zaterdag 10 oktober 2020

Robin Raven - De laatste reis van Garoeda

Robin Raven (Haarlem, 1962) schreef meerdere boeken over Nederlands-Indië. Hij is een echte verhalenverteller en met Strijd in het regenwoud (2007), een historisch jeugdverhaal over het naoorlogse Nederlands-Indië waar de Indonesiërs strijden voor hun vrijheid, werd hij zelfs genomineerd voor de Thea Beckmanprijs, de prijs voor het beste historische jeugdboek. In 2011 verscheen van hem een hedendaags verhaal over een jongen met het syndroom van asperger (Olifanten in mijn kop) en in 2015 en in 2017 volgden Het geheim van de magische X-app en Het geheim van de gouden hagedis, twee avontuurlijke verhalen bedoeld voor met name de jongere lezers.

Dit jaar keerde Robin Raven terug naar zijn roots en vond hij de inspiratie voor een jeugdroman waarin hij opnieuw de verbinding zoekt met zijn Indische afkomst. Het bleek een gelukkige keuze, want De laatste reis van Garoeda is wat mij betreft het beste van wat Raven tot nog toe schreef, een boek waarin alles op zijn plaats valt en waarmee de auteur laat zien dat zijn schrijftalent volledig tot wasdom is gekomen.


Een uitgebreide samenvatting van het verhaal

De geschiedenis begint in Bandoeng in het jaar 1942. Daar woont Meiske (roepnaam voor Elske Getruda Maria de Jong), elf jaar oud, met haar vier jaar oudere broer Jan en haar ouders. Het is Meiskes verjaardag die slecht begint, omdat ze zojuist is ontwaakt  uit een nachtmerrie. Het wordt het begin van een bijzondere dag. Nog diezelfde ochtend heeft Meiske in de tuin bij de vijver – voor haar een verboden plek -  een onverwachte ontmoeting met een onbekende jongen van haar leeftijd. Meiske noemt de jongen David, omdat hij evenals de Bijbelse figuur in het bezit is van een katapult. David is anders. Dat zie je direct aan zijn donker gekleurde linkeroog, diepzwart van de pupil tot en met de iris en het oogvlies eromheen. Later in het verhaal zal Meiske deze geheimzinnige verschijning Boetje noemen.

Naarmate de dag vordert, wordt al snel duidelijk dat iedereen Meiskes verjaardag lijkt te zijn vergeten. Paatje, haar vader, is alleen maar humeurig en mammie en Jan zitten bij tante Jetske. De gebeurtenissen keren gelukkig enigszins ten goede wanneer Jan haar een miniatuurbeeldje schenkt van Garoeda, de gevederde vogelgod. Het beeldje moet haar beschermen. Jan noemt het dan ook een geluksbrenger.

 

Boze kabouters

In de dagen die volgen, lezen we hoe in Bandoeng de sfeer als gevolg van een Japanse invasie  snel  grimmiger wordt.

 Bandoeng is bezet. Door Japanners. Vreemdelingen uit het noorden. Boze kabouters die een hekel hebben aan mensen uit Nederland. (p. 53)

De Indonesische bevolking zet zich in toenemende mate af, niet alleen tegen de hardwerkende Chinezen, maar ook tegen de Nederlanders. De bezetters wakkeren de nationalistische gevoelens van de Indonesiërs verder aan en het wordt er voor de Nederlanders niet veiliger op. Er gaan verhalen over onthoofdingen en Meiske en Jan zien met eigen ogen hoe Japanse soldaten hun buurman oom Allard met stokken mishandelen.

Jan en paatje verdwijnen, net als veel andere mannen, van het ene op het andere moment van het toneel. Meiske mist haar broer enorm en ze vindt vaker troost bij Boetje. De andere kinderen mijden Boetje vanwege zijn donkere oog.

Op een dag worden Meiske, haar moeder en alle andere vrouwen door de Japanners overgebracht naar een wijk, omheind met prikkeldraad. Daar, onder mensonterende omstandigheden, worden  Boetje en het beeldje van Garoeda steeds belangrijker voor Meiske. Ze geven haar, ondanks alle gruwelijkheden en ontberingen, kracht en moed.

 

Andjin Belanda. Pergi! Pergi!

In het tweede deel van De laatste reis van Garoeda maken we een tijdsprong van drie jaar naar het laatste oorlogsjaar 1945. De Japanners hebben zich overgegeven en met medewerking van het Rode Kruis wordt het vrouwenkamp ontruimd. Meiske en haar moeder worden herenigd met Jan. Paatje heeft de oorlog niet overleefd. Wat volgt is een lange en gevaarlijke reis via meerdere kampongs terug naar Bandoeng.

Het politieke klimaat is voor altijd veranderd. Het nieuwe credo is ‘Merdeka Indonesia’. Een meerderheid van de Indonesische bevolking keert zich nu openlijk tegen de Nederlanders. Leuzen als ‘Andjin Belanda. Pergi! Pergi!’ (‘Nederlandse hond. Ga weg! Ga weg!’) zijn niet van de lucht. Het is duidelijk dat Meiske de steun van Boetje en Garoeda nog lang niet kan missen.

Terug in Bandoeng blijkt het ouderlijk huis van Meiske veranderd in een bouwval. De situatie wordt onhoudbaar als de plaatselijke Javaanse vrijheidsstrijders zich keren tegen Meiske en de haren. ze vinden tijdelijk onderdak in het huis van een oud-verzetsstrijder, meneer Molenaar. Van daaruit reizen ze verder naar Batavia waar de boot wacht voor de overtocht naar Holland. Soekarno heeft de strijd gewonnen. De Nederlanders hebben geen toekomst meer in Indonesië. Desalniettemin blijft maatje samen met oom Arnold achter op de kade wanneer het schip afmeert voor de lange reis naar Nederland. Later zal blijken dat maatje een kind van hem verwacht. 

Tijdens de overtocht wordt Meiske ernstig ziek. De doodzieke Meiske gaat in quarantaine en ze wordt bijna gek van eenzaamheid. Zelfs Boetje laat niets meer van zich horen.

Zodra Meiske weer is aangesterkt komen de verhalen. Jan blijkt te worstelen met een groot schuldcomplex. Hij voelt zich schuldig over de dood van zijn vader die door de Japanners werd gedood nadat hij de schuld op zich nam van iets wat Jan had gedaan: het stelen van een stuk fruit.

Meiske komt ook aan de weet dat zij een tweelingbroertje had. Hij stierf door zuurstofgebrek vlak na de geboorte en hij werd in stilte begraven bij dezelfde vijver waar Meiske haar eerste ontmoeting had met David. Zijn naam was Boetje en hij ligt begraven onder een naamloze steen.

Op de kade in Amsterdam nemen Meiske en Boetje afscheid van elkaar. Meiske gaat mee met een oom en tante bij wie een nieuw leven op haar wacht.

 

Formidabel

Robin Raven schreef een formidabel boek, gebaseerd op historische feiten. De lezer maakt alle gebeurtenissen  mee door de ogen van Meiske en dat geeft deze geschiedenis een bijzondere sfeer. De hoofdpersoon ziet de wereld om zich heen ingrijpend veranderen. Alle zekerheden die Meiske had, vallen weg en het is nauwelijks te bevatten wat dit doet met een jong kind.

De wijze waarop Raven de hoofdpersoon portretteert, dwingt respect af. Hij spaart de lezer niet als het gaat om alle ontberingen die Meiske en haar familie moeten doorstaan. Zonder in te zoomen op details valt er voor de oplettende lezer tussen de regels door veel te ontdekken. Het fragment bijvoorbeeld waarin we lezen hoe tante Jetske steeds vaker haar tijd doorbrengt in het huis van de Japanse kampcommandant. Om schoon te maken volgens mammie.

De kabouters zijn heel vies. (…) Daarom rilt tante zo. Van afschuw. (p.77)

Maar uiteraard gebeuren er in het huis van de commandant heel andere dingen

Subtiel en onderhuids bouwt de schrijver de spanning op in prachtige taal met ogenschijnlijk eenvoudige zinnen die een enorme kracht en veelzeggendheid verbergen. Zoals de beschrijving van Meiskes ervaring in een ruimte in het kamp die dient als lijkenhuis.

De bevroren gezichten kijken allemaal een andere kant op. Wezenloos, alsof ze niet doorhebben dat ze samen in de onderwereld zijn beland. (…)

Ineens beseft Meiske waarom ze in het kamp nooit nachtmerries heeft over de Seetan. Hij hoeft haar niet meer te halen. Ze is er al. Ze was zojuist eregast in de troonzaal van het Kwaad. Omringd door dode mensen en het orkest van het ongedierte. (p. 102-103)

 

Een denkbeeldig persoon

Meiske vindt de nodige steun bij Boetje. De aandachtige lezer weet, evenals de mensen in haar omgeving, dat Boetje niet echt is. Hij is slechts een denkbeeldig persoon, een kind dat enkel leeft in haar hoofd. In het slot wordt duidelijk dat Boetje daadwerkelijk kort heeft bestaan.

Ook het miniatuurbeeldje van Garoeda geeft Meiske houvast.

Eenmaal aangekomen in Nederland daalt er een zekere rust neer op de hoofdpersoon en durft zij Boetje en Garoeda los te laten. Mooi is de manier waarop Raven dat verwoordt, hoe Boetje uit haar leven verdwijnt.

Het opvoeren van een imaginair verhaalfiguur zagen we eerder in Sabel (Hoogland & Van Klaveren, 2017) van Susanne Wouda. In deze indrukwekkende jeugdroman maken we kennis met de joodse jongen Max, die tijdens de Duitse bezetting van Nederland samen met zijn familie wordt opgepakt en belandt in Kamp Vught. Daar heeft Max één houvast: Sabel, zijn rode kater. De werkelijkheid is dat hij het dier al was kwijtgeraakt op het moment dat hij door de nazi’s op transport werd gezet.

Door de ogen van zowel Meiske als Max zien we de wereld steeds kleiner worden. Beiden klampen zich vast aan kleine, alledaagse zaken en datgene wat hen vertrouwd is.

Als kers op de taart is De laatste reis van Garoeda voorzien van een bijzonder fraaie omslagillustratie van Peter van Dongen, getekend in de stijl van de klare lijn, de tekenstijl zoals Hergé, de geestelijk vader van Kuifje, die ooit hanteerde.

Werkelijk alles klopt in deze verzorgde uitgave. De laatste reis van Garoeda is zonder enige twijfel een juweel van een verhaal. Stilistisch buitengewoon sterk. Raven op z’n best!


Een aanrader voor de meer ervaren lezer van twaalf jaar en ouder.

 

Raven, R. (2020) De laatste reis van Garoeda. Utrecht: Uitgeverij Omniboek. Isbn  978 94 019 1645 5  € 19,99, 240 blz.

zaterdag 5 september 2020

Maren Stoffels - Ik moet dit doen

 

Maren Stoffels (Amsterdam, 1988) liet zich voor haar nieuwste boek inspireren door het televisieprogramma Levenslang met dwang. Na enkele goed ontvangen YA-thrillers waaronder Escape room (Leopold, 2017) en Fright Night (Leopold, 2018) schreef ze een meer realistisch verhaal over jongeren van wie het leven volledig wordt beheerst door een dwangstoornis.

De belangrijkste personages in Ik moet dit doen zijn Simon en Jasmijn. Simon is op een obsessieve manier bezig alles te controleren en hij ontwijkt bepaalde getallen. Jasmijn is een meisje met een extreme vorm van smetvrees. De twee ontmoeten elkaar tijdens de Waag-weken, een therapeutisch zomerkamp voor jongeren met dwanggedrag op een van de Waddeneilanden.

Bijna iedereen heeft wel eens last van dwanggedachten, het idee dat je perse iets moet doen. Bij herhaling controleren bijvoorbeeld of je de deur wel goed hebt afgesloten. Of dat je niet op de lijnen wil stappen tussen de plavuizen of de stoeptegels. De verhaalfiguren in Ik moet dit doen echter schieten volledig door. Zo is Simon ervan overtuigd dat er mensen sterven zodra hij niet luistert naar de stem in zijn hoofd, een imaginaire persoon die Simon vasthoudt in een alles verstikkende wurggreep. Jasmijn heeft haar bagage omwikkeld met folie en slaapt op vuilniszakken om maar niet in aanraking te hoeven komen met het beddengoed. Omar is altijd en overal te laat omdat hij er perfect uit wil zien. En Rosa eet enkel chips, omdat ze al het andere eten niet veilig vindt, bang om vergiftigd te worden.

Op boerderij De Lieshout van Paula en Quinten worden deze en nog twee andere jongeren begeleid door Inge en Danny en leren ze gedurende veertien dagen op een confronterende manier, onder meer via exposure-therapie, om te gaan met hun dwangneuroses. Dit gaat uiteraard bepaald niet vanzelf en met name Simon maakt het zichzelf en de anderen zo lastig dat hij na een incident tijdens een uitstapje met de bus dreigt naar huis te worden gestuurd. Zo ver komt het uiteindelijk niet. Tijdens een zoekactie naar een weggelopen Jasmijn, speelt Simon een cruciale rol en daarbij lukt het hem zelfs zijn eigen dwang tijdelijk te parkeren.

De jongeren in Ik moet dit doen zijn allen buitenbeentjes. Dwang isoleert je volgens Danny, ervaringsdeskundige omdat hij als kind ooit zelf deelnemer was aan de Waag-weken. Maar in De Lieshout trekken de jongeren langzaam maar zeker steeds verder naar elkaar toe.

‘Voor een buitenstaander zullen we een stel gekken lijken. Een groepje idioten. Misschien heeft Inge gelijk en zijn wij de enigen die elkaar snappen’, aldus Simon (p. 147) in het slot van het verhaal. Eenmaal gekomen tot dit besef wint de solidariteit het van het onderlinge wantrouwen en is de basis gelegd voor verbroedering, alsmede de acceptatie van hulp bij het beheersbaar maken van alle stoornissen.

Maren Stoffels bedacht een fascinerend verhaal over een onderwerp waarover in de jeugdliteratuur feitelijk nog weinig geschreven is. Toegegeven: niet alle lezers zullen zich herkennen in de bijzondere situaties en het extreme gedrag van de verhaalfiguren. Dat neemt niet weg dat dwanggedachten in de puberteit geregeld voorkomen. U kent ze ongetwijfeld uit eigen ervaring, de leerlingen met een eetstoornis of de een of andere vorm van controledwang. Bij sommigen nemen de dwangverschijnselen dermate extreme vormen aan dat professionele hulp niet uit mag blijven. Het is daarom goed dat Stoffels met deze jeugdroman de problematiek op een rake en laagdrempelige manier bespreekbaar maakt.


Stoffels, M. (2020) Ik moet dit doen. Amsterdam: Uitgeverij Leopold. Isbn  978 90 258 7897 0  € 15,99, 163 blz.

woensdag 12 augustus 2020

Ben Davis - Alles wat ik nog met Gizmo wil doen

Ik begraaf mijn neus in Gizmo’s kriebelige vacht en sla mijn armen om hem heen. Op een dag, binnenkort, kan ik hem niet meer knuffelen of uitlaten. Ik moet Gizmo een laatste, onvergetelijke tijd bezorgen.

De dertienjarige Lukas heeft het niet makkelijk. Zijn ouders zijn uit elkaar en sindsdien heeft hij last van paniekaanvallen. Lukas is gestart  op de middelbare school en hij ervaart dat het leven van een brugpieper best ingewikkeld is, zeker als het aankomt op het aangaan en onderhouden van vriendschappen. Lukas lijkt steeds de verkeerde keuzes te maken. En zijn beste vriend Max gedraagt zich plotseling totaal anders. Hij kiest partij voor de meer populaire jongeren in de klas, een vervelend groepje dat er blijkbaar behagen in schept Lukas voortdurend te kleineren en hem belachelijk te maken.

Gelukkig krijgt Lukas onvoorwaardelijke steun van Gizmo, een kruising borderterriër. Maar Gizmo is al oud, veertien jaar om precies te zijn. Als Gizmo gevloerd wordt door een stevige infectie lukt het de dierenarts nog om die met antibiotica te bedwingen. Maar hij heeft ook minder goed nieuws. Gizmo’s kwaliteit van leven zal vanaf nu snel achteruitgaan. ‘Dus maak er nog wat moois van met hem’, zo luidt de boodschap van de arts.

Dat brengt Lukas op het idee een bucketlist op te stellen voor zijn hond, om samen leuke dingen te gaan doen. Zo wil hij nog een keer kamperen, nog één avontuur beleven als wonderjongen en wonderhond (personages gebaseerd op Lukas en Gizmo), een ijsje eten, naar een feest gaan en de grote heuvel aan de andere kant van de stad beklimmen. Maar misschien is de bucketlist er ook wel een beetje voor Lukas zelf, om uit te vinden hoe hij straks verder moet zonder zijn maatje…

Ben Davis schreef grappen en sketches voor radioprogramma’s voordat hij schrijver werd van jeugdboeken. Hij woont met zijn vrouw en zoon in Staffordshire (Verenigd Koninkrijk). Net als Lukas heeft Ben zelf ook een bijzondere hond: Tommie, die deels model stond voor Gizmo.

Alles wat ik nog met Gizmo wil doen is een hartverwarmend relaas over de innige band tussen een jongen en zijn hond. Het verhaal is ontroerend en hilarisch tegelijkertijd. De schrijver laat op een knappe en integere manier zien dat humor een krachtig wapen is in de strijd tegen verlies en verdriet.

Een aardige vondst zijn de telkens terugkerende beschouwingen in het boek, opgetekend vanuit het perspectief van Gizmo. Zo maakt Davis de lezer deelgenoot van de gedachten van Lukas’ hond en dat geeft de geschiedenis een hele bijzondere sfeer. Wat mij betreft een absolute aanrader voor jong en oud!

Op YouTube staat overigens een alleraardigst filmpje waarin Ben Davis zelf alle dingen van de bucketlist doet met zijn hond. Zoek op ‘what's that in dog years ben davis’.


Davis, B. (2020) Alles wat ik nog met Gizmo wil doen. De bucketlist van mijn hond. Oorspronkelijke titel: What’s That in Dog Years? Vertaling: Emiel de Wild. Amsterdam: Uitgeverij Leopold. Isbn 978 90 258 7887 0 € 17,99, 216 blz.


Inez van Loon - Sara's walkabout

Saar, de dertienjarige hoofdpersoon in Sara’s walkabout vertrekt met haar ouders in 1959 naar Australië. Tot ongenoegen van Saar, want die heeft het in Nederland uitstekend naar haar zin met een leuke vriendengroep en mooie schoolresultaten.

Aangekomen in ‘down-under’  blijkt al snel dat het geluk en de welvaart de nieuwkomers niet komen aanwaaien. Het is heel hard werken voor Saars ouders om de eindjes aan elkaar te knopen. Ondertussen moet Saar zich als ‘Dutchie’ zien te handhaven op een school waar niet alleen de taal, maar ook de regels compleet anders zijn dan ze gewend was.

Gelukkig ontmoet ze Otis, een ‘halve’  Aboriginaljongen, die vanwege zijn afkomst als geen ander weet hoe het voelt om buitengesloten te worden. Er ontwikkelt zich een vriendschap tussen de twee. Otis is door de autoriteiten zoals duizenden andere kinderen uit een gemengd huwelijk weggehaald bij zijn familie om ‘op de blanke manier’ te worden heropgevoed.

Saar komt in de uitgestrekte outback steeds meer aan de weet over Otis’ verleden en ze leert met vallen en opstaan tegelijkertijd ook zichzelf beter kennen.

Inez van Loon kiest in haar boeken steevast voor een vrouwelijke hoofdpersoon. Haar vrouwen zijn niet alleen behoorlijk ondernemend ingesteld, maar ze weten bovendien van geen opgeven. Zoals de hoofdpersoon in Mathilda, ik kom je halen (Clavis, 2018), gebaseerd op het leven van Van Loons Vlaamse grootmoeder. Voor dit historisch verhaal is de schrijfster op het moment van schrijven genomineerd voor de Thea Beckman prijs.

Sara’s walkabout is een voortreffelijk verhaal, geheel geschreven vanuit de ogen van een dertienjarige zoals de wereld er in de jaren vijftig uitzag. Vooraf deed Van Loon grondig research naar de ervaringen van Nederlandse immigranten in Australië. Het boek is voorzien van een verklarende woordenlijst, alsmede een uitgebreid nawoord waarin de schrijfster haar verhaal voorziet van achtergrondinformatie.

 

Loon, I. van (2020) Sara’s walkabout. Hasselt – Alkmaar – New York: Clavis Uitgeverij. Isbn 978 90 448 3869 5  € 16,95, 222 blz.

Katherine Rundell - Sophie op de daken

Katherine Rundell (Kent, 1987) staat bekend als een van de belangrijkste Britse kinderboekenauteurs van dit moment. In ons land kennen we haar van  Feo en de wolven (Luitingh-Sijthoff, 2018) en De ontdekkingsreiziger (Luitingh-Sijthoff, 2019).  Rooftoppers (2013) was haar debuut en het werd in haar geboorteland bekroond met de prestigieuze Blue Peter Book  Award en de Waterstones Children's Book Prize. Het wachten was op de Nederlandse vertaling en die ligt er nu onder de titel Sophie op de daken.

Sophie overleefde als baby een schipbreuk en iedereen denkt dat ze wees is. Maar Sophie herinnert zich nog dat haar moeder om hulp zwaaide toen Sophie in een cellokist in het Kanaal dreef. Volgens haar voogd is het bijna onmogelijk dat haar moeder nog leeft. Maar ‘ bijna onmogelijk' betekent ‘nog mogelijk', vindt Sophie. Met de enige aanwijzing die ze heeft – het adres van de cellomaker – vlucht Sophie naar Parijs. Daar krijgt ze hulp van Matteo en zijn ‘daklopers’, die in geheime plekken boven de stad wonen. Maar kunnen ze haar moeder vinden voordat Sophie wordt opgepakt door de autoriteiten? Of, nog belangrijker, voordat ze de hoop opgeeft?

Rundell verrast ons met een meeslepend relaas over familie en doorzettingsvermogen, een magisch verhaal over een meisje in het Parijs van de twintigste eeuw.

Sophie is een stoere meid. Ze laat zich door niemand de kaas van het brood eten en ze is, tot ongenoegen van de autoriteiten en wars van conventies, vastbesloten haar eigen plan te trekken en haar moeder op te sporen.

Dit onderhoudende boek is heel geschikt voor jongere lezers in de brugklas, vooral ook de leerlingen met wat minder leeservaring.

 

Rundell, C.S. (2020) Sophie op de daken. Originele titel: Rooftoppers. Vertaald uit het Engels door Jenny de Jonge. Amsterdam: Uitgeverij Luitingh-Sijthoff. Isbn 978 90 245 8090 3 € 17,99, 215 blz.

Rob Ruggenberg - Offerkind

Eind vorig jaar overleed op 73-jarige leeftijd Rob Ruggenberg (Wassenaar, 1946). Als journalist werkte hij voor diverse dagbladen. Vanaf 2006 legde hij zich volledig toe op het schrijven van jeugdverhalen. Na zijn debuut Het verraad van Waterdunen (Querido, 2006) over de Tachtigjarige Oorlog volgden meerdere, veelal uitstekend beoordeelde historische romans. Offerkind is Ruggenbergs nieuwste en misschien ook beste boek. Hij voltooide het verhaal tragisch genoeg nog juist voor zijn overlijden.

De lugubere vondst van een massagraf uit de bronstijd, onderaan de oude duinen in zijn geboorteplaats Wassenaar, inspireerden Rob Ruggenberg tot het schrijven van Offerkind. Het is een plek waar hij als kind graag speelde. Onderzoek wees uit dat de twaalf kinderen en volwassenen in het graf ruim vierduizend jaar geleden met geweld om het leven waren gebracht. Voor een verteller als Ruggenberg lag hier natuurlijk een uitgelezen kans voor een mooi verhaal.

Over het verhaal Offerkind

Aïn is op de vlucht om aan een zware straf te ontlopen. Langs dreigende grafheuvels, door gevaarlijke moerassen en over wilde rivieren is ze op weg naar de zee. Ver weg aan de kust hoopt ze veilig te zijn. Een meisje alleen immers kan niet overleven in het Nederland van vierduizend jaar geleden, dus is ze blij dat Kraai met haar is mee gevlucht. Kraai voelt zich een buitenstaander omdat zijn vader van een andere stam is en hij er anders uitziet. Samen moeten ze uit handen blijven van een jongensbende en moerasmensen die kinderen offeren. Komen ze ooit aan bij de zee? Overleven Kraai en Aïn de wraak van de moerasgodin?

Zijn journalistieke achtergrond kwam Ruggenberg goed van pas bij het verzamelen van achtergrondinformatie voor de boeken die hij schreef. Zijn verhalen berustten altijd op historische informatie, waargebeurde feiten, die hij voorzag van een saus met als belangrijke ingrediënten spanning, actie en avontuur.

Ook Offerkind is weer een prachtig verhaal, een  fascinerende geschiedenis met een charismatische hoofdpersoon. Aïn is een zelfbewust meisje, een krachtige persoonlijkheid. De gebeurtenissen laten je geen moment  los en je blijft lezen omdat je wilt weten hoe het afloopt. Ruggenberg spaart de lezer niet als het gaat om de beschrijving van talloze gruwelijkheden.  Daarmee rekent hij genadeloos af met alle bestaande beelden van de zogenaamde vredige bronstijd.

Het is zuur dat er met deze uitgave een einde is gekomen aan het talent van een mooi mens. Wat rest zijn de tijdloze verhalen van een briljant verteller.

 

Ruggenberg, R. (2020) Offerkind. Amsterdam - Antwerpen: Em. Querido’s Uitgeverij. Isbn  978 90 451 2440 7  € 16,99, 294 blz.

woensdag 5 augustus 2020

Een vlucht uit de werkelijkheid. Lezen om te ontsnappen aan de waan van de dag

Dit artikel verscheen eerder in mijn rubriek over jeugdliteratuur in 'Levende Talen Magazine', het vijfde nummer van deze jaargang, mei 2020. 

Op het moment dat ik deze woorden typ, wordt ons dagelijks leven volledig beheerst door de wereldwijde crisis rond corona. Onder meer de scholen zijn dicht en we doen ons best de leerlingen op afstand te betrekken bij ons vakgebied. Dat valt nog niet mee. Je merkt dat opgroeiende jongeren in de war raken door de ware stortvloed van corona-nieuwsberichten. Eenzaamheid, depressieve gedachten en gevoelens van onzekerheid liggen op de loer. Dan is het fijn, maar ook nodig je hoofd leeg te maken. Een goed geschreven, spannend verhaal kan uitkomst bieden. Heerlijk wegdromen, jezelf aangenaam verliezen in een totaal andere wereld.

Ik bestudeerde de inhoud van mijn boekenkast en koos voor verhalen die de fantasie in hoge mate prikkelen. Verhalen ook die niet onnodig problematiserend zijn. Ze hoefden niet per se van recente datum te zijn, maar nog wel goed verkrijgbaar. Zo kwam ik tot een keuze, die zich vanwege afspraken over de omvang van dit artikel beperkt tot een viertal titels. Het zijn deels klassiekers, verhalen van alle tijden. Wat ze gemeen hebben, is de strijd tussen goed en kwaad. De liefde overwint uiteindelijk. En dat is in deze verwarrende tijd een mooie en troostrijke gedachte!

De selectie is uiteraard subjectief. Inderdaad, een kwestie van smaak. Maar dat is onvermijdelijk het voorrecht van de recensent.

 

Een Gouden Griffel

… en dit’, zei dr. Simiak, ‘is dan de materie-transmitter.’

Dolf Wega was behoorlijk onder de indruk. Hij keek met ontzag naar het geweldige apparaat dat de gehele achterwand van het laboratorium besloeg.

Er zullen weinig mensen zijn, in ieder geval van mijn generatie, die deze openingsscène niet direct herkennen. In de jaren zeventig van de vorige eeuw was dit verhaal verplichte leeskost op de middelbare school. Ik heb het over Kruistocht in spijkerbroek van de ‘Grand Old Lady’ van het historische jeugdverhaal, wijlen Thea Beckman (1923 -2004). Deze jeugdroman is dan ook onvergetelijk, een ware klassieker.

Wie herinnert zich niet de illustratie op de voorzijde? Een blonde jongen, gestoken in jeans, loopt te midden van een groep armzalig geklede en schichtig om zich heen kijkende kinderen door een bergpas. Deze tekening, op zich al een monument, prikkelt de fantasie en nodigt absoluut uit tot lezen. En wie eenmaal is begonnen, kan niet meer stoppen.

De vijftienjarige Dolf Wega haalt twee wetenschappers over hem als proefkonijn te gebruiken voor hun uitvinding: een materie-transmitter. Daarmee is het mogelijk te reizen door de tijd. Dolf belandt in het jaar 1212, in de omgeving van Spiers. Maar op het moment dat hij terug wordt geflitst, gaat het mis. Een voorbijtrekkende stoet kinderen belemmert hem tijdig de gemerkte steen te bereiken en in zijn plaats verdwijnt een middeleeuwse jongen. Dolf vergezelt vervolgens de dertigduizend kinderen naar Jeruzalem waar zij het Heilige Land willen bevrijden van de Saracenen. Onderweg staan ze bloot aan talloze gevaren.

De schrijfster heeft haar verhaal doorspekt met allerlei wetenswaardigheden over het fenomeen Kinderkruistochten. Daarnaast besteedt ze aandacht aan de cultuur en laat ze zien welke voorname rol het geloof in het dagelijkse leven van de middeleeuwer speelde. Geschiedenis hoeft niet saai te zijn. Dat bewees Thea Beckman.

Kruistocht in spijkerbroek werd vele malen herdrukt. Beckman kreeg er in 1974 een Gouden Griffel voor en het verhaal werd in 1976 uitgeroepen tot het beste Europese historische jeugdboek. De auteur heeft dit succes, ondanks een omvangrijk oeuvre, nooit meer kunnen evenaren.


Een sympathieke tovenaarsleerling

In de Ligusterlaan, op nummer 4, woonden meneer en mevrouw Duffeling. Ze waren er trots op dat ze doodnormaal waren en als er ooit mensen waren geweest van wie je zou denken dat ze nooit bij iets vreemds of geheimzinnigs betrokken zouden raken waren zij het wel, want voor dat soort onzin hadden ze geen tijd.

Wederom een legendarisch openingsfragment, afkomstig uit het eerste deel van een wereldwijde hit: de zevendelige fantasyserie over de belevenissen van Harry Potter, bedacht en geschreven door de Britse schrijfster J.K. Rowling (1965). Het succes begon met Harry Potter en de steen der wijzen.

Harry is een doodgewone, maar ongelukkige jongen die sinds de dood van zijn ouders woont in een bezemkast onder de trap in het huis van zijn oom en tante. Op zijn elfde verjaardag verandert zijn leven ingrijpend dankzij de komst van een geheimzinnige brief. Hij wordt uit het huis van zijn oom en tante gered door een woeste figuur op een vliegende motorfiets en hij komt erachter wie zijn overleden ouders waren. Met een speciale trein belandt hij op Zweinsteins Hogeschool voor Hekserij en Hocus-Pocus waar hij alles leert over bezemstelen, toverdranken en monsters. En niet onbelangrijk: Harry moet de strijd aangaan met zijn aartsvijand Voldemort, een levensgevaarlijke tovenaar!

De boeken over de sympathieke tovenaarsleerling werden door jong en oud omarmd en maakten van Joanne Rowling een vermogende vrouw. De fantasierijke, magische en sprookjesachtige verhalen spreken behoorlijk tot de verbeelding en lezen heerlijk weg.

 

Altijd winter, nooit kerst

C.S. Lewis (1898 – 1963) werd vooral bekend als schrijver van christelijke boeken, zowel fictie als verhandelingen. In 1950 verscheen The Lion, the Witch and the Wardrobe, het eerste deel van de zeven Kronieken van Narnia. Met deze kinderboeken verwierf Lewis grote faam onder jong en oud.

De schrijver creëert op papier een magische wereld bevolkt door faunen en pratende dieren. De heks Jadis heeft het er voor het zeggen. Zij zorgde er voor dat het in Narnia altijd winter is, maar nooit kerst. De komst van vier kinderen brengt daar verandering in. Peter, Susan, Edmund en Lucy belanden tijdens een logeerpartij bij toeval via een kleerkast in het betoverde land. Volgens de overlevering zal de ban worden gebroken op het moment dat twee zoons van Adam en twee dochters van Eva de troon bestijgen. De witte heks wil het uitkomen van deze voorspelling tegenhouden en krijgt Edmund zover zijn zussen en broer te verraden. Maar wat zij niet weet is dat de leeuw Aslan terug is gekomen naar Narnia. Samen met Aslan en diens handlangers nemen de kinderen het in een grootse veldslag op tegen Jadis. In deze strijd wordt de tovenares uiteindelijk gedood, waarna de kinderen de troon bestijgen en de zomer terugkeert in Narnia.

Wie van fantasy houdt – en dat zijn er blijkens de enorme verkoopcijfers van de boeken in de Potterreeks en de hernieuwde belangstelling voor het werk van Tolkien velen – smullen van de Kronieken van Narnia.

 

Een eigentijds sprookje

Thomas verhuist met zijn jongere broers Joost en Maurits en de tweelingzussen Emma en Lisa naar het afgelegen plattelandsdorp Ravenhorst. Hun ouders hebben daar een oude herberg gekocht. Thomas moest niet alleen zijn vrienden in de stad verlaten, maar was ook gedwongen afscheid te nemen van de band waarin hij gitaar speelde. Het saaie leven in Ravenhorst verandert al snel in een groot avontuur wanneer de kinderen, gelokt door raven en een geheimzinnige stem een oude stadspoort in het nabij gelegen bos ontdekken met de inscriptie: ‘Raveleijn, waar Raven Ruiters zullen zijn.’ Zodra ze door de poort lopen, veranderen de kinderen in volwassen ruiters en de raven in hun paarden. Raveleijn blijkt bevolkt door Graffers, agressieve wezens van hout en metaal. Ze worden gemaakt door de mensen in Raveleijn, die leven als bannelingen in een enclave, en gebukt gaan onder het schrikbewind van graaf Olaf Grafhart. Er is een voorspelling die luidt dat er ooit vijf kinderen naar Raveleijn zullen komen om de stad te bevrijden. De broers en zussen begrijpen dat zij die kinderen zijn. Het lot van Raveleijn ligt in hun handen. Ze blijken te beschikken over eigen, speciale krachten, gekoppeld aan de elementen metaal, hout, water, aarde en vuur. Alleen wanneer ze hun krachten beheersen en goed samenwerken, is het mogelijk de boosaardige graaf te verslaan. Uiteindelijk staan ze tegenover Olaf Grafhart, die met zijn meerkoppige draak zorgt voor een heftige finale, een strijd op leven of dood.

Paul van Loon (1955) kennen we vooral van zijn griezelboeken. Verhalen als Vampier in de school (1990) en de reeks De griezelbus (vanaf 1991) waren met name onder jonge lezers razend populair. Het genre dat Van Loon beoefent, noemt hij zelf grumor: griezelen met humor.

Toen hij door de leiding van het attractiepark De Efteling werd gevraagd het verhaal van Raveleijn te schrijven, ontstonden er onmiddellijk beelden in zijn hoofd. Het boek Raveleijn is voorzien van fraaie illustraties, geheel in de stijl van het sprookjespark. Daar is de parkshow Raveleijn te zien en te beleven.

De geschiedenis vertoont veel overeenkomsten met de boeken van Lewis over De Kronieken van Narnia. Raveleijn is misschien niet het beste van Van Loon, maar het is wel een heerlijk boek om te lezen. Het verhaal is spannend en jongeren zullen genieten van de magie, de onverwachte wendingen en de actie. Eindelijk ook weer eens een titel waarmee leerlingen in het vmbo, van huis uit niet de meest enthousiaste lezers, zonder enige twijfel worden gegrepen!

 

  • Beckman, T. (2003) Kruistocht in spijkerbroek. Rotterdam: Lemniscaat b.v. Isbn  978 90 606 9167 0  € 17,95, 307 blz.
  • Lewis, C.S. (2015) De kronieken van Narnia. Originele titel: The Chronicles of Narnia. Vertaald uit het Engels door M. van den Bovenkamp-Gordeau. Utrecht: Kok Boekencentrum. Isbn 978 90 435 2591 6 € 34,99, 1184 blz.
  • Loon, P. van (2011) Raveleijn. Amsterdam: Leopold/Efteling: Isbn 978 90 258 5781 3  € 18,99, 246 blz.
  • Rowling, J.K. (2000) Harry Potter en de steen der wijzen. Oorspronkelijke titel: Harry Potter and the Philosopher’s stone. Vertaald uit het Engels door Wiebe Buddingh’. Amsterdam: Uitgeverij De Harmonie. Isbn 978 90 761 7410 5 € 18,99, 228 blz.