Posts tonen met het label eenzaamheid. Alle posts tonen
Posts tonen met het label eenzaamheid. Alle posts tonen

maandag 18 mei 2026

Kim Bekkers - Hongertocht

Kind-zijn in oorlog

‘Ik trap zo hard als ik kan en ga met een noodvaart op de brug af. (…)De Duitse soldaat buldert een waarschuwing. Ik negeer hem. (…) Het geluid van een geweer dat wordt geladen echoot over de brug.’ (p. 84)

Het is 1944 en Nederland wordt bezet door het Duitse leger. In dit vierde oorlogsjaar hebben de bewoners van Rotterdam het heel zwaar. Aan alles is een gebrek. Brandstof, medicijnen, voedsel ... De mannen zijn verdwenen. Ondergedoken, in het leger of te werk gesteld. Hun familieleden proberen te overleven. Het is half december en het is ijzig koud.

Tonnie (14) besluit dat het zo niet langer kan. Zij is de enige uit het gezin die op hongertocht kan gaan. Een gevaarlijke fietstocht naar het platteland om eten te vinden voor haar familie. Helemaal alleen gaat ze op weg in een ijskoude wereld waarin ze niemand kan vertrouwen. Op haar fiets zonder banden.

Aanvankelijk wordt ze vergezeld door haar oudere nicht Didi, maar die haakt af zodra blijkt dat de tocht heel gevaarlijk is.

We volgen Tonnie gedurende haar eenzame reis over het platteland waar ze mensen ontmoet die haar lang niet allemaal vriendelijk gezind zijn. Maar er zijn er ook die haar helpen aan eten en een slaapplaats. Onbedoeld helpt ze mannen van het verzet die schuilen in een boerderij waar Tonnie de nacht doorbrengt in een stal tussen de koeien en kippen.

De tocht om eten te vinden voor haar familie valt Tonnie zwaar. Ze heeft zich voorgenomen voor Kerst weer thuis te zijn. Hongerig, bang en uitgeput ploetert ze voort, gedreven door de gedachten aan de mensen die haar dierbaar zijn.


Hongertocht is gebaseerd op de herinneringen van de grootmoeder van de schrijfster van het verhaal, Kim Bekkers. Haar oma maakte destijds als kind alle bombardementen van dichtbij mee en leed tijdens de zogeheten hongerwinter van ‘44/’45 intense honger. Dat dreef haar zoals zovele Nederlanders tot het eten van tulpenbollen, het bedelen om aardappelschillen en het maken van meerdere hongertochten. De gaten vulde ze naar eer en geweten in, rekening houdende met het karakter van haar oma Tonnie en de tijd waarin zij opgroeide.

 

En zo werd Hongertocht een prachtig document dat op een indringende manier de mentale veerkracht toont van een jong meisje in oorlogstijd. Geen heroïsch avontuur, maar een bittere strijd om te overleven. De schrijfster laat zien hoe jonge mensen in een oorlogssituatie buitengewone moed kunnen tonen, maar wel ten koste van hun kindertijd. Een verantwoordelijkheid vele malen te groot voor een veertienjarige.

 

Hongertocht is het debuut van Kim Bekkers (1990) en zet lezers aan het denken, maakt het leed van gewone mensen in oorlogstijd tastbaar. Het is wrang dat de historische gebeurtenissen met alle gewapende conflicten vandaag de dag weer uiterst actueel zijn. Het doet je beseffen dat onze vrijheid niet vanzelfsprekend is.

 

Een hartverscheurend, realistisch verhaal dat indruk maakt en de lezer (twaalf jaar en ouder) niet onberoerd laat.


Bekkers, K. (2026). Hongertocht. Amsterdam: Uitgeverij Leopold. Isbn 978 90 258 8955 5 € 16,99, 103 blz.

zondag 26 april 2026

Reinier Sonneveld - De geheimen van Sterrenstad

Ilya woont in Sterrenstad, een verborgen plaats in de voormalige Sovjet Unie ten tijde van de koude oorlog. De stad ontbreekt zelfs op de landkaart! Er worden in het diepste geheim kosmonauten opgeleid om later de ruimte in te gaan. Ilya’s vader werkt in de ‘verboden gebouwen’. Op een dag verdwijnt hij zonder uitleg. Er komen af en toe brieven, maar niemand vertelt Ilya waar zijn vader is of waarom hij weg moest. Zijn moeder ontwijkt alle vragen. Dit voedt Ilya’s wantrouwen en verdriet.

Ilya laat het er niet bij zitten. Hij is vastbesloten zijn vader terug te vinden en hij krijgt hulp van zijn vriendin Zlata. De twee kinderen ontdekken vreemde zaken. Zo verdwijnen er mensen van foto’s, is de bioscoop in hun stad pure nep en eindigen voetsporen in de sneeuw abrupt. De raadsels stapelen zich op en de sfeer wordt dreigender. En terwijl Ilyas en Zlata moeite doen te achterhalen wat er werkelijk speelt, rijpt zich een bizar, gedurfd plan in hun hoofden. Ze willen verder reizen dan een kind ooit heeft gedaan.


Het verhaal is een raamvertelling. In het eerste hoofdstuk vertelt de schrijver Reinier Sonneveld over een ongeluk dat hij meemaakte met zijn zoon in Plopsaland waar de twee urenlang vastzaten in een karretje in een stilgevallen achtbaan. Terwijl de reddingsactie op gang kwam, vertelde een passagier (de volwassen Ilya) achter hen, een ongelooflijk verhaal over zijn jeugd in een communistische enclave in 1983. Het zijn deze jeugdherinneringen die centraal staan in Sonnevelds boek.

De wereld waarin Ilya groot wordt, is er een vol geheimen en propaganda, waardoor hij niet weet wat hij mag voelen of geloven. Zijn verwarring en eenzaamheid zijn subtiel maar intens. Het totalitaire systeem in de Sovjet Unie bepaalt Ilya’s leven en laat geen ruimte over voor eigenheid. Zijn ontdekkingstocht is feitelijk een langzaam ontwaken — een proces dat herkenbaar is voor jongeren die leren kritisch te denken.


Een authentiek verhaal met een heel bijzondere sfeer dat na afloop nog lang in je hoofd blijft sudderen. Reinier Sonneveld  (1978) is schrijver en theoloog. Uit zijn pen rolden onder meer essays en populairwetenschappelijke non-fictie over met name het christelijk geloof. Hij publiceerde meerdere jeugdromans, musicals, prentenboeken en thrillers.

Geschikt voor de brugklas.


Sonneveld, R. (2025). De geheimen van Sterrenstad. Rotterdam: Uitgeverij Lemniscaat bv. Isbn 978 90 477 1849 9 € 15,99, 222 blz.

Bianca Mastenbroek - Tims stille schreeuw

Tim maakt na de scheiding van zijn ouders een depressie door die hij zelf nauwelijks begrijpt en die door zijn omgeving niet wordt opgemerkt. Terwijl hij steeds verder wegzakt, probeert hij wanhopig overeind te blijven. Tot zijn stille schreeuw eindelijk wordt gehoord. Hij heeft iets verschrikkelijks gedaan. Nu ligt hij als een zombie in bed en reageert nergens meer op. Zelfs niet op zijn beste vriend Jurre.

Die voelt zich schuldig en wil alles doen om te helpen. Als hij Tim smeekt om weer normaal te doen, wordt Jurre meegezogen in de duistere binnenwereld van zijn vriend. Een magische wereld, die zou moeten sprankelen door het licht van de Zonneprinses, maar zij is op sterven na dood. Om haar te redden zal Tim de heks uit het Moeras der Moedeloosheid moeten verslaan. De tocht door het duister zit vol gevaar en tegenslag. Terwijl hun moed en vriendschap op de proef worden gesteld, ontdekken Tim en Jurre wat er écht in hen schuilt. Ondertussen druppelt de Emmer des Tijds vol, tikt de tijd langzaam weg, Lukt het de jongens hun opdracht te voltooien alvorens de Emmer overstroomt? Want dan is het te laat.


Het boek is knap opgebouwd. Dagboekfragmenten van Tim en de avonturen die hij met Jurre beleeft, wisselen elkaar af. Gaandeweg kom je als lezer steeds meer aan de weet over de jongens en hun thuissituatie. Het wordt duidelijk dat de fantasievolle missie niet alleen de zieke zonneprinses kan redden, maar dat Tim zo ook zichzelf helpt. Aan het eind wordt duidelijk wat voor verschrikkelijks Tim heeft gedaan en dat komt binnen! Maar dan ontstaat er – doordat Tim zich openstelt – ook ruimte voor herstel.

Wat een mooi boek! Prachtig geïllustreerd ook door Monique Dozy. Hulde! Zeer geschikt voor lezers in de onderbouw, vooral ook voor die kinderen die kampen met gevoelens van neerslachtigheid. Mastenbroek laat zien dat je niet alleen bent. Hulp vragen is geen zwakte, praten helpt!


Bianca Mastenbroek (1975) schreef al meer dan veertig boeken voor kinderen, jongeren en volwassenen. Het liefst schrijft ze spannende, magische, sprookjesachtige of historische verhalen en dat doet ze heel verdienstelijk. In 2019 won ze met Hendrick, de Hollandsche indiaan zowel de Jonge Beckman als de Thea Beckmanprijs. Ze werd ook tweemaal genomineerd voor de Kleine Cervantes.


Mastenbroek, B. (2025). Tims stille schreeuw. Rotterdam: Uitgeverij Lemniscaat b.v. Isbn 978 90 477 1825 3 € 16,99, 260 blz.

Aline Sax - Wat ons nog rest

Aline Sax (Antwerpen, 1984) schreef drie jaar geleden Wat ons nog rest, een moreel gelaagde jeugdroman over de Tweede Wereldoorlog.

De schrijfster won met het boek in 2025 de Boon literatuurprijs, een belangrijke Vlaamse prijs voor de beste Nederlandstalige boeken. Ik citeer uit het juryrapport:

‘Aline Sax geeft een indringende impressie van Berlijn in de schemering van de Tweede Wereldoorlog, bekeken vanuit het perspectief van de verliezers: dat hebben we in de jeugdliteratuur nog niet vaak gezien. En geschreven in free verse bovendien: ook dat is vrij uniek in de Nederlandstalige jeugdliteratuur. Een roman waarin wreedheid niet uit de weg wordt gegaan, maar waarin veerkracht en een authentieke stem de boventoon voeren.’

Sax situeerde haar verhaal in Berlijn, april 1945. Alle hoop lijkt verloren. De Russen staan op het punt om de Duitse hoofdstad binnen te vallen. In de ruïnes van de stad probeert Henrike, een zeventienjarig meisje, te overleven, samen met haar moeder, haar jongere broer en de buren die zich met hen in de kelder verschanst hebben. De gevechten komen elke dag dichterbij. Tot het front over hun wijk rolt. De straten kleuren rood en de Russen worden heer en meester. Ze pakken de bezittingen van de burgers af en vergrijpen  zich aan de vrouwen. Ook Henrike wordt slachtoffer van een groepsverkrachting.


Sax’ poëtisch taalgebruik heeft een grote zeggingskracht waarbij de schrijfster de kunst van het weglaten verstaat. Het zijn vooral de dingen die niet gezegd worden, die komen keihard binnen.

De hoofdpersoon vertelt over alle ellende, maar maakt de lezer boven alles bewust van haar eigen ongerustheid, haar radeloosheid en de tergende onzekerheid over alles wat nog komen gaat. Vluchten is zinloos.


Ik heb niet gedroomd

En dat is een zeldzaam geluk.

Droomloos slapen,

Zonder schreeuwend

De anderen te wekken.

Uit de gedroomde nachtmerrie,

De echte in. (p. 22)


De uitgever besloot tot een heruitgave van deze tragische geschiedenis, een luxe editie met kleur op snee, soft touch afwerking, spotvernis, een leeslintje, een katern met foto’s en een interview met de auteur. Voor wie het boek nog niet kent, is deze vernieuwde uitgave een uitgelezen kans om alsnog kennis te maken met deze beklemmende ode aan de kracht en de moed van vrouwen gedurende de allesverwoestende laatste dagen van de Tweede Wereldoorlog.

Aline Sax studeerde geschiedenis en heeft een fascinatie voor het verleden. Ze hoopt dat Wat ons nog rest een oproep mag zijn om te blijven ijveren voor een wereld waarin geen plaats meer is voor oorlog.

Wat mij betreft een absolute aanrader voor geoefende lezers vanaf leerjaar drie.


Sax, A. (2026) Wat ons nog rest. Antwerpen: Salto/Standaard Uitgeverij nv. Luxe editie Isbn 978 90 022 8722 0 € 19,99. Gewone editie 978 90 022 786 17€ 16,99, 264 blz.

maandag 30 maart 2026

Lauren DeStefano - Chemical Garden: Wither

In 2011 verscheen het eerste deel van de alom bejubelde Chemical Garden-trilogie van de Amerikaanse Lauren DeStefano (1984). Verwelken (Van Holkema & Warendorf) bleek in ons land een doorslaand succes en ook de overige twee delen (Vrees en Verbreken, 2012 - 2013) werden met 25.000 exemplaren in Nederland en Vlaanderen verbluffend goed verkocht.

Nu, vijftien jaar later, besloot Uitgeverij Unieboek|Het Spectrum bv tot een heruitgave van deze uitstekend geschreven dystopische serie voor lezers van vijftien jaar en ouder. Hierna een uitgebreide bespreking van het eerste boek: Wither.

Wat als je weet dat je bijna zult sterven?

Wither speelt zich af in de toekomst. De wereld is als gevolg van een allesverwoestende Derde Wereldoorlog ingrijpend veranderd. De continenten bestaan niet meer, zijn verzonken in de oceanen. Alleen Noord-Amerika heeft zich staande gehouden. Een hoog ontwikkelde technologische beschaving maakte het mogelijk dat de bevolking immuun werd voor kanker en andere ziektes. De wetenschap perfectioneerde de voortplanting en bracht een generatie sterke kinderen voort, bijna onsterfelijk.

Wat niemand echter had voorzien, was dat deze robuuste generatie niet in staat bleek haar goede genen door te geven aan het nageslacht. Terwijl de eerste generatie floreerde, ging er iets heel erg mis met hun kinderen en de kinderen van hún kinderen. Die worden gezond geboren, maar blijken een zeer beperkte houdbaarheid te hebben. De levensduur voor mannen stopt bij 25 en voor vrouwen al bij 20 jaar!

Sindsdien is de eerste, gezonde generatie koortsachtig bezig een medicijn te ontwikkelen dat het dodelijk virus kan onderdrukken. Geen middel wordt geschuwd. In opdracht van rijke families verdienen Verzamelaars hun geld met het oppakken van potentiële bruiden die verkocht worden om nieuwe kinderen te baren. Deze kinderen belanden net als hun jong overleden moeders op snijtafels in de hoop een antiserum te vinden.

Rhine Ellery, de zestienjarige hoofdpersoon, reageert op een advertentie waarin jonge vrouwen voor veel geld worden overgehaald beenmerg af te staan ten behoeve van medisch onderzoek. Het blijkt een valstrik. Samen met nog vijftien vrouwen wordt Rhine gekidnapt en opgesloten in een vrachtwagen. Drie van hen worden uitgekozen. Ook Rhine is daarbij. Haar bijzondere ogen (het linker blauw en het rechter bruin) vallen blijkbaar bij de ontvoerders in de smaak. De overige vrouwen worden teruggedreven in de vrachtwagen en dertien geweerschoten laten geen enkele twijfel bestaan over hun lot.

Rhine en haar lotgenoten Jenna en Cecily worden vervolgens gedrogeerd en in bewusteloze toestand overgebracht van het grootstedelijke Manhattan naar een idyllisch landgoed in Florida. Daar worden ze gedwongen te trouwen met de 21-jarige Huisheer Linden Ashby. Rhine heeft slechts één doel voor ogen. Ze is vast van plan te ontsnappen, ook al valt haar echtgenoot best mee en blijkt hij een zachte, gevoelige man. Maar Rhine vergeet niet dat ze onder dwang in deze ongewenste situatie is beland en ze verlangt hevig naar thuis en naar Rowan, haar tweelingbroer. Daar komt bij dat zich in de kelders van het grote landhuis praktijken afspelen die te gruwelijk zijn voor woorden, zaken waar de hardvochtige meester Vaughn, de vader van Linden, meer van weet.

 

Gevangen in het verhaal

Al direct in het eerste hoofdstuk raak je gevangen in het verhaal en kun je niet meer stoppen met lezen. Wither ademt een sfeer van avontuur, dreiging, maar ook romantiek en intimiteit. Boeiend zijn de fragmenten waarin de drie ‘zustervrouwen’, verschillend als ze zijn, nader tot elkaar groeien. Psychologisch zit het goed in elkaar en het geeft de geschiedenis de nodige diepgang.

Het perspectief ligt geheel bij Rhine. Met al haar emoties en onzekerheden maakt ze als hoofdpersoon een authentieke indruk. Een zelfbewuste, stevige en onafhankelijke vrouw met een scherp observatievermogen die verdraaid goed weet wat ze wil. De overige personages komen jammer genoeg minder uit de verf. Zo blijft de bediende Gabriel qua persoon en karakter nogal oppervlakkig en dat is jammer, want hier viel voor de auteur absoluut winst te behalen. En misschien was Linden als verhaalfiguur interessanter geworden wanneer De Stefano hem wat minder zachtaardig had geportretteerd. Het is per slot van rekening moeilijk te geloven dat hij zich voortdurend schikt in de afwijzingen van Rhine en haar na afloop van een vrij intiem nieuwjaarsfeest zelfs de ruimte geeft alleen naar haar kamer te gaan.

Dat alles neemt niet weg dat DeStefano zich in deze fantasyroman ontpopt tot een begaafd vertelster. Met krachtige pennenstreken schreef zij een duister, meeslepend relaas dat spannend blijft tot het einde en doet verlangen naar meer. Dat komt goed uit, want het vervolg, Fever, ligt evenals het derde deel Sever nu al in de winkel. De verhalen sluiten naadloos op elkaar aan en zijn subliem vormgegeven. Met hun surrealistisch omslag en de opvallend gekleurde sprayed edges zijn de boeken een absolute blikvanger.

Zonder enige twijfel verhalen met leesbevorderende elementen, geschreven voor een breed publiek en geschikt vanaf leerjaar drie.


DeStefano, L. (2025). Chemical Garden – Wither (1), Fever (2), Sever (3). Vertaald uit het Engels door Esther Ottens. Amsterdam: Imprint Van Goor, Unieboek|Het Spectrum bv. Isbn 978 90 004 0407 0, 978 90 004 0409 4, 978 90 004 0411 7 € 17,50 per deel, 352, 352, 368 blz.

woensdag 4 februari 2026

Mariska Overman - Duizend stukjes overal

Een olifant op je borst

Er zijn in de jeugdliteratuur talloze verhalen bekend met de dood als belangrijk onderwerp. Boeken waarin de hoofdpersoon worstelt met emotionele problemen als gevolg van het overlijden van een dierbare. Duizend stukjes overal, het nieuwste boek van Mariska Overman, is qua thematiek geen uitzondering. Maar de auteur koos wel voor een hele bijzondere invalshoek. Ze zet de technologie in van kunstmatige intelligentie om de hoofdpersoon, gevangen in haar emoties, te helpen ontsnappen uit een diep tranendal.

Er klautert een olifant op haar borst. Hij gaat zitten. BAM. Met zijn volle gewicht. Haar adem piept en kraakt en hapert. Ze mept De Olifant maar hij blijft lekker op zijn plek. Ze weet wel waarom. Hij wil de tranen, die ze al maanden in haar borstholte opspaart, omhoog persen. Zo – pats! – haar ogen uit. (p. 8-9)

Mijs is twaalf jaar oud en zit net op de middelbare school. Een jaar geleden is haar broer Joes overleden en sindsdien is niets meer hetzelfde. Ze stopt met dansen, is vaak boos en op school gaat iedereen haar uit de weg. Mijs’ ouders sturen haar naar een therapeut. Die komt met het idee van een rouwbot, samengesteld uit foto’s, filmpjes en informatie. Een AI-versie van Joes die het mogelijk maakt dat je via de computer levensecht met hem kunt praten. Een rouwbot die leert en steeds beter wordt, levensecht!

Mijs stemt met enige tegenzin in. Computer-Joes is misschien beter dan helemaal geen Joes. Ze noemt hem ‘nechte Joes’, nep en echt tegelijk.

De gesprekken met de digitale versie van Joes zijn vreemd en verwarrend tegelijk. Toegegeven, nechte Joes lijkt heel erg op haar broer. En ook al hapert het programma zo nu en dan en gebruikt het Mijs’ bijnaam ‘Minimijs’ op de verkeerde momenten, Mijs vindt toch wel enige troost in haar ontmoetingen met de rouwbot.

Bowie, de beste vriend van haar broer, vindt de AI-versie van Joes helemaal niks. Hij neemt Mijs mee naar de plekken waar hij met Joes vaak kwam. Dan ontdekt Mijs Bowies geheim. Een geheim dat hen nog dichter bij elkaar brengt.


Mariska Overman (1970), die zelf op jonge leeftijd een broer verloor bij een verkeersongeluk, heeft haar verhaal gesitueerd in het jaar 2028, een toekomst die dichtbij genoeg voelt om realistisch te zijn. Gelet op de huidige techniek rond kunstmatige intelligentie lijkt een rouwbot daarom geen gimmick, maar een serieus instrument om emoties te reguleren. Maar het is toch vooral de vriendschap met Bowie die er toe doet. Door hem beseft Mijs dat ieder rouwt op zijn eigen manier. En dat is prima. Wanneer haar computer vastloopt, raakt Mijs eerst in paniek Maar uiteindelijk weet ze het zeker. Ze gaat Joes niet opnieuw installeren.

Van Mariska Overman, van huis uit docent filosofie en levensbeschouwing, verscheen eerder bij Kluitman De zomer die alles was (2024). Voor dit boek ontving ze vorig jaar een zilveren griffel. Via de website van Uitgeverij Kluitman is een lesbrief te downloaden met opdrachten die passen bij Duizend stukjes overal en bij het thema ‘dood’.

 

Overman, M. (2025). Duizend stukjes overal. Alkmaar: Uitgeverij Kluitman Alkmaar B.V.. Isbn 978 90 206 2823 4 € 16,99, 188 blz.

Marlies Slegers - Schildpadmeisje

De juiste keuze is soms de meest lastige

Marlies Slegers kan zich goed verplaatsen in het gevoelsleven en in de gedachtewereld van opgroeiende kinderen. Ze heeft bovendien een groot talent voor het schrijven van verhalen. Daarbij schuwt zij de lastiger onderwerpen niet. Zo schetst zij In het alom geprezen Briefjes van Pelle (Luitingh-Sijthoff, 2020) een wonderschoon portret van de hoofdpersoon, een gevoelige jongen die treurt om het overlijden van zijn vader. In haar nieuwste boek Schildpadmeisje legt Slegers de lat wederom hoog door te kiezen voor de nogal heftige onderwerpen huiselijk geweld en verwaarlozing.

De dertienjarige Elvis, door ieder Vis genoemd, heeft het thuis niet makkelijk. Haar ouders zijn gescheiden. Haar vader woont in Parijs en ze mist hem enorm. Vis’ moeder gaat zich geregeld te buiten aan het drinken van grote hoeveelheden alcohol. Haar frustraties reageert ze af op haar dochter die veel tijd doorbrengt in haar geheime schuilplek, een caravan in het bos. Daar voelt ze zich veilig. Daar stalt ze ook de voorwerpen uit die ze in de loop der tijd vond bij het grofvuil. Een verzameling van afgedankte spullen waarvan Vis evengoed de schoonheid ziet.

Op een dag vindt ze tussen het vuilnis op straat een bakje met daarin een schildpad.

De schildpad en ik kijken naar elkaar. Ik breng mijn gezicht dicht bij de bak, zodat ik recht in zijn prachtige kraaloogjes kan kijken. Zijn rafelige mond hangt wat naar beneden, alsof hij depressief is. ‘Hallo,’ fluister ik. ‘Ben jij ook niet gewenst?’ (p. 18-19)

Vis neemt de schildpad mee naar huis en noemt hem Simon.

Niet veel  later maakt ze kennis met de nieuwe, nogal excentrieke achterbuurjongen Sid (Sydney). Hij is in alles het tegenovergestelde van Vis. Vis begrijpt niet waarom hij belangstelling toont voor haar, zelfs moeite doet om vrienden te worden. Ze is het niet gewend om gezien te worden. Niet op school en al helemaal niet thuis. Dankzij Sid, maar ook door Simon de schildpad kruipt Vis beetje bij beetje uit haar schulp, stelt ze zich steeds meer open.

Maar dan, als haar moeder weer eens heel erg dronken is, neemt Vis een drastisch besluit. Ze loopt weg van huis en vertrekt naar Parijs. Naar haar vader.

Schildpadmeisje is een prachtig verhaal dat al vanaf de eerste bladzijden onder je huid kruipt. Slegers maakt op een knappe manier voelbaar hoe de jonge hoofdpersoon behoedzaam manoeuvreert tussen gevoelens van angst, schaamte en loyaliteit richting haar moeder. Tegelijkertijd ervaart ze dat er mensen zijn die wél betrouwbaar zijn en dat ze recht heeft op veiligheid en steun.

Het kan niet anders of jonge lezers (twaalf jaar en ouder) worden mede door het dramatische onderwerp en de directe manier van vertellen geraakt. De schrijfster trekt met dit hartverscheurende verhaal huiselijk geweld uit de anonimiteit, geeft de slachtoffers een gezicht. Het verhaal laat ook zien dat er altijd een uitweg is en dat de liefde overwint. En dat is voor jongeren met mentale problemen een troostrijke gedachte!


Marlies Slegers (1965) groeide op in Indonesië. Op haar achttiende verhuisde ze naar Nederland waar ze ging studeren en werken. Een schrijfcarrière bleef echter lonken en ze besloot schrijfworkshops te volgen. Met haar korte verhalen won ze diverse prijzen. Inmiddels heeft ze meer dan dertig boeken op haar naam staan waaronder Onder mijn huid, Vijftien, Briefjes voor Pelle en We moeten je iets vertellen.


Slegers, M. (2025). Schildpadmeisje. Amsterdam: Uitgeverij Luitingh-Sijthoff bv. Isbn 978 90 210 5350 9 € 16,99, 283 blz.

donderdag 1 januari 2026

Louisa Reid - Vandaag vecht ik terug

In Utrecht werden dit najaar de winnaars bekend gemaakt van het Beste Boek voor Jongeren 2025 tijdens het Boekfest van IFU (International Literature Festival Utrecht). Maren Stoffels won in de categorie Nederlandstalig met het aangrijpende Nog 27 dagen leven (Leopold, 2024). Maren slaagt erin de lezer diep te ontroeren met haar verhaal over de ongeneeslijke zieke Lissa. Een verhaal dat volgens de vakjury, ondanks de heftige problematiek, licht en levenslustig aanvoelt. Een uitgebreide bespreking is terug te vinden in mijn blog.

In de categorie Vertaald eindigde Vandaag vecht ik terug van de Britse schrijfster Louisa Reid op de eerste plaats.

Ik word het meisje

dat opstaat

uit de modder

uit de goot

uit de stilte

uit de leegte die voor mij is uitgehakt.

 

ik ben een meisje

en ik bepaal zelf mijn lot.


Lily (16) leeft in twee totaal verschillende werelden. Op school waar ze vanwege haar gewicht het mikpunt is van spotternijen en waar ze genadeloos wordt gepest. En thuis bij haar ouders. Een warme en veilige omgeving, maar wel een plek vol uitdagingen omdat haar moeder Bernadette lijdt aan obesitas en het huis niet verlaat.

Wanneer de pestkoppen te ver gaan, besluit Lily’s vader dat het tijd is om terug te vechten. Door zijn dochter te leren boksen, laat hij haar zien wat ze waard is. Langzaam maar zeker ontwikkelt Lily meer zelfvertrouwen, verhoogt zij haar eigenwaarde en leert ze haar grenzen aan te geven. Lily durft zelfs toe te geven aan de gevoelens die ze heeft voor Rosie, een meisje dat ze leert kennen in de boksschool.

Vandaag vecht ik terug is een poëtische versroman. De compositie maakt een hechte, doortimmerde indruk. Met haar krachtige stijl en haar trefzekere observaties maakt de schrijfster de innerlijke strijd van de hoofdpersoon tastbaar en laat ze zien hoe moeilijk, pijnlijk en eenzaam dat proces is. De ontwikkeling die Lily doormaakt wordt door Reid knap beschreven, werkt in alle opzichten louterend en voelt in het slot als een absolute bevrijding.


Een wonderschoon verhaal dat – om het juryrapport aan te halen – ‘niet alleen van waarde is voor de literatuur, maar ook een blijvende impact kan hebben op jongeren en hun leven.’  Voor 14 jaar en ouder.


Reid, L. (2024). Vandaag vecht ik terug. Oorspronkelijke titel: Gloves Off. Vertaling uit het Engels door Merel Leene. Amsterdam: Blossom Books b.v. Isbn 978 94 634 9508 0 € 17,99, 320 blz.

woensdag 15 oktober 2025

Kevin Brooks - Bunkerdagboek

 

Ik snap niet dat ik erin ben getrapt.

Toen ik vanmorgen wakker werd, was het nog donker.

Zo gauw ik mijn ogen opendeed wist ik waar ik was.

Een rechthoekig, helemaal witgeschilderd betonnen gebouw met een laag plafond. Aan de grote gang liggen zes kleine kamers.

Er zijn geen deuren. Geen ramen.

Erin of eruit kan alleen met de lift.

Wat gaat hij met me doen?

Als ik het goed heb komt de lift over vijf minuten naar beneden.

Hij kwam ook.

Alleen was hij deze keer niet leeg.

Zes mensen zijn ontvoerd en worden opgesloten in een lege, ondergrondse bunker. Ze kennen elkaar niet en het is gissen naar de motieven van de onbekende ontvoerder, die hen voortdurend begluurt middels onbereikbare camera’s.

Het zijn de zestienjarige Linus Weems uit een gebroken, welgesteld gezin, vijf maanden eerder weggelopen van huis. Hij voelt zich niet gezien en begrepen door zijn alleenstaande vader en hij leeft sindsdien op straat.

Jenny, nog maar negen jaar oud.

Fred, een beer van een vent met een gewelddadige inslag en een drugsverleden.

Anja, een jonge vrouw achter in de twintig die handelt in vastgoed.

William Bird, een zakenman.

En tot slot Russell Lansing, natuurkundige, op leeftijd en ernstig ziek. Door een hersentumor kampt hij geregeld met uitvalverschijnselen.

De groep is volledig afhankelijk van de ontvoerder die geen middel schuwt zijn gevangenen te treiteren en ze te straffen voor ontsnappingspogingen.


Bunkerdagboek werd bekroond met de Carnegie Medal (2014). Het is een bloedstollend en uiterst beklemmend verhaal met een verre van wens vervullend einde dat nog lang nadreunt in je hoofd. De geschiedenis bestaat uit notities van de ik-persoon Linus in een kladblok waar hij niet alleen zijn dagen telt, maar ook al zijn angsten, frustraties en herinneringen aan zijn ouders vastlegt op papier.


Kevin Brooks (1959) kennen we vooral van zijn young adults. Hij ontpopte zich de afgelopen decennia tot een productief schrijver en zijn spannende, dikwijls sinistere verhalen worden door jongeren omarmd en door recensenten lovend ontvangen. Zijn boeken zitten psychologisch en verhaaltechnisch doordacht in elkaar, dagen de lezer uit en bieden stof tot nadenken. Dat verklaart waarom we titels als Martyn Big (2003) en Bunkerdagboek (2014) terugvinden op de leeslijsten van menig middelbare school.

De Nederlandse uitgever van het werk van deze Engelse auteur, De Harmonie in Amsterdam, voorzag Brooks meest bejubelde boeken van een eigentijds jasje. De hiervoor genoemde verhalen zijn nu samen met iBoy (2012) en Big Castro (2022) voor een aantrekkelijke prijs te verkrijgen. Besprekingen van al deze titels zijn terug te vinden in mijn blog. Tijd voor een (hernieuwde) kennismaking.

 

Brooks, K. (2025). Bunkerdagboek. Oorspronkelijke titel: The Bunker Diary. Vertaling uit het Engels door Jenny de Jonge. Amsterdam: Uitgeverij De Harmonie. Isbn 978 94 633 6239 9 € 20,00, 236 blz.

woensdag 4 januari 2023

Phil Earle - De gorilla en de jongen

Zijn wij verplicht alles wat leeft te beschermen? Mag de mens een dier doden? Het zijn vragen die opkomen bij het lezen van een jeugdroman van de Britse schrijver Phil Earle over de bijzondere relatie tussen een jongen en een wild dier. De gorilla en de jongen bezorgde mij kippenvel. 

Een autoriteitsprobleem

Tijdens de Tweede Wereldoorlog wordt Joseph Palmer (12) door zijn grootmoeder naar Londen gestuurd. Zijn moeder is al langere tijd niet meer in zijn leven en zijn vader vertrok twee maanden geleden naar het front. Joseph wordt nu ondergebracht bij mevrouw Farrelly, een oude vriendin van zijn oma.

Al direct bij de eerste ontmoeting wordt duidelijk dat de jongen niet van plan is zich te schikken in zijn lot. Joseph heeft een autoriteitsprobleem, worstelt met een diepgeworteld wantrouwen tegen volwassenen. Hij weet niet beter of iedereen liet hem tot nog toe in de steek en dus lijkt het kansloos dat hij zich zal hechten aan de nogal norse oudere dame die hem afhaalt op het treinstation. Joseph verzet zich hevig, maar hij ziet uiteindelijk geen andere uitweg dan met haar mee te gaan.

Mevrouw F., zoals Joseph haar noemt, blijkt in het bezit van een verwaarloosde dierentuin. Veel bewoners zijn er niet, maar Adonis, een gorilla, is er nog wel. Het onderhoud van de dieren is in oorlogstijd waarin al het voedsel schaars is een bijna onmogelijke opgave. Mevrouw F. betrekt Joseph bij de verzorging, het bijeenscharrelen van het voer en het schoonmaken van de hokken. Daarnaast moet Joseph naar school. Daar krijgt hij te maken met het schrikbewind van de hoofdmeester meneer Gryce die Clarence – de koosnaam voor zijn houten stok – op niet zachtzinnige wijze inzet om zijn leerlingen gehoorzaamheid bij te brengen. Gryce heeft het vooral gemunt op de dwarse Joseph die door zijn dyslexie minder makkelijk leert en met name problemen ondervindt bij het lezen. De woorden dansen bijna van het papier zoals Joseph het zelf omschrijft.

Een opmerkelijke vriendschap

Doordat Joseph veel tijd doorbrengt in de dierentuin ontstaat er een bijzondere band tussen hem en Adonis. De gorilla is groot, woest en sterk en hij vormt een gevaar voor de stad mocht hij ontsnappen. Dat laatste zou door de aanhoudende bombardementen zo maar kunnen gebeuren. Het is om die reden dat zijn verzorgers het dier met tegenzin onder schot houden zolang het luchtalarm klinkt.

Langzaam maar zeker stapelen de problemen zich op. De gemeente heeft mevrouw F. een ultimatum gesteld. Adonis moet voor de veiligheid van de stedelingen worden verhuisd, of anders ter plekke worden afgemaakt. Joseph ontvangt schokkend nieuws over zijn vader. En de blitzkrieg neemt steeds ernstiger vormen aan. Het is wel duidelijk dat het verhaal afstevent op een dramatische afloop.

Op een avond regent het bommen en lijkt de wereld te vergaan. Nu Joseph mevrouw F. meer dan ooit nodig heeft, treft hij haar stomdronken aan in de keuken. Er zit niets anders op dan dat hij alleen naar Adonis gaat. Terwijl de huizen om hem heen instorten, bereikt Joseph de dierentuin. Daar pakt hij het wapen.

‘Toen het geweer ten slotte zwaar in zijn armen lag, drong de ernst van de situatie tot hem door. Pas toen bleef hij eindelijk even staan en dacht: Kan ik dit wel? Als die bom uiteindelijk valt en Adonis kooi vernielt, kan ik dan echt die trekker overhalen?’ (p. 259)

Kinderboek van het jaar

Phil Earle (1974) ontwikkelde een voorliefde voor het schrijven over kwetsbare, beschadigde jongeren. Jarenlang werkte hij in de jeugdzorg. Daarna werd hij kinderboekverkoper. Tegenwoordig is hij commercieel directeur van uitgeverij Bloomsbury. Eerder verschenen van hem Billy (2013), Daisy (2014) en De jongen in bubbeltjesplastic (2015). In zijn eigen land werd De gorilla en de jongen (oorspronkelijke titel When the Sky falls) in 2021 verkozen tot kinderboek van het jaar.

Earle is een begaafd verteller en zijn relaas over de ongewone vriendschap tussen de boze Joseph en de trotse zilverrug-gorilla Adonis is fenomenaal. De plot is sterk, verrassend en blijft je nog lang bij. Is Joseph in staat de enige die hem in zijn nog jonge leven liefde toonde neer te schieten?

Earle betovert de lezer bijna driehonderd pagina’s lang met een magistrale, meeslepende geschiedenis die geen moment verveelt en oprecht ontroert. Ik hield het in ieder geval niet droog.

Wat een mooi boek!


Earle, P. (2022) De gorilla en de jongen. Oorspronkelijke titel: When the Sky falls. Vertaling: Hilke Makkink. Utrecht: KokBoekencentrum Uitgevers. Isbn 978 90 266 2512 1 € 17,99, 288 blz.

donderdag 20 oktober 2022

Carry Slee - Spijt! – het stripboek

Vele middelbare scholieren zijn opgegroeid met de verhalen van Carry Slee (Amsterdam, 1949). Zij is de meest bekende kinderboekenauteur van Nederland. Tien keer won ze de prijs van de Nederlandse Kinderjury en vijf maal de Jonge Jury. Van haar boeken zijn meer dan vijf miljoen exemplaren verkocht en een aantal van haar verhalen werd succesvol verfilmd. Spijt! werd in 1998 bekroond door de Jonge Jury en beleefde sindsdien vele herdrukken, een verfilming in 2013 en een musical in 2015.

Nu is deze klassieker – inmiddels een kwart eeuw oud - bewerkt tot strip. De stripversie verscheen ter ere van de Week Tegen Pesten 2022.

Jochem is het mikpunt van gepest op school. David doet er niet aan mee, maar hij durft er ook niets van te zeggen. Op een ochtend krijgen de leerlingen te horen dat Jochem na een schoolfeest niet is thuisgekomen. David voelt zich schuldig. Waarom heeft hij zijn mond nooit opengedaan? Samen met een vriendin gaat hij Jochem zoeken om te zeggen dat het hem spijt. Als ze Jochems tas in het meer vinden, is het misschien al te laat…

Voor het scenario van deze stripeditie tekende Ahman Resh. Hij begon zijn schrijfcarrière in 2013, toen zijn eerste Disney-scenario bij weekblad Donald Duck werd aangekocht. Vervolgens ging hij als freelance redactiemedewerker bij het vrolijke weekblad aan de slag en sindsdien ging zijn loopbaan in sneltreinvaart. Zo vertaalde hij onder andere stripboeken, schreef artikelen en columns voor bladen en kranten. Momenteel werkt hij aan meerdere (strip)boeken.

De tekeningen zijn van Ralf van der Hoeven die als kind al striptekenaar wilde worden. De route naar zijn droom bewandelde hij via een opleiding aan het Grafisch Lyceum en een opleiding Illustratie aan de Hogeschool van de Kunsten. In 2020 debuteerde hij met zijn eerste stripboek. Vervolgens maakte hij strips en illustraties voor onder andere Lakoro BVBA, Reboot Comics en Dark Dragon Books.

De strip volgt het oorspronkelijke verhaal niet precies, maar maakt evengoed veel indruk, zet de lezer aan het denken. Voor jongeren die weinig op hebben met  lezen is deze graphic novel een uitkomst. Het goede nieuws is dat er meerdere stripversies volgen van het werk van Carry Slee.


Slee, C. (2022) Spijt! – Het stripboek. Scenario Ahmad Resh, tekeningen Ralf van der Hoeven. Amsterdam: Carry Slee. Carry Slee is een imprint van Overamstel Uitgevers bv. Isbn 978 90 488 6308 2 € 9,99 48 blz.

Yorick Goldewijk - Films die nergens draaien

Succes voor Yorick Goldewijk (1979) uit Alkmaar. Begin september werd bekend dat zijn boek Films die nergens draaien is bekroond met de Gouden Griffel, de prijs voor het beste kinderboek.

De jury noemt Films die nergens draaien een buitengewoon pakkend verhaal. ‘Elke bladzijde grijpt je vast en laat je niet los voordat je aan de volgende begonnen bent.’ Goldewijk schrijft volgens de jury beeldend en roept verwondering, plezier en ontroering op.

 Dwars door de tijd

Hoofdpersoon is de twaalfjarige Cato. Op de dag dat zij ter wereld kwam, is haar moeder overleden. Haar vader is sindsdien alleen maar stil en afwezig. Hij bemoeit zich weinig met zijn dochter. Als Cato een geheimzinnig kaartje vindt van een verlaten bioscoop, besluit ze te gaan kijken. Daar ontmoet ze mevrouw Kano, de eigenzinnige eigenaresse van het theater. Ze ontdekt dat er iets vreemds is met de bioscoop. Het zijn geen gewone films die er draaien. De bioscoop lijkt in verbinding te staan met het verleden.

Op zoek naar avontuur en de waarheid over haar moeder wordt Cato meegesleurd op een gevaarlijke reis dwars door de tijd en herinneringen, recht naar een plek diep in haar hart. Een plek die ze voor altijd voor zichzelf verborgen had weten te houden. Tot ze voor een keuze staat die het leven van haar en haar vader voorgoed zal veranderen.

Goldewijk vertelt niet alleen een meeslepend verhaal, maar laat de lezer ook nadenken over filosofische kwesties als het begrip tijd. Want wat is tijd nu feitelijk?

De illustraties alsmede de magische cover werden getekend door Goldewijks partner Yvonne Lacet. Films die nergens draaien is een wonderschoon verhaal, een boek waarvan jong en oud zal genieten en dat je niet terzijde legt eer ‘alle puzzelstukjes op hun plaats zijn gevallen en de lezer met natte ogen het boek dichtslaat’, aldus het juryrapport.


Goldewijn, Y. (2022) Films die nergens draaien. Amsterdam: Uitgeverij Ploegsma. Isbn 978 90 216 8182 5 € 16,99, 246 blz.

Marjolijn Hof - De regels van drie

Marjolijn Hof (Amsterdam, 1956) is een ervaren schrijfster. Zij won in het verleden onder meer een Gouden Griffel en een Gouden Uil voor Een kleine kans (2006). Het boek werd in liefst vijftien talen vertaald en kreeg in 2011 een verfilming, getiteld Patatje Oorlog. In 2013 verscheen van Hof De regels van drie. Ook deze jeugdroman met als belangrijke thema’s ouder worden en de dood werd lovend ontvangen en won een jaar later de Woutertje Pieterseprijs. Nu, bijna tien jaar later, staat deze tijdloze geschiedenis opnieuw in de belangstelling nadat bekend werd dat het verhaal is uitverkoren als boek voor Nederland Leest Junior 2022 dat als thema 'Oud worden, jong blijven' heeft.

Over het verhaal

Opi Kas, de overgrootvader van de tweeling Linde en Twan woont al jaren in IJsland. Hij leefde daar ooit een leven als visserman. Hij bewoont een oud krakkemikkig huisje en is helemaal op zichzelf aangewezen. Zijn gezondheid laat hem echter in toenemende mate in de steek. Mag het ook als je dik over de negentig bent? Svanna, een buurvrouw, helpt hem daarom zo goed en zo kwaad als het gaat. Maar ze heeft besloten dat het zo niet langer kan en ze heeft zijn Nederlandse familie ingelicht. En dus zijn opa’s dochter, zijn kleindochter en de twee achterkleinkinderen naar IJsland gereisd met het doel hem mee te nemen naar Nederland.

Dat ziet opi Kas helemaal niet zitten. Hij laat zijn achterkleinzoon weten dat hij niet van plan is te eindigen in een verzorgingstehuis of ziekenhuis. Hij wil baas zijn over zijn eigen leven. Bovendien: zo lang heeft hij niet meer! Opi heeft een plan. En Twan moet hem daarbij helpen. Hij wil op een onbewaakt moment de naburige bergen in trekken om daar te sterven.

Langzaam wint hij het vertrouwen van zijn achterkleinzoon. Het zijn de mannen die samenzweren tegen de takketrutten. Het geheim drukt zwaar op het geweten van Twan en hij besluit een van de takketrutten, zijn tweelingzus, in vertrouwen te nemen. Die geeft zich schoorvoetend gewonnen. Vanaf dat moment spannen de kinderen met hun overgrootvader samen en worden in het geheim voorbereidingen getroffen voor de vlucht.

Zie hier in grote lijnen het verhaal zoals Marjolijn Hof het vertelt in De regels van drie. De titel van het boek verwijst naar een belangrijke regel in Het Grote Survival Handboek dat Twan als een soort van bijbel voortdurend bij zich draagt. Een mens neemt meestal binnen drie seconden een besluit. Daar hangt je leven van af. Tegen beter weten in leest Twan zijn overgrootvader geregeld voor uit het Handboek. Stel je toch eens voor: de tips kunnen hem straks in de zombiebergen, zoals Twan het loerende en onheilspellende gebergte aan de rand van het dorp noemt, mogelijk van pas komen.

Marjolijn Hof bewijst wederom dat ze geweldig kan schrijven. De wijze waarop ze de verschillende verhaalfiguren neerzet is meesterlijk gedaan. Ontroerend is de vriendschap die zich al rap ontwikkelt tussen de kreukelige oude man en de jonge jongen. Mooi ook hoe Hof de onderlinge relaties verder uitdiept. Aanvankelijk mist Twan zijn zus die voor het eerst ongesteld is geworden en daarom een kamer moet delen met haar moeder en oma.

‘Ik miste Linde. Zij en ik begrepen elkaar meestal. Ik zei iets en Linde zei iets en het leek op gooien en vangen, zo snel dat niemand ons kon volgen.’

Prachtig ook zijn de sfeerbeschrijvingen van het IJslandse landschap en het barre klimaat. Vlak voordat opi uit het leven van zijn familie verdwijnt, laat hij de tweeling nog weten:

‘Aan het eind van de regenboog staat een pot met goud. Daar wil iedereen naartoe. Ik doe het op mijn manier. Ik ga niet naar het eind van de regenboog, maar naar het eind van het noorderlicht!’ Waarop Linde fijntjes antwoordt: ‘U denkt zeker dat we alles geloven, (…) We zijn geen kleine kinderen meer. ‘

En daarmee maakt Hof duidelijk dat haar verhaal niet alleen gaat over vriendschap, familie en de dood maar ook over volwassen worden. Afscheid nemen, sterven, het hoort bij het leven. Opi Kas verkiest het te doen op zijn manier. Of zijn keuze het beste is?

‘Hij wil niet gevonden worden,’ laat Twan zijn zus aan het eind van de geschiedenis weten.

‘En ze weten niet op welke berg ze moeten zoeken,' zei Linde.

‘Het barst hier van de bergen.'

Ik zei iets en Linde zei iets en het leek op gooien en vangen.

‘Weet jij wat het beste is?’ vroeg ik.

‘Weet jij het?’ vroeg Linde.

‘Ik denk dat het beste niet bestaat,' zei ik.

Marjolijn Hof op haar best. Met De regels van drie toont zij zich een groot schrijfster met een scherp inzicht.

Een boek met ontegenzeggelijk literaire kwaliteiten.

Zeer de moeite waard voor lezers vanaf tien jaar. Liefst met enige leeservaring.


Hof, M. (2013) De regels van drie. Amsterdam/Antwerpen: Querido. Isbn 978 90 451 1467 7 € 13,50, 120 blz.

donderdag 24 februari 2022

Tjibbe Veldkamp - Tiffany Dop

Tiffany Dop verscheen voor het eerst in 2009 bij Lemniscaat. De auteur, Tjibbe Veldkamp, won er een jaar later een Zilveren Griffel mee.

Onlangs verscheen bij dezelfde uitgever een herziene uitgave van deze onvergetelijke geschiedenis, gehuld in een eigentijds jasje. De illustratie van Erik Faas met daarop het silhouet van een stoer meisje dat met gebalde vuist laat weten dat ze de hele wereld aan kan, past stukken beter bij het verhaal dan de nogal zoetsappige foto op het omslag van de eerste editie.

Geen makkelijk leven

De eerste zinnen van het boek trekken de lezer onmiddellijk in het verhaal.

Ik was dertien en wilde een baby. Ik trok de deur van de flat achter me dicht en dacht: als ik straks thuiskom ben ik zwanger. (…) Ik had nooit geweten dat ik dat wilde. Eigenlijk was het ook niks voor mij. Ook kinderen die niet zelf met mij gevochten hadden, kenden mijn naam: Tiffany Dop, bats veur de kop. (p. 5)

Tiffany Dop heeft bepaald geen makkelijk leven. Sheila, haar moeder, ontvangt in haar flat mannen en bedrijft tegen betaling met hen de liefde. Zij bekommert zich nauwelijks om haar kinderen. Tiffany heeft nog twee criminele halfbroertjes, Danny en Bruce, die hun zus respecteren vanwege het feit dat ze behoorlijk van zich af kan slaan. Daaraan ontleent Tiffany ook haar bijnaam: ‘bats veur de kop’. Tiffany is rijk. In een bergplaats bewaart ze een trommel met daarin een dikke vierenveertighonderd euro. Ze heeft het geld in het grootste geheim geërfd van juf Daan van de basisschool en gebruikt het zonder argwaan te wekken voor onvoorziene uitgaven. Nadat Tiffany in een winkelgebied op uitnodiging van een vreemde vrouw even haar kindje heeft mogen vasthouden, wordt ze overvallen door een gelukzalig gevoel:

Ineens snapte ik wat ik had. Ik voelde liefde. (p. 21)

Tiffany weet het zeker. Het hebben van een eigen kind zal haar gelukkig maken en zo uitzicht bieden op een beter leven. Ze gaat daarom op zoek naar een man die haar zwanger kan maken. Ze schaft kleren aan die haar vrouwelijker maken en maakt Sheila wijs dat ze die gestolen heeft. In de bibliotheek ontmoet ze Olivier. Hij is niet bereid aan haar kinderwens mee te werken, maar wil wel bemiddelen. Voor een bedrag van drieëndertig euro vijfennegentig zal hij een relatie inschakelen. Tiffany doet er echter verstandig aan deze ‘seksmachine’ te bezoeken op het moment dat ze in haar menstruele cyclus het meest vruchtbaar is. Tot die tijd doet de nieuwe Tiffany Dop alvast van zich spreken. Ze is veel rustiger en ze bekommert zich zowaar om Danny die zijn pols heeft gebroken. Ook betaalt ze een zekere Harris Boerema de forse schuld van haar ondergedoken broers terug. Ondertussen meent Sheila dat haar dochter de hoer uithangt en ze wil daar maar al te graag van meeprofiteren. Op de dag dat Tiffany het meest vruchtbaar is, blijkt haar seksdate op niets uit te lopen. Olivier heeft haar bewust misleid om haar zo te  behoeden voor een mogelijke zwangerschap. Tiffany belandt op het politiebureau waar haar broers worden verhoord omdat die Harris hebben mishandeld. Inmiddels weet Sheila dat Tiffany beschikt over veel geld en ze eist ‘haar deel’ op. Als Tiffany weigert, sluit ze haar op en eist dat ze haar betaalt door zichzelf te prostitueren. Zodra een eerste man zich meldt, slaat Tiffany haar moeder neer en gaat er vandoor. Ze zoekt een veilig onderkomen bij Olivier voor wie ze gaandeweg steeds meer genegenheid heeft opgevat. Samen reizen ze naar Terschelling waar Oliviers tante Odette een vakantiehuisje bewoont. Telefonisch contact met Sheila stelt haar gerust. Ze heeft haar moeder niet vermoord. Het geeft ook duidelijkheid. Haar moeder wil niets meer met haar te maken hebben. En dus verlaat ze definitief het huis.

In een leven zonder Sheila, Danny en Bruce kon ik worden wie ik wilde. Met of zonder baby. (p. 118)

Tragisch, meeslepend en hilarisch

Tiffany Dop ontroert en raakt de lezer recht in het hart. Het verhaal is zo geschreven dat je alle gebeurtenissen meemaakt door de ogen van Tiffany. Dat maakt dat je je prima kunt inleven in het innerlijk van de hoofdpersoon.

Ondanks alle misère en tegenslagen slaagt Tiffany erin zichzelf te blijven en zich geleidelijk te ontworstelen aan haar ellendige thuissituatie. Veldkamp geeft een goed uitgewerkt psychologisch portret van de hoofdpersoon in een verhaal dat tragisch, meeslepend en bij vlagen ook weer hilarisch verloopt.

Het is knap dat Veldkamp in dit op zich heftige relaas nergens onnodig problematiseert. Het verteltempo blijft aangenaam vlot. Vooral stilistisch toont Veldkamp zijn vakmanschap. Zijn taalgebruik is krachtig, steeds verzorgd, beeldend en voor grote groepen leerlingen toegankelijk. Wat te denken van zinnen als:

Het werd licht. Vroege zonnestralen schenen door de gordijnen en toverden de kamer oranje. De vogels kwetterden nog harder dan net, met z’n allen door elkaar. Ik wilde een baby. Het was heerlijk om dat te weten. En het gaf me meteen iets te doen vandaag. (p. 31)

Het boek speelt zich in z’n geheel af in Groningen, de woonplaats van de schrijver. In de flat waar Tiffany woont (zie illustratie) heeft hij zelf jarenlang gewoond.

‘Ik weet hoe de vuilstortkoker ruikt. En wat ik interessant vond: toen ik het boek bijna afhad kwam in het nieuws dat in Amerika een aantal (ik geloof 17) meisjes van één school, waaronder meisjes van 14, 15 en 16 expres zwanger was geworden - een van hen kreeg een kind van een zwerver. Dus het gebeurt!’

Flat Tiffany Dop

De verschillen

Ik vroeg de schrijver naar de verschillen die er zijn tussen deze herziene editie en de eerste uitgave in 2009.

‘Het verhaal is hetzelfde gebleven. Alleen keek Tiffany in de vorige versie naar porno op dvd's, tegenwoordig vind je dat op internet. Er werd in de vorige versie gesproken over 'mobiele telefoons', tegenwoordig noem je zo'n ding gewoon een 'telefoon'. Er werd in het boek ook een keer gebeld met een munttelefoon, tegenwoordig zijn die uit het straatbeeld verdwenen. Afijn, dit soort dingen zijn aangepast, in de hoop dat het lijkt alsof het verhaal in 2022 zou kunnen spelen.

Er was één spannender aanpassing. In de vorige versie verklaarde een personage, Waailap, meermaals dat hij 'negroïde tandvlees' had (iets wat een onbekende naast wie ik toevallig een keer aan tafel was beland mij vertelde en in mijn hoofd was blijven hangen). De vraag was of het nog wel correct wordt gevonden om dit bijvoeglijke naamwoord te gebruiken. We hebben besloten het woord weg te halen, ook omdat dit een goed effect had. In de nieuwe versie zegt Waailap steeds: 'Ik heb tandvlees', waarmee hij, naar mijn smaak, laat doorschemeren in een eigen wereld te leven, wat precies was zoals ik hem wilde neerzetten.’

Tjibbe Veldkamp, geboren in Groningen (1962), is een getalenteerd en bovenal veelzijdig schrijver. Vanaf het begin van de jaren negentig verschijnen van zijn hand in een gestaag tempo verhalen voor verschillende leeftijdsklassen. En dat zijn bepaald niet de minste boeken! Zijn werk valt geregeld in de prijzen. Behalve voor Tiffany Dop waren er ook Zilveren Griffels voor Agent en Boef (2009),  Kom uit die kraan! (2016), Handje (2018), Maar eerst ving ik een monster (2022).

 

Tiffany Dop is in deze vernieuwde vorm klaar voor een volgende generatie lezers. Ik zou zeggen: zeer de moeite waard voor leerlingen in de onderbouw.

 

Omslag eerste editie 2009

Veldkamp, T. (2021) Tiffany Dop. Rotterdam: Lemniscaat b.v. ISBN 978 90 477 1367 8  €14,99, 118 blz.

Jenny Jordahl - Wat is er eigenlijk met jou gebeurd?

Janne valt op. De overige gezinsleden zijn slank. Janne daarentegen is fors gebouwd. De mensen in haar omgeving maken flauwe opmerkingen. Is zij er misschien een van de melkboer? Janne trekt het zich aan, het ondermijnt haar zelfvertrouwen. Het liefst zou zij onzichtbaar zijn, maar iedereen ziet haar, je kunt gewoon niet om haar heen. De docente op school plaatst haar zelfs tussen de drukke kinderen, omdat er zo letterlijk afstand ontstaat! Uit pure frustratie gaat Janne veel snoepen en zondert zich af. Dan komen haar ouders met een voorstel: voor elke kilo die Janne afvalt, krijgt ze geld. Janne gaat akkoord en langzaam maar zeker wordt ze dunner en dunner. Maar Janne wordt er niet gelukkiger door. Het afvallen wordt een obsessie. Ze verliest zichzelf en de grip op haar omgeving. Haar onzekerheid groeit en zelfs de prille vriendschap met klasgenoot Brage bevriest, omdat ze hem er ten onrechte van verdenkt gevoelens te hebben voor een ander. Een goed gesprek met haar ouders die een notitieboek vinden waarin Janne heimelijk haar gewichtsverlies bijhoudt, blijkt een keerpunt. Janne zoekt opnieuw toenadering tot Brage en raakt zelfs bevriend met twee meiden in haar klas. Voor het eerst laat ze zich ook weer verleiden tot het eten van iets lekkers.

In Wat is er eigenlijk met jou gebeurd? vertelt Jordahl het verhaal van een jong meisje dat te maken krijgt met vooroordelen vanwege haar gewicht. Jordahls tekeningen zijn trefzeker, hebben een grote uitdrukkingskracht. Zo tekent zij de hoofdpersoon op de momenten dat zij door anderen wordt getreiterd in grauwe grijstinten en ontstaat er een fel contrast met haar omgeving, wordt de dreiging bijna tastbaar. En zodra Janne overspoeld wordt door emoties is daar een allesoverheersende schaduw met de contouren van haar alter ego, de depressieve Janne die dieper wegzinkt in een verstikkend isolement.

 


Deze full colour graphic novel werd  bekroond met twee belangrijke Noorse prijzen: de Brage-prijs voor het Beste Kinderboek en de Pondus-prijs voor de Beste Graphic Novel van 2020. Uitgeverij Luitingh-Sijthoff bracht het voor ons taalgebied op de markt in een kloeke, stevig gebonden uitgave. Een aandoenlijk verhaal over belangrijke thema’s als anders zijn, vriendschap en de moed om jezelf te zijn.


Jordahl, J. (2021) Wat is er eigenlijk met jou gebeurd? Oorspronkelijke titel: Hva skjedde egentlig med deg? Nederlandse vertaling door Bernadette Custers. Amsterdam: Uitgeverij Luitingh-Sijthoff. Isbn  978 90 245 9769 7 € 17,99, 216 blz.