste: ontkenning, woede, onderhandelen, depressie of aanvaarding.

Mireille Geus (Amsterdam, 1964) won voor haar jeugdboek Big in 2006 de Gouden Griffel en vierde vorig jaar (2023) haar twintigjarig jubileum als schrijfster.


Geus, M. (2023) Papa, ik mis je. Illustraties van Evy van Guyse. Rotterdam: Lemniscaat b.v. Isbn 978 90 477 1520 7 € 15,99, 48 blz.

woensdag 1 maart 2023

Opdat we niet vergeten - Verhalen over de Holocaust die geen mens onberoerd laten

Het is slecht gesteld met de kennis van de Holocaust onder Nederlanders tot veertig jaar. Docenten geschiedenis kijken er niet vreemd van op, verzuchten dat zij met name in de onderbouw structureel te weinig tijd hebben, wil enig historisch onderwerp kunnen beklijven. Dat wil zeggen: als hun vak al op de lessentabel staat! Want geschiedenis wordt in het vmbo dikwijls niet meer gegeven.

Het fictieonderwijs biedt kansen. Wie thuis is in de (jeugd)literatuur weet dat de Tweede Wereldoorlog en dan met name de Jodenvervolging een belangrijk en veelbeschreven onderwerp is.

Ik breng hierna de titels van enkele jeugdboeken onder de aandacht. De verhalen zijn toegankelijk, laten de lezer dikwijls niet onberoerd en bieden stof tot nadenken. Voor wie het gesprek aan wil gaan, liggen hier kansen.

Het betreft een selectie, er is meer. Veel meer! Voor alle titels geldt dat ze uitermate geschikt zijn voor de onderbouw.

 

Het kindertransport

Tijdens de begrafenis van haar oma is Marit (13) verdrietig, maar ook boos. Boos op haar moeder, een beroemd violiste, die schittert door afwezigheid. Ongelooflijk vindt Marit. Of toch niet? Wie was die lieve, drukke ‘oma Vliegmachien’ eigenlijk?
Na haar dood stapelen de raadsels zich op. Met hulp uit onverwachte hoek ontrafelt Marit de waarheid over oma. Haar speurtocht eindigt bij de trein vol Joodse kinderen die in juni 1943 van Vught naar Sobibor denderde: het Kindertransport.

Beer, F. de (2014) Het kindertransport. Houten: Uitgeverij Unieboek.  Isbn 978 90 003 7782 4

Uitgespeeld

Levi en Roald zijn vrienden. Voetballen is wat ze het liefste doen. Hun leven verandert ingrijpend zodra in 1940 de oorlog uitbreekt. Levi is Joods en zijn vader wil een onderduiker in huis nemen. Roalds vader daarentegen heult mee met de Duitsers en hij is een fanatiek lid van de NSB. Voetbal houdt de vriendschap overeind, tot Levi in zijn eentje moet onderduiken en in een wirwar van emoties terechtkomt. Hij raakt dierbaren kwijt en vindt later een van hen terug zonder te weten of dat voor altijd is. Wie is wel te vertrouwen en wie niet?

Gemert, G. van (2015) Uitgespeeld. Hasselt-Alkmaar-New York: Clavis Uitgeverij. Isbn  978 90 448 2322 6

Rose Blanch

Een prentenboek over het jonge Duitse meisje Rose Blanche. Zij maakt mee hoe haar stadsgenoten de mannen uitzwaaien die als soldaten de stad verlaten in hun vrachtwagens en tanks. Zonder echt te begrijpen, ziet Rose op een dag hoe een kleine jongen ontsnapt uit een van de vrachtauto’s. Hij wordt tegengehouden door de nazi-burgemeester die hem onmiddellijk uitlevert aan de soldaten. De nieuwsgierigheid van Rose is gewekt en ze besluit de vrachtwagen te volgen. Ze ontdekt een plaats die is omheind met elektrisch prikkeldraad. De barakken achter het draad worden bewoond door mensen in gestreepte kleding. Rose spreekt de hongerige kinderen aan en ze schenkt hun een stuk brood. In de periode die volgt, neemt Rose steeds eten voor hen mee. Tot, op een ochtend, iedereen de stad uitvlucht. Het slot gaat vervolgens door merg en been.

Voor een uitgebreide bespreking klik hier.

Innocenti, R. (2019) Rose Blanche. Met tekst van Christophe Gallaz. Hasselt-Alkmaar-New York: Clavis Uitgeverij. Isbn 978 90 448 3702 5

Mijn zusje

Perla en haar Sintifamilie trekken in woonwagens door Duitsland. Ze leven volgens ongeschreven wetten en eeuwenoude tradities. De mannen in de familie zijn muzikanten, de vrouwen venten en voorspellen de toekomst. Maar Perla wil ook graag leren lezen en schrijven. Als het leven steeds moeilijker wordt, moeten Perla en haar familie vluchten. Dan breekt de oorlog uit. Een roman over de manier van leven van Sinti en het vaak vergeten leed van zigeuners tijdens en na de Tweede Wereldoorlog.

Loon, I. van (2013) Mijn zusje. Hasselt-Alkmaar-New York: Clavis Uitgeverij. Isbn 978 90 448 2400 1

Oorlog in een koffer

Benyamin Jacoby is een Joodse jongen die met zijn familie in het Vlaamse Mechelen woont. Zijn leven lijkt op dat van een gewone tiener en Benyamin voelt zich in de eerste plaats een Vlaming. Zijn ouders zijn hardwerkende, succesvolle middenstanders met een kruidenierswinkel. Als in mei 1940 de oorlog uitbreekt wordt het gezin Jacoby opgepakt en afgevoerd. Benyamin overleeft niet alleen Auschwitz, maar ook Bergen-Belsen. Vlak voor zijn dood, meer dan zeventig jaar na de oorlog, vertelt Benyamin zijn verhaal aan zijn kleinzoon Pieter, aan wie hij ook een koffertje nalaat. De inhoud maakt de herinneringen aan een inktzwarte periode in diens leven pijnlijk tastbaar.

Persoons, B. (2017) Oorlog in een koffer. Hasselt-Alkmaar-New York: Clavis Uitgeverij. Isbn 978 90 448 3054 5

De laatste reis

Hannah wordt samen met haar moeder opgepakt en weggevoerd. Ze weten niet waarom en hebben geen idee waar ze heen gaan. Na een verschrikkelijke treinreis in een goederenwagon vol mensen komen ze aan in een concentratiekamp. Omdat het donker is, moet Hannah van haar moeder vluchten. Ze verschuilt zich in een opslagplaats en wacht tot haar moeder haar komt zoeken. Maar hoe lang zal dat duren?

Een omkeerboek met aan de ene kant een verhaal en aan de andere kant feitelijke informatie.

Sax, A. (2010) De laatste reis/Het verhaal van de Holocaust. Hasselt-Alkmaar-New York: Clavis Uitgeverij. Isbn 978 90 448 1415 6

De kleuren van het getto

In deze graphic novel maken we kennis met de Joodse Misja die opgroeit in de Poolse hoofdstad Warschau. Hij maakt mee hoe in oktober 1940 het stadsdeel waarin hij met zijn familie woont, wordt omgevormd tot getto. Alle Joden uit de stad en omgeving worden opgehokt. Ziektes, honger en deportaties roeien de bevolking langzaam uit.

Misja sluit zich aan bij het ondergrondse verzet. Zodra bekend wordt dat het getto ter gelegenheid van Hitlers verjaardag zal worden ontruimd, bereidt hij zich met zijn kameraden voor op het onvermijdelijke.

Sax, A. en Caryl Strzelecki (2011). De kleuren van het getto. Wielsbeke: Uitgeverij De Eenhoorn. Isbn 978 90 583 8736 3

Hetty

Hetty is nog maar een jong meisje als zij samen met haar gezinsleden in 1943 via Westerbork naar een concentratiekamp in Bergen-Belsen wordt gedeporteerd. Hetty ontfermt zich als een van de oudste kinderen over de baby’s en de kleuters en zij zorgt er zo goed mogelijk voor dat zij deze verschrikkelijke tijd doorkomen.

Verolme, H. (2016) Hetty. Oorspronkelijke titel: Hetty. A true story. Vertaald door Hilke Makkink. Utrecht: Uitgeverij Callenbach. Isbn 978 90 266 2203 8

Wie niet weg is wordt gezien

Voor Joodse kinderen, zoals Rachel en Esther, was alles wat het leven leuk maakte verboden door de Duitse bezetter, die Nederland in zijn macht had van mei 1940 tot mei 1945. Ida Vos heeft dat zelf meegemaakt en vertelt hoe het was en vooral hoe het vóélde een Joods kind te zijn tijdens de oorlog.

Vos, I. (2001) Wie niet weg is wordt gezien. Amsterdam: Leopold. Isbn 978 90 258 3039 0

Sabel

Max is een Joodse jongen die in 1943 met zijn familie wordt afgevoerd naar Kamp Vught. Het verhaal springt heen en weer tussen de tijd dat Max nog thuis woonde in de hoofdstad en de tijd die hij doorbracht in Vught.

Eenmaal opgesloten in Kamp Vught heeft Max één houvast: de rode kater Sabel die hij de kinderbarak heeft binnengesmokkeld. Door de ogen van Max ziet de lezer de wereld om de hoofdpersoon heen steeds kleiner worden.

In het slot lezen we hoe Max en zijn moeder in de zomer van 1943 met een van de verschrikkelijke kindertransporten via Westerbork worden overgebracht naar een vernietigingskamp en op dramatische wijze hun einde tegemoet gaan.

Wouda, S. (2017) Sabel. Hoorn: Uitgeverij Van Hoogland & Van Klaveren. Isbn 978 90 2586 483 5