De
27-club
‘Soms
voelt het alsof iedereen wacht op mijn dood. Niemand zegt het, maar ik zie het
in hun ogen. Zelfs mijn vriendinnen zitten braaf naast mijn bed en wachten.
Maar de ochtend erna ben ik er nog steeds. Ik ga niet dood. Nog niet tenminste.
(…)
Aan het einde van dit verhaal ga ik dood. Je kunt er rustig op wachten, net als alle anderen. Misschien skip je een paar bladzijdes omdat je denkt: is ze er nou nog stééds? Is het nog stééds niet afgelopen? Maar aan het einde ga ik écht dood. Dat beloof ik.’ (p. 5)
Lissa
ligt op sterven. De artsen hebben haar opgegeven. De kanker zit overal. De
angst is groot dat er met een volgende hoestbui een nieuwe longbloeding
ontstaat en dat ze stikt. Daarom heeft ze gekozen voor euthanasie.
Zevenentwintig dagen na de eerste bloeding wil ze overlijden. Zo hoort ze een
beetje bij de ‘27 club’, het illuster gezelschap van muzikanten en
andersoortige beroemdheden die overleden op 27-jarige leeftijd. Mensen als
Jimi Hendrix, Janis Joplin, Amy Winehouse en Jim Morrison.
Lissa
slijt haar laatste dagen in haar slaapkamer waar ze vanuit haar bed door het
venster een perfect uitzicht heeft op de straat en de huizen aan de overkant.
Ze hoort alle geluiden en ze houdt van de constante stroom mensen die onder
haar raam passeren. Amsterdam op zijn best.
Lissa
heeft bedacht dat ze nog iets groots wil doen. Iets van betekenis. Ze zag ooit
een filmpje waarbij een ruilhandel met als inzet een muntje na verloop van tijd
resulteerde in het verkrijgen van een villa. Ze is vast van plan op eenzelfde
manier haar oudere broer Mio te helpen aan een peperdure scooter. Die heeft hij
nodig voor de toestemming van de overbuurman die het zijn dochter verbood Mio
te vergezellen naar het aanstaande schoolfeest.
Lissa krijgt hulp van een toevallige voorbijganger, de schuchtere Ellen, die vanwege een wijnvlek in het gelaat worstelt met een minderwaardigheidscomplex. Tussen de meiden ontstaat, beiden getekend door het leven, een warme vriendschap.
Maren
Stoffels (Amsterdam, 1988) in een nawoord over Nog 27 dagen leven:
‘Mijn
beste vriendin Laura overleed een paar jaar geleden. In die zomer kreeg ze
longbloedingen als gevolg van kanker. Halsoverkop brak ik mijn vakantie af om
bij haar te kunnen zijn. Na die eerste longbloeding leefde Laura nog
zevenentwintig dagen.
Ik
heb mijn hoofdpersoon in dit boek precies dezelfde zevenentwintig dagen
gegeven. Maar dat niet alleen: ik schrééf dit boek ook in zevenentwintig dagen.
Ik wilde die tijd herbeleven, deels door de ogen van Laura. Ik voelde de druk
van de deadline. Ik heb ervaren hoe het is als je nog maar zo weinig tijd hebt.
Ik probeerde elke vrije minuut te schrijven, want ik wilde dat mijn
hoofdpersoon nog zoveel mogelijk uit haar leven kon halen.’ (p. 257)
Maren
Stoffels debuteerde als zeventienjarige in 2005 met Dreadlocks & Lippenstift (Leopold) waarmee ze in hetzelfde jaar
zowel de Prijs van de Jonge Jury als de Debuutprijs won. Ze gold toen
al als een veelbelovend talent. In 2009 werd zij in Elsevier opgenomen
in de lijst van ‘Vijftig grootste beloften voor de toekomst’. Sindsdien zijn er
vele boeken van haar verschenen.
Wat mij betreft, is Nog 27 dagen leven het beste wat ze tot nog toe schreef. Een prestatie van formaat, gelet ook op de korte tijdspanne waarin het tot stand kwam. Zonder valse emoties, ingetogen en met heel veel gevoel geeft de schrijfster een diepgravend, goed uitgewerkt psychologisch portret van de hoofdpersonen Lissa en Ellen. Stilistisch mooi en zorgvuldig, inhoudelijk gevoelig en ontroerend. De emoties en onzekerheden van de verhaalfiguren zijn authentiek neergezet. Wat ik met name knap vind, is dat Stoffels erin slaagt het verhaal ondanks de emotionele en dramatische lading nergens onnodig zwaar te maken. Een van de betere jeugdboeken die ik de laatste tijd las en een absolute aanrader voor lezers van dertien jaar en ouder.
Stoffels,
M. (2024) Nog 27 dagen leven. Amsterdam: Uitgeverij Leopold. Isbn 978 90 258
8797 1 € 21,99, 258 blz.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten