Posts tonen met het label familie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label familie. Alle posts tonen

maandag 18 mei 2026

Robin Raven - De lotus en de waringinboom

Een innerlijke tweestrijd

Robin Raven (1962) heeft de smaak te pakken. In een gestaag tempo bouwt hij aan een authentiek oeuvre waarin hij zijn roots niet verloochent. In De lotus en de waringinboom neemt hij de lezer mee naar het land van zijn Indische ouders in het jaar 1948.

Jaap Klein (12) reist met zijn moeder zijn vader achterna naar Java. Jaaps vader heeft daar een belangrijke baan op een suikerplantage. En ook al heeft Soekarno drie jaar eerder de onafhankelijkheid uitgeroepen, Indonesië is volgens de heer Klein nog steeds Nederlands-Indië.

Jaap is onder de indruk. De natuur, de cultuur, het eten … Tegelijkertijd gebeuren er dingen die hij niet begrijpt. Hij is beland in een samenleving waarin ongelijkheid vanzelfsprekend is. Een klassenstelsel met de blanke man aan de top die weigert de koloniale macht uit handen te geven. Onderaan de maatschappelijke ladder bungelt het Indonesische werkvolk. Daartussen laveren behoedzaam de Indo’s, mensen van gemengde afkomst. Zoals Gus, zoon van een Indonesische moeder. Hoewel Jaap niet met hem mag omgaan, wordt Gus zijn beste vriend.

Door de ogen van Jaap voel je zijn twijfels groeien en de spanning toenemen. Jaap wordt ook nog eens verliefd op een prachtig Indonesisch meisje dat woont in de kampong. Hun bijna mystieke ontmoetingen bij de magische waringinboom, de boom met de hangende luchtwortels en de glanzende bladeren, brengen Jaap in een innerlijke tweestrijd. Gevoed ook door de verhalen van de plantagearts, meneer Quist, verruimt zijn blik, groeit het besef dat er meer is dan de rationele, koloniale en gewelddadige wereld van zijn vader.

 

We kennen Robin Raven als een begaafd verteller. Maar dit verhaal is echt next level. Werkelijk alles klopt in deze gelaagde geschiedenis. Een fascinerende jeugdroman waarin de schrijver zonder belerend over te komen onze koloniale geschiedenis op fenomenale wijze invoelbaar maakt door de ogen van een kind. Echt grote klasse!


Voor lezers van twaalf jaar en ouder.


Raven, R. (2026). De lotus en de waringinboom. Rotterdam: Uitgeverij Lemniscaat b.v. Isbn 978 90 477 1857 4 € 15,99, 261 blz.

Jason Reynolds - Sunny

Loslaten voor een nieuwe start

Sunny is een nieuw verhaal in de zogeheten Track-serie van de Amerikaan Jason Reynolds. Eerder verschenen Ghost en Patina.

Ghost, Patina, Sunny en Lu maken deel uit van hetzelfde hardloopteam. Het zijn talentvolle, jonge  atleten die met hun team de Olympische Jeugdspelen kunnen behalen. Hun coach is zeer gedreven en hij wil evenals Sunny’s vader het liefst dat Sunny wint. Maar Sunny heeft er geen plezier meer in. Hij draagt een geheim bij zich dat hem langzaam opvreet. Het heeft te maken met zijn moeder die stierf tijdens zijn geboorte. Sunny voelt zichzelf een moordenaar.

‘Vruchtwaterembolie’. (…) Als je het in baringstaal vertaalt betekent het: ‘de dood van mijn moeder’. Het betekent dat haar bloed vergiftigd werd. Waardoor haar hart stopte. Waardoor ik als kind de hele tijd om haar gilde en een hartslag zocht.’ (p. 15)

Sunny’s vader Darryl — stil, streng, emotioneel gesloten — gaf zijn zoon nooit expliciet de schuld. Maar zo werkt het niet in Sunny’s hoofd. Darryl blijft benadrukken dat Sunny zijn moeders droom moet waarmaken, te weten het winnen van een marathon.

‘Alsof het gemis van een moeder gewist kan worden met een medaille.’ (p.16)

En zo voelt het lopen voor Sunny niet als een bevrijding, maar eerder als een soort van boetedoening: een manier om iets goed te maken.

Op een dag stopt Sunny midden in een wedstrijd. Hij is er klaar mee. Het liefst wil hij dansen. Zijn coach reageert niet boos, eerder nieuwsgierig en hij brengt  Sunny op het idee om te gaan discuswerpen. Een discipline die draait om draaien, ritme en flow. Het is precies wat Sunny zoekt.

Sunny’s nieuwe rol in het team werkt bevrijdend. Langzaam maar zeker lukt het hem om meer afstand te nemen van zijn schuldgevoel over de dood van zijn moeder en er ontstaat ruimte voor echte gesprekken met zijn vader.

 

Het boek is opgebouwd uit dagboekfragmenten. Reynolds slaagt er buitengewoon in de innerlijke strijd van de ik-figuur te verwoorden. Diens zoektocht naar een manier om zichzelf te zijn, wordt door hem knap beschreven. Met al zijn emoties is Sunny Lancaster een innemende jongen die je als lezer al snel in je hart sluit. Een verhaal ook dat voldoende ruimte biedt om je te identificeren met de hoofdpersoon.


Jason Reynolds (1983) won meerdere prijzen voor zijn werk, waaronder de Carnegie Medal – de Gouden Griffel van de Verenigde Staten. Reynolds las voor het eerst een boek toen hij zeventien was. Hij kwam maar weinig verhalen tegen waarin hij zichzelf herkende. Met zijn boeken wil hij daar verandering in brengen.


Zeer de moeite waard voor lezers in de eerste twee leerjaren van het voortgezet onderwijs.


Reynolds, J. (2026). Sunny. Rotterdam: Uitgeverij Condor. Vertaald door Maria Postema. Isbn 978 94 933 56876 0 € 16,99, 157 blz.

Kim Bekkers - Hongertocht

Kind-zijn in oorlog

‘Ik trap zo hard als ik kan en ga met een noodvaart op de brug af. (…)De Duitse soldaat buldert een waarschuwing. Ik negeer hem. (…) Het geluid van een geweer dat wordt geladen echoot over de brug.’ (p. 84)

Het is 1944 en Nederland wordt bezet door het Duitse leger. In dit vierde oorlogsjaar hebben de bewoners van Rotterdam het heel zwaar. Aan alles is een gebrek. Brandstof, medicijnen, voedsel ... De mannen zijn verdwenen. Ondergedoken, in het leger of te werk gesteld. Hun familieleden proberen te overleven. Het is half december en het is ijzig koud.

Tonnie (14) besluit dat het zo niet langer kan. Zij is de enige uit het gezin die op hongertocht kan gaan. Een gevaarlijke fietstocht naar het platteland om eten te vinden voor haar familie. Helemaal alleen gaat ze op weg in een ijskoude wereld waarin ze niemand kan vertrouwen. Op haar fiets zonder banden.

Aanvankelijk wordt ze vergezeld door haar oudere nicht Didi, maar die haakt af zodra blijkt dat de tocht heel gevaarlijk is.

We volgen Tonnie gedurende haar eenzame reis over het platteland waar ze mensen ontmoet die haar lang niet allemaal vriendelijk gezind zijn. Maar er zijn er ook die haar helpen aan eten en een slaapplaats. Onbedoeld helpt ze mannen van het verzet die schuilen in een boerderij waar Tonnie de nacht doorbrengt in een stal tussen de koeien en kippen.

De tocht om eten te vinden voor haar familie valt Tonnie zwaar. Ze heeft zich voorgenomen voor Kerst weer thuis te zijn. Hongerig, bang en uitgeput ploetert ze voort, gedreven door de gedachten aan de mensen die haar dierbaar zijn.


Hongertocht is gebaseerd op de herinneringen van de grootmoeder van de schrijfster van het verhaal, Kim Bekkers. Haar oma maakte destijds als kind alle bombardementen van dichtbij mee en leed tijdens de zogeheten hongerwinter van ‘44/’45 intense honger. Dat dreef haar zoals zovele Nederlanders tot het eten van tulpenbollen, het bedelen om aardappelschillen en het maken van meerdere hongertochten. De gaten vulde ze naar eer en geweten in, rekening houdende met het karakter van haar oma Tonnie en de tijd waarin zij opgroeide.

 

En zo werd Hongertocht een prachtig document dat op een indringende manier de mentale veerkracht toont van een jong meisje in oorlogstijd. Geen heroïsch avontuur, maar een bittere strijd om te overleven. De schrijfster laat zien hoe jonge mensen in een oorlogssituatie buitengewone moed kunnen tonen, maar wel ten koste van hun kindertijd. Een verantwoordelijkheid vele malen te groot voor een veertienjarige.

 

Hongertocht is het debuut van Kim Bekkers (1990) en zet lezers aan het denken, maakt het leed van gewone mensen in oorlogstijd tastbaar. Het is wrang dat de historische gebeurtenissen met alle gewapende conflicten vandaag de dag weer uiterst actueel zijn. Het doet je beseffen dat onze vrijheid niet vanzelfsprekend is.

 

Een hartverscheurend, realistisch verhaal dat indruk maakt en de lezer (twaalf jaar en ouder) niet onberoerd laat.


Bekkers, K. (2026). Hongertocht. Amsterdam: Uitgeverij Leopold. Isbn 978 90 258 8955 5 € 16,99, 103 blz.

zondag 26 april 2026

Reinier Sonneveld - De geheimen van Sterrenstad

Ilya woont in Sterrenstad, een verborgen plaats in de voormalige Sovjet Unie ten tijde van de koude oorlog. De stad ontbreekt zelfs op de landkaart! Er worden in het diepste geheim kosmonauten opgeleid om later de ruimte in te gaan. Ilya’s vader werkt in de ‘verboden gebouwen’. Op een dag verdwijnt hij zonder uitleg. Er komen af en toe brieven, maar niemand vertelt Ilya waar zijn vader is of waarom hij weg moest. Zijn moeder ontwijkt alle vragen. Dit voedt Ilya’s wantrouwen en verdriet.

Ilya laat het er niet bij zitten. Hij is vastbesloten zijn vader terug te vinden en hij krijgt hulp van zijn vriendin Zlata. De twee kinderen ontdekken vreemde zaken. Zo verdwijnen er mensen van foto’s, is de bioscoop in hun stad pure nep en eindigen voetsporen in de sneeuw abrupt. De raadsels stapelen zich op en de sfeer wordt dreigender. En terwijl Ilyas en Zlata moeite doen te achterhalen wat er werkelijk speelt, rijpt zich een bizar, gedurfd plan in hun hoofden. Ze willen verder reizen dan een kind ooit heeft gedaan.


Het verhaal is een raamvertelling. In het eerste hoofdstuk vertelt de schrijver Reinier Sonneveld over een ongeluk dat hij meemaakte met zijn zoon in Plopsaland waar de twee urenlang vastzaten in een karretje in een stilgevallen achtbaan. Terwijl de reddingsactie op gang kwam, vertelde een passagier (de volwassen Ilya) achter hen, een ongelooflijk verhaal over zijn jeugd in een communistische enclave in 1983. Het zijn deze jeugdherinneringen die centraal staan in Sonnevelds boek.

De wereld waarin Ilya groot wordt, is er een vol geheimen en propaganda, waardoor hij niet weet wat hij mag voelen of geloven. Zijn verwarring en eenzaamheid zijn subtiel maar intens. Het totalitaire systeem in de Sovjet Unie bepaalt Ilya’s leven en laat geen ruimte over voor eigenheid. Zijn ontdekkingstocht is feitelijk een langzaam ontwaken — een proces dat herkenbaar is voor jongeren die leren kritisch te denken.


Een authentiek verhaal met een heel bijzondere sfeer dat na afloop nog lang in je hoofd blijft sudderen. Reinier Sonneveld  (1978) is schrijver en theoloog. Uit zijn pen rolden onder meer essays en populairwetenschappelijke non-fictie over met name het christelijk geloof. Hij publiceerde meerdere jeugdromans, musicals, prentenboeken en thrillers.

Geschikt voor de brugklas.


Sonneveld, R. (2025). De geheimen van Sterrenstad. Rotterdam: Uitgeverij Lemniscaat bv. Isbn 978 90 477 1849 9 € 15,99, 222 blz.

Bianca Mastenbroek - Tims stille schreeuw

Tim maakt na de scheiding van zijn ouders een depressie door die hij zelf nauwelijks begrijpt en die door zijn omgeving niet wordt opgemerkt. Terwijl hij steeds verder wegzakt, probeert hij wanhopig overeind te blijven. Tot zijn stille schreeuw eindelijk wordt gehoord. Hij heeft iets verschrikkelijks gedaan. Nu ligt hij als een zombie in bed en reageert nergens meer op. Zelfs niet op zijn beste vriend Jurre.

Die voelt zich schuldig en wil alles doen om te helpen. Als hij Tim smeekt om weer normaal te doen, wordt Jurre meegezogen in de duistere binnenwereld van zijn vriend. Een magische wereld, die zou moeten sprankelen door het licht van de Zonneprinses, maar zij is op sterven na dood. Om haar te redden zal Tim de heks uit het Moeras der Moedeloosheid moeten verslaan. De tocht door het duister zit vol gevaar en tegenslag. Terwijl hun moed en vriendschap op de proef worden gesteld, ontdekken Tim en Jurre wat er écht in hen schuilt. Ondertussen druppelt de Emmer des Tijds vol, tikt de tijd langzaam weg, Lukt het de jongens hun opdracht te voltooien alvorens de Emmer overstroomt? Want dan is het te laat.


Het boek is knap opgebouwd. Dagboekfragmenten van Tim en de avonturen die hij met Jurre beleeft, wisselen elkaar af. Gaandeweg kom je als lezer steeds meer aan de weet over de jongens en hun thuissituatie. Het wordt duidelijk dat de fantasievolle missie niet alleen de zieke zonneprinses kan redden, maar dat Tim zo ook zichzelf helpt. Aan het eind wordt duidelijk wat voor verschrikkelijks Tim heeft gedaan en dat komt binnen! Maar dan ontstaat er – doordat Tim zich openstelt – ook ruimte voor herstel.

Wat een mooi boek! Prachtig geïllustreerd ook door Monique Dozy. Hulde! Zeer geschikt voor lezers in de onderbouw, vooral ook voor die kinderen die kampen met gevoelens van neerslachtigheid. Mastenbroek laat zien dat je niet alleen bent. Hulp vragen is geen zwakte, praten helpt!


Bianca Mastenbroek (1975) schreef al meer dan veertig boeken voor kinderen, jongeren en volwassenen. Het liefst schrijft ze spannende, magische, sprookjesachtige of historische verhalen en dat doet ze heel verdienstelijk. In 2019 won ze met Hendrick, de Hollandsche indiaan zowel de Jonge Beckman als de Thea Beckmanprijs. Ze werd ook tweemaal genomineerd voor de Kleine Cervantes.


Mastenbroek, B. (2025). Tims stille schreeuw. Rotterdam: Uitgeverij Lemniscaat b.v. Isbn 978 90 477 1825 3 € 16,99, 260 blz.

woensdag 4 februari 2026

Mariska Overman - Duizend stukjes overal

Een olifant op je borst

Er zijn in de jeugdliteratuur talloze verhalen bekend met de dood als belangrijk onderwerp. Boeken waarin de hoofdpersoon worstelt met emotionele problemen als gevolg van het overlijden van een dierbare. Duizend stukjes overal, het nieuwste boek van Mariska Overman, is qua thematiek geen uitzondering. Maar de auteur koos wel voor een hele bijzondere invalshoek. Ze zet de technologie in van kunstmatige intelligentie om de hoofdpersoon, gevangen in haar emoties, te helpen ontsnappen uit een diep tranendal.

Er klautert een olifant op haar borst. Hij gaat zitten. BAM. Met zijn volle gewicht. Haar adem piept en kraakt en hapert. Ze mept De Olifant maar hij blijft lekker op zijn plek. Ze weet wel waarom. Hij wil de tranen, die ze al maanden in haar borstholte opspaart, omhoog persen. Zo – pats! – haar ogen uit. (p. 8-9)

Mijs is twaalf jaar oud en zit net op de middelbare school. Een jaar geleden is haar broer Joes overleden en sindsdien is niets meer hetzelfde. Ze stopt met dansen, is vaak boos en op school gaat iedereen haar uit de weg. Mijs’ ouders sturen haar naar een therapeut. Die komt met het idee van een rouwbot, samengesteld uit foto’s, filmpjes en informatie. Een AI-versie van Joes die het mogelijk maakt dat je via de computer levensecht met hem kunt praten. Een rouwbot die leert en steeds beter wordt, levensecht!

Mijs stemt met enige tegenzin in. Computer-Joes is misschien beter dan helemaal geen Joes. Ze noemt hem ‘nechte Joes’, nep en echt tegelijk.

De gesprekken met de digitale versie van Joes zijn vreemd en verwarrend tegelijk. Toegegeven, nechte Joes lijkt heel erg op haar broer. En ook al hapert het programma zo nu en dan en gebruikt het Mijs’ bijnaam ‘Minimijs’ op de verkeerde momenten, Mijs vindt toch wel enige troost in haar ontmoetingen met de rouwbot.

Bowie, de beste vriend van haar broer, vindt de AI-versie van Joes helemaal niks. Hij neemt Mijs mee naar de plekken waar hij met Joes vaak kwam. Dan ontdekt Mijs Bowies geheim. Een geheim dat hen nog dichter bij elkaar brengt.


Mariska Overman (1970), die zelf op jonge leeftijd een broer verloor bij een verkeersongeluk, heeft haar verhaal gesitueerd in het jaar 2028, een toekomst die dichtbij genoeg voelt om realistisch te zijn. Gelet op de huidige techniek rond kunstmatige intelligentie lijkt een rouwbot daarom geen gimmick, maar een serieus instrument om emoties te reguleren. Maar het is toch vooral de vriendschap met Bowie die er toe doet. Door hem beseft Mijs dat ieder rouwt op zijn eigen manier. En dat is prima. Wanneer haar computer vastloopt, raakt Mijs eerst in paniek Maar uiteindelijk weet ze het zeker. Ze gaat Joes niet opnieuw installeren.

Van Mariska Overman, van huis uit docent filosofie en levensbeschouwing, verscheen eerder bij Kluitman De zomer die alles was (2024). Voor dit boek ontving ze vorig jaar een zilveren griffel. Via de website van Uitgeverij Kluitman is een lesbrief te downloaden met opdrachten die passen bij Duizend stukjes overal en bij het thema ‘dood’.

 

Overman, M. (2025). Duizend stukjes overal. Alkmaar: Uitgeverij Kluitman Alkmaar B.V.. Isbn 978 90 206 2823 4 € 16,99, 188 blz.

Marlies Slegers - Schildpadmeisje

De juiste keuze is soms de meest lastige

Marlies Slegers kan zich goed verplaatsen in het gevoelsleven en in de gedachtewereld van opgroeiende kinderen. Ze heeft bovendien een groot talent voor het schrijven van verhalen. Daarbij schuwt zij de lastiger onderwerpen niet. Zo schetst zij In het alom geprezen Briefjes van Pelle (Luitingh-Sijthoff, 2020) een wonderschoon portret van de hoofdpersoon, een gevoelige jongen die treurt om het overlijden van zijn vader. In haar nieuwste boek Schildpadmeisje legt Slegers de lat wederom hoog door te kiezen voor de nogal heftige onderwerpen huiselijk geweld en verwaarlozing.

De dertienjarige Elvis, door ieder Vis genoemd, heeft het thuis niet makkelijk. Haar ouders zijn gescheiden. Haar vader woont in Parijs en ze mist hem enorm. Vis’ moeder gaat zich geregeld te buiten aan het drinken van grote hoeveelheden alcohol. Haar frustraties reageert ze af op haar dochter die veel tijd doorbrengt in haar geheime schuilplek, een caravan in het bos. Daar voelt ze zich veilig. Daar stalt ze ook de voorwerpen uit die ze in de loop der tijd vond bij het grofvuil. Een verzameling van afgedankte spullen waarvan Vis evengoed de schoonheid ziet.

Op een dag vindt ze tussen het vuilnis op straat een bakje met daarin een schildpad.

De schildpad en ik kijken naar elkaar. Ik breng mijn gezicht dicht bij de bak, zodat ik recht in zijn prachtige kraaloogjes kan kijken. Zijn rafelige mond hangt wat naar beneden, alsof hij depressief is. ‘Hallo,’ fluister ik. ‘Ben jij ook niet gewenst?’ (p. 18-19)

Vis neemt de schildpad mee naar huis en noemt hem Simon.

Niet veel  later maakt ze kennis met de nieuwe, nogal excentrieke achterbuurjongen Sid (Sydney). Hij is in alles het tegenovergestelde van Vis. Vis begrijpt niet waarom hij belangstelling toont voor haar, zelfs moeite doet om vrienden te worden. Ze is het niet gewend om gezien te worden. Niet op school en al helemaal niet thuis. Dankzij Sid, maar ook door Simon de schildpad kruipt Vis beetje bij beetje uit haar schulp, stelt ze zich steeds meer open.

Maar dan, als haar moeder weer eens heel erg dronken is, neemt Vis een drastisch besluit. Ze loopt weg van huis en vertrekt naar Parijs. Naar haar vader.

Schildpadmeisje is een prachtig verhaal dat al vanaf de eerste bladzijden onder je huid kruipt. Slegers maakt op een knappe manier voelbaar hoe de jonge hoofdpersoon behoedzaam manoeuvreert tussen gevoelens van angst, schaamte en loyaliteit richting haar moeder. Tegelijkertijd ervaart ze dat er mensen zijn die wél betrouwbaar zijn en dat ze recht heeft op veiligheid en steun.

Het kan niet anders of jonge lezers (twaalf jaar en ouder) worden mede door het dramatische onderwerp en de directe manier van vertellen geraakt. De schrijfster trekt met dit hartverscheurende verhaal huiselijk geweld uit de anonimiteit, geeft de slachtoffers een gezicht. Het verhaal laat ook zien dat er altijd een uitweg is en dat de liefde overwint. En dat is voor jongeren met mentale problemen een troostrijke gedachte!


Marlies Slegers (1965) groeide op in Indonesië. Op haar achttiende verhuisde ze naar Nederland waar ze ging studeren en werken. Een schrijfcarrière bleef echter lonken en ze besloot schrijfworkshops te volgen. Met haar korte verhalen won ze diverse prijzen. Inmiddels heeft ze meer dan dertig boeken op haar naam staan waaronder Onder mijn huid, Vijftien, Briefjes voor Pelle en We moeten je iets vertellen.


Slegers, M. (2025). Schildpadmeisje. Amsterdam: Uitgeverij Luitingh-Sijthoff bv. Isbn 978 90 210 5350 9 € 16,99, 283 blz.

donderdag 1 januari 2026

Louisa Reid - Vandaag vecht ik terug

In Utrecht werden dit najaar de winnaars bekend gemaakt van het Beste Boek voor Jongeren 2025 tijdens het Boekfest van IFU (International Literature Festival Utrecht). Maren Stoffels won in de categorie Nederlandstalig met het aangrijpende Nog 27 dagen leven (Leopold, 2024). Maren slaagt erin de lezer diep te ontroeren met haar verhaal over de ongeneeslijke zieke Lissa. Een verhaal dat volgens de vakjury, ondanks de heftige problematiek, licht en levenslustig aanvoelt. Een uitgebreide bespreking is terug te vinden in mijn blog.

In de categorie Vertaald eindigde Vandaag vecht ik terug van de Britse schrijfster Louisa Reid op de eerste plaats.

Ik word het meisje

dat opstaat

uit de modder

uit de goot

uit de stilte

uit de leegte die voor mij is uitgehakt.

 

ik ben een meisje

en ik bepaal zelf mijn lot.


Lily (16) leeft in twee totaal verschillende werelden. Op school waar ze vanwege haar gewicht het mikpunt is van spotternijen en waar ze genadeloos wordt gepest. En thuis bij haar ouders. Een warme en veilige omgeving, maar wel een plek vol uitdagingen omdat haar moeder Bernadette lijdt aan obesitas en het huis niet verlaat.

Wanneer de pestkoppen te ver gaan, besluit Lily’s vader dat het tijd is om terug te vechten. Door zijn dochter te leren boksen, laat hij haar zien wat ze waard is. Langzaam maar zeker ontwikkelt Lily meer zelfvertrouwen, verhoogt zij haar eigenwaarde en leert ze haar grenzen aan te geven. Lily durft zelfs toe te geven aan de gevoelens die ze heeft voor Rosie, een meisje dat ze leert kennen in de boksschool.

Vandaag vecht ik terug is een poëtische versroman. De compositie maakt een hechte, doortimmerde indruk. Met haar krachtige stijl en haar trefzekere observaties maakt de schrijfster de innerlijke strijd van de hoofdpersoon tastbaar en laat ze zien hoe moeilijk, pijnlijk en eenzaam dat proces is. De ontwikkeling die Lily doormaakt wordt door Reid knap beschreven, werkt in alle opzichten louterend en voelt in het slot als een absolute bevrijding.


Een wonderschoon verhaal dat – om het juryrapport aan te halen – ‘niet alleen van waarde is voor de literatuur, maar ook een blijvende impact kan hebben op jongeren en hun leven.’  Voor 14 jaar en ouder.


Reid, L. (2024). Vandaag vecht ik terug. Oorspronkelijke titel: Gloves Off. Vertaling uit het Engels door Merel Leene. Amsterdam: Blossom Books b.v. Isbn 978 94 634 9508 0 € 17,99, 320 blz.

Tjibbe Veldkamp - De jongen die van de wereld hield

Twee jonge mensen komen elkaar tegen op een brug  in een niet nader gedefinieerd (Oost-Europees) land. Een man en een vrouw. Hij - in gedachten verzonken - glijdt uit in de sneeuw. Zij wordt door hem meegesleurd in zijn val.

Daar lagen ze: Vaclav en Zdenka, in elkaars armen, hun gezichten zo dicht bij elkaar dat de adem van de één de lippen van de ander verwarmde.

Op dat moment verscheen het mogelijke kind. Je zou hem geschat hebben op een jaar of elf, twaalf. Een gewone jongen zoals je ze elke ochtend naar school zag lopen op oude schoenen, in een grijze, halflange winterjas. Het verschil was dat deze jongen niet liep, maar zweefde.

Hij had een paar tellen nodig om eraan te wennen dat hij er was, zoals ogen soms moeten wennen aan het licht wanneer je in één ruk de gordijnen opentrekt. Maar verbaasd was hij niet. Hij zag de man en vrouw aan zijn voeten en hield van ze. (p. 6)

Vaclav en Zdenka krabbelen overeind en ze vervolgen, zonder de jongen te hebben gezien, hun eigen weg. Voor de lezer is het direct duidelijk: deze mensen zijn voor elkaar bestemd. Dat weet het kind ook. Voor hem wordt de hereniging van zijn ouders zelfs een zaak van leven of dood, omdat hij anders niet geboren zal worden!

Een geest genaamd Barkov geeft Adem, zoals de jongen heet, een voorschot op zijn leven. Hij schenkt hem een zandloper. Zolang het zand loopt mag hij zijn ouders zoeken. Het lijkt in een stad vol mensen een onmogelijke missie. Maar het moet lukken, want daarvoor houdt Adem teveel van het leven! Een briefje van Vaclav dat achterbleef op de brug is voorlopig zijn enige aanknopingspunt.

Wat volgt is een fantasierijk verhaal over de zoektocht van Adem naar zijn ouders en zijn bijna wanhopige pogingen hen – eenmaal gevonden  - te koppelen. Ze zijn ook zo verschillend! Hij een activistische zwerver die de muren in de stad volschrijft met politieke leuzen. Zij een gedreven rechercheur bij de politie.


Tjibbe Veldkamp schreef een magisch en sprookjesachtig verhaal met als belangrijke thema’s levenslust, hoop en de kwetsbaarheid van het menselijk bestaan. Een verhaal waarvan je stil wordt. Zo leuk kan lezen zijn!

Veldkamp en illustrator Mark Janssen wonnen met De jongen die van de wereld hield meerdere prijzen, waaronder de Nienke van Hichtum-prijs 2023, een Zilveren Griffel 2024 en de Woutertje Pieterse Prijs 2024. Wat mij betreft voor alle leeftijden, maar heel geschikt voor tien tot vijftien jaar.


Veldkamp, T. (2025). De jongen die van de wereld hield. Illustraties van Mark Janssen. Amsterdam – Antwerpen: Em. Querido’s Uitgeverij. Isbn 978 90 451 2923 5 € 17,99, 173 blz.

woensdag 15 oktober 2025

Kevin Brooks - Bad Castro

De lezer volgt Castro, die op vijftienjarige leeftijd al een beruchte reputatie geniet in de onderwereld van Zuid-Londen. Het verhaal wordt verteld door Judy Ray, een jonge rechercheur die er ’s avonds, samen nog met twee collega’s, op uittrekt om Castro als moordverdachte op te pakken voor een verhoor. Onderweg naar het bureau wordt de politieauto geramd. Daarbij komen de  twee collega’s van Judy om het leven. Judy en Castro proberen na de crash te overleven in een uiterst gevaarlijke omgeving. Het is nacht en alleen door samen te werken kunnen ze wellicht uit handen blijven van bendeleden die hen willen uitschakelen. Langzaam maar zeker groeien de op het oog zo verschillende mensen naar elkaar toe. De politievrouw en de crimineel. Het lijkt of Castro er belang bij heeft Judy te beschermen. Maar waarom?


Een meeslepend, rauw en heftig verhaal dat laat zien dat de grenzen tussen goed en kwaad – een bekend motief in het werk van Brooks - niet altijd duidelijk en vanzelfsprekend zijn. Een boek om helemaal in op te gaan met – nog een handelsmerk van Brooks – een heel verrassend slot.


Kevin Brooks (1959) kennen we vooral van zijn young adults. Hij ontpopte zich de afgelopen decennia tot een productief schrijver en zijn spannende, dikwijls sinistere verhalen worden door jongeren omarmd en door recensenten lovend ontvangen. Zijn boeken zitten psychologisch en verhaaltechnisch doordacht in elkaar, dagen de lezer uit en bieden stof tot nadenken. Dat verklaart waarom we titels als Martyn Big (2003) en Bunkerdagboek (2014) terugvinden op de leeslijsten van menig middelbare school.

De Nederlandse uitgever van het werk van deze Engelse auteur, De Harmonie in Amsterdam, voorzag Brooks meest bejubelde boeken van een eigentijds jasje. De hiervoor genoemde verhalen zijn nu samen met iBoy (2012) en Big Castro (2022) voor een aantrekkelijke prijs te verkrijgen. Besprekingen van al deze titels zijn terug te vinden in mijn blog. Tijd voor een (hernieuwde) kennismaking.


Brooks, K. (2025). Bad Castro. Oorspronkelijke titel: Bad Castro. Vertaling uit het Engels door Jenny de Jonge. Amsterdam: Uitgeverij De Harmonie. Isbn 978 94 633 6240 5 € 18,00, 159 blz.



Kevin Brooks - Bunkerdagboek

 

Ik snap niet dat ik erin ben getrapt.

Toen ik vanmorgen wakker werd, was het nog donker.

Zo gauw ik mijn ogen opendeed wist ik waar ik was.

Een rechthoekig, helemaal witgeschilderd betonnen gebouw met een laag plafond. Aan de grote gang liggen zes kleine kamers.

Er zijn geen deuren. Geen ramen.

Erin of eruit kan alleen met de lift.

Wat gaat hij met me doen?

Als ik het goed heb komt de lift over vijf minuten naar beneden.

Hij kwam ook.

Alleen was hij deze keer niet leeg.

Zes mensen zijn ontvoerd en worden opgesloten in een lege, ondergrondse bunker. Ze kennen elkaar niet en het is gissen naar de motieven van de onbekende ontvoerder, die hen voortdurend begluurt middels onbereikbare camera’s.

Het zijn de zestienjarige Linus Weems uit een gebroken, welgesteld gezin, vijf maanden eerder weggelopen van huis. Hij voelt zich niet gezien en begrepen door zijn alleenstaande vader en hij leeft sindsdien op straat.

Jenny, nog maar negen jaar oud.

Fred, een beer van een vent met een gewelddadige inslag en een drugsverleden.

Anja, een jonge vrouw achter in de twintig die handelt in vastgoed.

William Bird, een zakenman.

En tot slot Russell Lansing, natuurkundige, op leeftijd en ernstig ziek. Door een hersentumor kampt hij geregeld met uitvalverschijnselen.

De groep is volledig afhankelijk van de ontvoerder die geen middel schuwt zijn gevangenen te treiteren en ze te straffen voor ontsnappingspogingen.


Bunkerdagboek werd bekroond met de Carnegie Medal (2014). Het is een bloedstollend en uiterst beklemmend verhaal met een verre van wens vervullend einde dat nog lang nadreunt in je hoofd. De geschiedenis bestaat uit notities van de ik-persoon Linus in een kladblok waar hij niet alleen zijn dagen telt, maar ook al zijn angsten, frustraties en herinneringen aan zijn ouders vastlegt op papier.


Kevin Brooks (1959) kennen we vooral van zijn young adults. Hij ontpopte zich de afgelopen decennia tot een productief schrijver en zijn spannende, dikwijls sinistere verhalen worden door jongeren omarmd en door recensenten lovend ontvangen. Zijn boeken zitten psychologisch en verhaaltechnisch doordacht in elkaar, dagen de lezer uit en bieden stof tot nadenken. Dat verklaart waarom we titels als Martyn Big (2003) en Bunkerdagboek (2014) terugvinden op de leeslijsten van menig middelbare school.

De Nederlandse uitgever van het werk van deze Engelse auteur, De Harmonie in Amsterdam, voorzag Brooks meest bejubelde boeken van een eigentijds jasje. De hiervoor genoemde verhalen zijn nu samen met iBoy (2012) en Big Castro (2022) voor een aantrekkelijke prijs te verkrijgen. Besprekingen van al deze titels zijn terug te vinden in mijn blog. Tijd voor een (hernieuwde) kennismaking.

 

Brooks, K. (2025). Bunkerdagboek. Oorspronkelijke titel: The Bunker Diary. Vertaling uit het Engels door Jenny de Jonge. Amsterdam: Uitgeverij De Harmonie. Isbn 978 94 633 6239 9 € 20,00, 236 blz.

Kevin Brooks - Martyn Big

In 2002 debuteerde Brooks met Martyn Big een grappig detectiveverhaal waarmee hij direct veel lezers aan zich bond. Dat niet alleen, hij won er bovendien de Branford Boase Award mee, een prestigieuze Britse literaire prijs die jaarlijks wordt uitgereikt aan een uitstekende kinder- of jeugdroman van een startende schrijver.

Hoofdpersoon is de vijftienjarige Martyn, gek op detectives. Het liefst schreef hij er zelf een, maar nog beter zou hij zelf als speurder door het leven gaan. Daarvoor krijgt hij onverwacht alle gelegenheid als zijn alcoholistische, nogal agressieve vader onder verdachte omstandigheden overlijdt. Martyn lijkt als enige getuige ook meteen de enige verdachte en hij probeert de dood van zijn vader daarom geheim te houden. Samen met zijn buurmeisje Alex (Alexandra Freeman) broedt hij op een plan om van het lijk af te komen. Een verlaten steengroeve moet uitkomst bieden, maar een nogal opdringerige en bemoeizuchtige tante Jean en Dean, het onbetrouwbare vriendje van Alex, dwarsbomen de plannen. De laatste heeft ontdekt dat Martyns vader vlak voor zijn dood een grote erfenis van liefst dertigduizend pond opstreek en hij is vast van plan beslag te leggen op het geld. Hij weet van Martyns voornemen het lijk van zijn vader te verstoppen en hij begint Martyn te chanteren.

De plot van deze met veel vaart geschreven geschiedenis is sterk, verrassend en blijft je nog lang bij.


Kevin Brooks (1959) kennen we vooral van zijn young adults. Hij ontpopte zich de afgelopen decennia tot een productief schrijver en zijn spannende, dikwijls sinistere verhalen worden door jongeren omarmd en door recensenten lovend ontvangen. Zijn boeken zitten psychologisch en verhaaltechnisch doordacht in elkaar, dagen de lezer uit en bieden stof tot nadenken. Dat verklaart waarom we titels als Martyn Big (2003) en Bunkerdagboek (2014) terugvinden op de leeslijsten van menig middelbare school.

De Nederlandse uitgever van het werk van deze Engelse auteur, De Harmonie in Amsterdam, voorzag Brooks meest bejubelde boeken van een eigentijds jasje. De hiervoor genoemde verhalen zijn nu samen met iBoy (2012) en Big Castro (2022) voor een aantrekkelijke prijs te verkrijgen. Besprekingen van al deze titels zijn terug te vinden in mijn blog. Tijd voor een (hernieuwde) kennismaking.


Brooks, K. (2025). Martyn Big. Oorspronkelijke titel: Martyn Pig. Vertaling uit het Engels door Wiebe Buddingh. Amsterdam: Uitgeverij De Harmonie. Isbn 978 94 633 6237 5 € 18,00, 221 blz.

woensdag 10 september 2025

Elin Meijnen - De blauwe vinvistemster

Blauwe vinvistemster

Monica (13) vertrekt in de zomervakantie naar Terschelling. Ze kent het Waddeneiland goed. Haar oma en opa van moederskant zijn er de uitbaters van Theetuin de Houtzagerij en ze logeert er vaak.

Monica reist voor het eerst alleen. In Harlingen Haven raakt ze aan de praat met jongeren die zich opmaken voor een verblijf  op de populaire jongerencamping De Fruitmand. Op de boot bladert Monica in haar moeders fotoalbum. Het is mama’s laatste boek voordat ze tijdens een skivakantie verongelukte. Op een van de foto’s ziet Monica zichzelf zitten bij haar moeder op schoot. Samen lezen ze het boek De blauwe vinvis.

Hier werd ze vijf (…) Monica kende het helemaal uit haar hoofd. (…) Mama heeft er een gesprekje bij getypt.

 Monica: Kun je alle dieren temmen?

Mama: Ik denk het wel

Monica: Ook vissen?

Mama: Dolfijnen kun je temmen, verder weet ik het niet

Monica: De blauwe vinvis is de allergrootste vis van de wereld

Mama: De allergrootste ..

Monica: Dan word ik later blauwevinvistemster (p. 24)

Chillen op het strand

Aangekomen op Terschelling ontmoet Monica dezelfde vriendengroep en liegt ze over haar leeftijd. Een van de jongens nodigt haar uit hen op te zoeken en samen te chillen op het strand. Het is een aantrekkelijk voorstel omdat ze zo voor even kan ontsnappen aan haar jongere nichtje Silke en neefje Pim die eveneens in de Theetuin logeren en die voortdurend al haar aandacht opeisen.

In de dagen die volgen zijn er zorgen om opa die bij de reddingsactie van een jonge kat ten val komt. Nu oma haar man vergezelt naar het ziekenhuis op het vasteland hebben Monica, haar neefje en nichtje voor even het rijk alleen. Monica laat zich door haar nieuwe vrienden verleiden en sluit zich met Pim en Silke aan bij een kampvuur op het strand waar ze zich tot diep in de nacht vermaken. Monica voelt zich aangetrokken tot Teun (16), ze vindt hem meer dan aardig.

Jezelf zijn

Als opa en oma terugkeren op het eiland worden ze vergezeld door tante Aaf, opa’s oudere zus. De sfeer is gespannen en oma gedraagt zich nogal kribbig. Opa en zijn zus leggen het Monica uit. Monica’s moeder was een nogal rebelse tiener. Op de leeftijd van Monica begon ze te veranderen. Jelena deed alles stiekem, spijbelde van school en trok op met oudere vrienden. Oma ziet veel van haar kind terug in Monica, is bang dat haar kleindochter dezelfde kant opgaat.

‘Ik denk,’ zegt tante Aaf, ‘dat jouw oma nog heel veel verdriet heeft om Jelena. En dat ze de schuld bij zichzelf zoekt.’ (…)

‘Dat begrijp ik niet,’ zegt Monica.

‘Dat Greet vindt dat Jelena’s energie de oorzaak is van haar dood,’ zegt tante Aaf. ‘En dat het haar niet gelukt is om die energie in te dammen. (…) Jelena was roekeloos. Ze wilde altijd iets van avontuur beleven. Daarom ging ze offpiste skiën.’ (p. 130)

Diezelfde middag fietst Monica naar het strand. Ze realiseert zich dat ze lijkt op haar moeder, maar ze bedenkt dat ze toch ook vooral zichzelf is en dat zij het liefst wil blijven op het eiland waar ze zich verheugt op een ontmoeting met Teun. Het wordt voor deze zomer hun laatste samenzijn. De volgende morgen is hij voor dag en dauw vertrokken, maar Teun laat via zijn vriend Sebas een souvenir (een knuffel van de blauwe vinvis) met een briefje achter dat de deur opent voor een hereniging volgend jaar.


Elin Meijnen (Amsterdam, 1971), studeerde muziek en Nederlands. Ze staat voor de klas en heeft een passie voor jeugdliteratuur. Ze is enorm gedreven en doet er alles aan haar leerlingen aan het lezen te krijgen. In 2021 debuteerde ze als schrijfster met De tweede stem waarvoor ze de Jonge Jury Debuutprijs 2022 ontving. Huisje 13, leestip voor de Jonge Jury 2023, verscheen een jaar later. Daarna volgden nog Vanavond bij de rivier (2024) en De blauwe vinvistemster (2025). Voor een bespreking van Vanavond bij de rivier klik hier.

De blauwe vinvistemster is een echt meidenboek, vooral geschikt voor jongere leerlingen in de onderbouw. Teder en herkenbaar, grappig en gevat maakt Elin de lezer deelgenoot van de belevenissen van de hoofdpersoon op de drempel naar de puberteit.

Eigenlijk gebeurt er in de boeken van Elin Meijnen niet heel erg veel. Dat de schrijfster er evengoed in slaagt de aandacht van de lezer vast te houden zegt iets over haar vakmanschap. Het zijn haar scherpe observaties en de directe manier van vertellen waardoor jongeren beslist worden geraakt. Nergens onnodig problematiserend gaan haar verhalen over echte mensen. Ik ben fan!


Meijnen, E. (2025). De blauwe vinvistemster. Amsterdam: Uitgeverij Leopold. Isbn 978 90 258 8868 8 € 16,99, 181 blz.

Elin Meijnen - Vanavond bij de rivier

Een vakantie zonder zorgen?

Ik haat de treurigheid van gezinnen die aankomen op een camping. Mensen die na een lange dag rijden met gekreukte kleren uit de auto stappen en verdwaasd om zich heen kijken, meestal voor een vol terras waar iedereen ze aanstaart. Ongemakkelijker wordt het niet. (p. 5)

Het zijn de openingszinnen in Vanavond bij de rivier. De schrijfster laat Jay (16) aan het woord die met zijn ouders de Franse camping bezoekt waar ze sinds jaar en dag komen. Jay hoopt dat het inchecken snel klaar is zodat hij kan aansluiten bij zijn vakantievrienden.

Jay heeft alle reden uit te zien naar een vakantie zonder zorgen. Zijn vader kampt met de verschijnselen van post-covid en de ziekte beheerst niet alleen zijn leven, maar ook dat van zijn gezin. Jay en zijn moeder konden met heel veel inzet een faillissement van de sportschool niet voorkomen. Het huurhuis hoefden ze niet te verlaten, maar geldzorgen zijn er volop.

Lilou

De aanhoudende vermoeidheidsklachten van Jay’s vader en het gedoe over geld veroorzaken veel spanningen. Jay vindt afleiding bij zijn vrienden, maar zijn gedachten gaan vooral naar Lilou, de mooie jonge Française die werkt op de camping. Vooralsnog lijkt zij voor hem onbereikbaar. Ze spreekt geen Nederlands, is drie jaar ouder en niet onbelangrijk: ze heeft al een vriend. Toch is er een klik en als Lilou hem vraagt haar te helpen met Nederlandse lessen, omdat ze naar de kunstacademie wil in Nederland, ziet Jay een opening.

Onder de overkapping wordt het amusement opgebouwd. (…)

‘O jongens, dit wordt weer smullen,’ zeg ik lachend. ‘Lekkere Franse lulligheid waar we allemaal op gaan dansen vanavond.’

‘Franse luuligheid? Wat betekent dat?’

Betrapt.

Lilou staat naast me en kijkt naar me op met een dubbelzinnig lachje. ‘Ik heb Nederlandse les nodig, Zjay. “Luuligheid”. Ik ken jouw woorden niet.’ Ze draagt geen make-up, en haar haren zijn nat van het douchen.’ (…)

‘En vanavond wij gaan dansen. Vanavond ben ik vrij.’

Ik zweef. (p. 71-72)

Maar dan gooien Jay’s ouders roet in het eten en lijken zijn kansen verkeken. Of kan zijn ondernemende oma nog iets voor hem en zijn ouders betekenen?


Het verhaal is zo geschreven dat je alle gebeurtenissen meemaakt door de ogen van Jay. In een interview met Frits Spits (De Taalstaat - NPO1, 1 juni 2024)  legde Elin uit dat ze het een uitdaging vond het innerlijk van een zestienjarige jongen te beschrijven. Daar is ze heel goed in geslaagd. Jay maakt met al zijn onzekerheden een authentieke en geloofwaardige indruk en het zal de meeste pubers weinig moeite kosten zich te identificeren met deze sympathieke hoofdpersoon.

Een meeslepend verhaal dat leest als een trein en dat jongens van veertien jaar en ouder absoluut zal aanspreken.


Elin Meijnen (Amsterdam, 1971), studeerde muziek en Nederlands. Ze staat voor de klas en heeft een passie voor jeugdliteratuur. Ze is enorm gedreven en doet er alles aan haar leerlingen aan het lezen te krijgen. In 2021 debuteerde ze als schrijfster met De tweede stem waarvoor ze de Jonge Jury Debuutprijs 2022 ontving. Huisje 13, leestip voor de Jonge Jury 2023, verscheen een jaar later. Daarna volgden nog Vanavond bij de rivier (2024) en De blauwe vinvistemster (2025).  Voor een bespreking van dat laatste boek klik hier.


Meijnen, E. (2024). Vanavond bij de rivier. Amsterdam: Uitgeverij Leopold. Isbn 978 90 258 8715 5 € 16,99, 156 blz.

donderdag 29 mei 2025

Wilma Geldof - Het meisje dat er niet mocht zijn

We zijn meer dan ons verleden

Nieuw werk van Wilma Geldof (Alphen aan de Rijn, 1962). Ze schreef Het meisje dat er niet mocht zijn. Wilma won de Thea Beckmanprijs in 2015 met Elke dag een druppel gif, een jeugdroman over een jongen uit een NSB-gezin. Op mijn blog staat de bespreking van nog een derde oorlogsverhaal van Wilma Geldof, Het meisje met de vlechtjes (2018), gebaseerd op het waargebeurde verzetsverhaal van Nederlands jongste verzetsmeisje Freddie Oversteegen.

In Het meisje dat er niet mocht zijn neemt de schrijfster de lezer mee naar 1961, het jaar dat het Eichmann-proces loopt. De zestienjarige Ditte de Leeuw moet een schoolopdracht maken over de Tweede Wereldoorlog. Ze wordt gekoppeld aan een nieuw meisje in de klas, de Joodse Rivka, die in de oorlog vele familieleden verloor. Ditte weet vrijwel niets over het oorlogsverleden van haar moeder, Nora. Ze weet zelfs niet wie haar biologische vader is. Omdat haar moeder weigert iets te vertellen, gaat Ditte zelf op onderzoek uit. Het blijkt dat haar vader een Duitse soldaat was, die vanaf november 1944 werkzaam was in het beruchte concentratiekamp in Sachsenhausen. Deze ontdekking heeft grote gevolgen en brengt Ditte in gewetensnood. Kan zij nog wel bevriend blijven met Rivka? En wat betekent deze ontdekking voor haarzelf als dochter van een nazi? Is het terecht dat klasgenoten haar uitschelden voor moffenkind, zoals destijds ook haar moeder als moffenhoer werd kaalgeschoren in het openbaar?

Ik leef, maar anderhalf miljoen Joodse kinderen zijn vermoord. (…) Ben ik een slecht mens als ik om mezelf huil? Is het oneerlijk als ik om mezelf grien en niet om die anderhalf miljoen kinderen? Ben ik sowieso slecht omdat ik een moffenkind ben? (p.228)

Ditte spoort haar vader op en zoekt contact met hem. Wanneer Ditte tijdens de diploma-uitreiking op haar middelbare school de microfoon in handen krijgt, richt ze zich eerst aarzelend en dan zelfverzekerd tot alle aanwezigen.

We zijn allemaal meer dan ons verleden. (…) Wie mij aankijkt op de keuzes of daden van mijn ouders is zelf geen haar beter. (…) Ik bén geen schande. (p. 379)

Het meisje dat er niet mocht zijn is een knap geconstrueerde YA-roman waarin Geldof geregeld wisselt van perspectief. Er zijn de fragmenten waarin het vertelperspectief ligt bij de ik-figuur Ditte. Daarnaast zijn er de tijdsprongen naar de oorlogsjaren 1943 – 1945 waar gekozen is voor het personale perspectief met Nora in de hoofdrol.

Een uitermate boeiend boek, geschreven in die kenmerkende krachtige stijl van Geldof over familie, liefde en uitsluiting en de moed die nodig is om het verleden onder ogen te zien.


Weer zo'n fascinerende Young-Adult van Luitingh-Sijthoff, de uitgever in Amsterdam, die zich al enige tijd onderscheidt in de uitgave van boeiende kwaliteitsverhalen.


Geldof, W. (2025). Het meisje dat er niet mocht zijn. Luitingh-Sijthoff. Isbn 978 90 210 5353 0 € 19,99, 398 blz.

Marte Jongbloed - 1300 bommen in 13 minuten

Minder ervaren lezers kunnen goed uit de voeten met 1300 bommen in 13 minuten van Marte Jongbloed (Amsterdam, 1970). Door het dramatische onderwerp en de directe manier van vertellen worden brugklassers beslist geraakt. 

Het verhaal vertelt over het Rotterdamse bombardement dat in 2025 vijfentachtig jaar geleden plaatsvond.

Joop (13) woont in Rotterdam. Hij heeft van zijn moeder het horloge van zijn overleden vader gekregen. Hoewel de Duitsers de stad een paar dagen eerder binnenvielen, voelt het nog niet echt als oorlog. Alles verandert wanneer op 14 mei het luchtalarm afgaat.

Joop wordt op pad gestuurd om zijn broer Anton te waarschuwen, maar dan vallen de bommen. Op zijn horloge ziet Joop dat de stad in dertien minuten is veranderd in een vuurzee. Hij overleeft het bombardement, maar zijn huis is weg.

Als je iets kwijt bent, bijvoorbeeld een sleutel, dan ga je zoeken op de plek waar je die voor het laatst hebt gezien. Maar de plek waar ik mijn familie voor het laatst heb gezien, bestaat niet meer. (p. 23)

Joop gaat op zoek naar zijn familie. Daarbij krijgt hij gezelschap van Marie. Samen zoeken ze hun weg door de puinhopen en alle brandhaarden. Onderweg ontmoeten de kinderen talloze ontheemden, gewonden, mensen die doelloos dwalen, soms in het bezit van enkele bezittingen die gespaard bleven.

 

Marte Jongbloed is docente taal- en jeugdliteratuur op een hogeschool. Haar belangstelling voor geschiedenis neemt ze mee in haar werk als schrijfster, zoals In Gevaarlijk water (Luitingh-Sijthoff, 2023) over de watersnoodramp van 1953 en Gevangen in de stad (Luitingh-Sijthoff, 2024) dat zich afspeelt in de late middeleeuwen.


Jongbloed, M. (2025). 1300 bommen in 13 minuten. Amsterdam: Luitingh-Sijthoff. Isbn 978 90 210 5352 3 € 15,99, 128 blz.

donderdag 13 maart 2025

Mark de Groot - Rosa's reis

De dag die je leven een zwieper geeft

Op een dag vindt Rosa in de slaapkamer van haar ouders een doos met babyfoto’s. Het is de dag dat haar leven plotsklaps een totaal andere wending krijgt. Want ze herkent zichzelf. Maar op de achterzijde van de foto’s staat de naam Keeva. Dat betekent dat ze niet echt Rosa heet. Hoe is dat mogelijk? Ze ontdekt ook papieren over haar adoptie. Dat weet ze wel. Toen ze nog een baby was, zijn haar biologische ouders omgekomen bij een auto-ongeluk. Zij was de enige die het overleefde. Zo is het haar tenminste altijd verteld door David en Marie, haar adoptieouders. Maar nu vindt ze behalve die foto’s ook een brief van haar moeder Simone. Vijf maanden geschreven na haar zogezegde dood met haar adres in Zuid-Frankrijk. En dus wil Rosa ontdekken wie ze echt is. Ze laat een kort briefje achter voor haar pleegouders en pakt de fiets richting het Centraal Station. Daar hoopt ze het minst op te vallen. Bij het loket echter slaat de paniek toe. Ze vlucht en heeft een ontmoeting met een behulpzame schoonmaakster die haar op het spoor zet van een hutje aan het water van het IJ waar ze hopelijk haar gedachten verder kan ordenen. Daar aangekomen, heeft een dichte mist bezit genomen van het landschap en valt Rosa in een diepe slaap. Eenmaal ontwaakt, lijkt de echte wereld plaats gemaakt te hebben voor een magische fantasiewereld waarin ze een ontmoeting heeft met Christoffer, een sprekende meeuw. In diens gezelschap stapt ze op een vlot dat een eigen leven lijkt te leiden en vaart ze naar een vooralsnog onbekende bestemming. Een reeks van bijzondere ervaringen volgt. Zo is daar op volle zee de ontmoeting met een witte walvis, wordt ze – aangespoeld op een sprookjesachtig strand - gevolgd door het beest van het woud, wordt ze gered door een oudere vrouw in een luchtballon en vervolgt ze uiteindelijk haar reis op de rug van een vliegend zilveren paard. 

Rosa’s reis is een fantasierijk, mysterieus en filosofisch getint avontuur vol onverwachte wendingen. Het slot brengt Rosa dichterbij een antwoord in de zoektocht naar zichzelf en haar biologische familie en fungeert tevens als bruggetje naar het volgende boek. Want deel twee is in de maak.

 

Mark de Groot (1974) is naast een bevlogen docent Engels ook schrijver voor volwassenen en kinderen. In 2020 verscheen Het zoekavontuur van Geenhoorn (Godijn Publishing),  een fantasieprikkelend en grappig kinderboek. In maart 2021 volgde bij dezelfde uitgever de jeugdthriller Skygge. Rosa’s reis is zijn debuut bij Clavis Uitgeverij en werd sfeervol geïllustreerd door Helen van Vliet. Het is wat mij betreft een aanrader voor de meer geoefende lezers in de brugklas.


Groot, M, de (2024). Rosa’s reis. Hasselt-Amsterdam-New York: Clavis uitgeverij. Isbn 978 90 448 5552 4 € 16,95, 143 blz.

dinsdag 4 maart 2025

Maren Stoffels - Nog 27 dagen leven

De 27-club

‘Soms voelt het alsof iedereen wacht op mijn dood. Niemand zegt het, maar ik zie het in hun ogen. Zelfs mijn vriendinnen zitten braaf naast mijn bed en wachten. Maar de ochtend erna ben ik er nog steeds. Ik ga niet dood. Nog niet tenminste. (…)

Aan het einde van dit verhaal ga ik dood. Je kunt er rustig op wachten, net als alle anderen. Misschien skip je een paar bladzijdes omdat je denkt: is ze er nou nog stééds? Is het nog stééds niet afgelopen? Maar aan het einde ga ik écht dood. Dat beloof ik.’ (p. 5)


Lissa ligt op sterven. De artsen hebben haar opgegeven. De kanker zit overal. De angst is groot dat er met een volgende hoestbui een nieuwe longbloeding ontstaat en dat ze stikt. Daarom heeft ze gekozen voor euthanasie. Zevenentwintig dagen na de eerste bloeding wil ze overlijden. Zo hoort ze een beetje bij de ‘27 club’, het illuster gezelschap van muzikanten en andersoortige beroemdheden die overleden op 27-jarige leeftijd. Mensen als Jimi Hendrix, Janis Joplin, Amy Winehouse en Jim Morrison.

Lissa slijt haar laatste dagen in haar slaapkamer waar ze vanuit haar bed door het venster een perfect uitzicht heeft op de straat en de huizen aan de overkant. Ze hoort alle geluiden en ze houdt van de constante stroom mensen die onder haar raam passeren. Amsterdam op zijn best.

Lissa heeft bedacht dat ze nog iets groots wil doen. Iets van betekenis. Ze zag ooit een filmpje waarbij een ruilhandel met als inzet een muntje na verloop van tijd resulteerde in het verkrijgen van een villa. Ze is vast van plan op eenzelfde manier haar oudere broer Mio te helpen aan een peperdure scooter. Die heeft hij nodig voor de toestemming van de overbuurman die het zijn dochter verbood Mio te vergezellen naar het aanstaande schoolfeest.

Lissa krijgt hulp van een toevallige voorbijganger, de schuchtere Ellen, die vanwege een wijnvlek in het gelaat worstelt met een minderwaardigheidscomplex. Tussen de meiden ontstaat, beide getekend door het leven, een warme vriendschap.


Maren Stoffels (Amsterdam, 1988) in een nawoord over Nog 27 dagen leven:

‘Mijn beste vriendin Laura overleed een paar jaar geleden. In die zomer kreeg ze longbloedingen als gevolg van kanker. Halsoverkop brak ik mijn vakantie af om bij haar te kunnen zijn. Na die eerste longbloeding leefde Laura nog zevenentwintig dagen.

Ik heb mijn hoofdpersoon in dit boek precies dezelfde zevenentwintig dagen gegeven. Maar dat niet alleen: ik schrééf dit boek ook in zevenentwintig dagen. Ik wilde die tijd herbeleven, deels door de ogen van Laura. Ik voelde de druk van de deadline. Ik heb ervaren hoe het is als je nog maar zo weinig tijd hebt. Ik probeerde elke vrije minuut te schrijven, want ik wilde dat mijn hoofdpersoon nog zoveel mogelijk uit haar leven kon halen.’ (p. 257)

 

Maren Stoffels debuteerde als zeventienjarige in 2005 met Dreadlocks & Lippenstift (Leopold) waarmee ze in hetzelfde jaar zowel de Prijs van de Jonge Jury als de Debuutprijs won. Ze gold toen al als een veelbelovend talent. In 2009 werd zij in Elsevier opgenomen in de lijst van ‘Vijftig grootste beloften voor de toekomst’. Sindsdien zijn er vele boeken van haar verschenen.

Wat mij betreft, is Nog 27 dagen leven het beste wat ze tot nog toe schreef. Een prestatie van formaat, gelet ook op de korte tijdspanne waarin het tot stand kwam. Zonder valse emoties, ingetogen en met heel veel gevoel geeft de schrijfster een diepgravend, goed uitgewerkt psychologisch portret van de hoofdpersonen Lissa en Ellen. Stilistisch mooi en zorgvuldig, inhoudelijk gevoelig en ontroerend. De emoties en onzekerheden van de verhaalfiguren zijn authentiek neergezet. Wat ik met name knap vind, is dat Stoffels erin slaagt het verhaal ondanks de emotionele en dramatische lading nergens onnodig zwaar te maken. Een van de betere jeugdboeken die ik de laatste tijd las en een absolute aanrader voor lezers van dertien jaar en ouder.  


Update 23-09-2025

Zondag 21 september won Maren Stoffels de prijs van Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek (CPNB): 'het Beste Boek voor Jongeren'. Nog 27 dagen leven werd gekozen uit vijf genomineerde boeken voor de categorie Oorspronkelijk Nederlandstalig.

'Het Beste Boek voor Jongeren' is een literaire prijs die boeken bekroont van hoge kwaliteit en die goed aansluiten bij de belevingswereld van jongeren. 


Stoffels, M. (2024) Nog 27 dagen leven. Amsterdam: Uitgeverij Leopold. Isbn 978 90 258 8797 1 € 21,99, 258 blz.