zaterdag 27 maart 2021

Sue Townsend - Het geheime dagboek van Adrian Mole 13 3/4 jaar

De Engelse schrijfster Sue Townsend (Leicester, 1946 – 2014) beleefde haar doorbraak toen ze in 1982 wereldberoemd werd met het verschijnen van het eerste dagboek over Adrian Mole: The Secret Diary of Adrian Mole, aged 13¾. Ook in ons land omarmden jongeren en volwassenen de aandoenlijke puber Adriaan Mole en de kans is groot dat u als lezer van mijn Blog Het geheime dagboek van Adriaan Mole 13 ¾ jaar destijds zelf las als tiener. Uitgeverij Condor, onderdeel van WPG Kindermedia, kwam vorig jaar zomer met een geheel nieuwe uitgave van deze bestseller en pakte het serieus aan. Het bleek nodig het nogal gedateerde taalgebruik uit de jaren tachtig te herzien. Sylvia Witteman, zelf een groot liefhebber van Adrian Mole, pakte de klus voortvarend op en zorgde voor een sprankelende nieuwe vertaling van het dagboek.

Laten we eens inzoomen op deze klassieker.

Een onvergetelijke tobber

Het leven van een puber is zwaar. Vraag dat maar aan Adrian Mole! Hij is een piekeraar en gaat gebukt onder de lasten van het leven. Het valt ook niet mee. Pukkels, lichaamsdelen die zich maar niet koest willen houden, scheuren in het huwelijk van zijn ouders (de buurman komt verdacht vaak langs bij zijn slonzige moeder), zijn werkloze vader en een irritante hond die door zijn ouders dronken wordt gevoerd. Er is daadwerkelijk veel om je zorgen over te maken. Bovendien ziet  niemand dat Adrian een intellectueel is en een dichter.

Maar er zijn ook lichtpuntjes. De veertienjarige feministe Pandora bijvoorbeeld op wie Adrian hopeloos verliefd is. En dan zijn daar ook nog een negenentachtig jarige kettingroker en zijn verwende boezemvriend Nigel die zorgen voor de vrolijke noot in Adrians bespiegelingen.

The Secret Diary of Adrian Mole, Aged 13¾ bleek een hit en werd in meer dan dertig talen vertaald. De schrijfster  Sue Townsend zou in totaal acht dagboeken schrijven waarvan de meeste in ons land in een vertaling van Huberte Vriesendorp verschenen bij Uitgeverij De Fontein. Het succes leidde tot een verfilming van de verhalen voor televisie, ook in ons land uitgezonden.

Een nieuwe vertaling

Uitgeverij Condor besloot het eerste dagboek opnieuw uit te geven, maar dan wel in een geheel nieuwe vertaling door schrijfster, journaliste en columniste Sylvia Witteman. Dat was nodig. Witteman, die het boek zelf verslond als tiener, zei hierover in een interview in Het Parool:

Er komt in de oude vertaling nogal wat gedateerd taalgebruik uit de jaren tachtig voor, zoals ‘onwijs gaaf’ en ‘een wipje maken’. Tieners zijn erg kritisch, die vinden zo’n boek al gauw oubollig. Het was een leuke uitdaging om dat soort uitdrukkingen op te frissen zonder al te modieuze woorden te gebruiken: ik wilde natuurlijk vermijden dat het boek over tien jaar opnieuw gedateerd zou aandoen. Ook was de oude vertaling hier en daar een beetje gammel. Er staat bijvoorbeeld dat Adrian bij de snackbar een ‘bakje chips’ koopt. Het Engelse woord ‘chips’ betekent ‘friet’ of ‘patat’. Kleinigheden, maar toch wel hinderlijk.

Leg je de nieuwe vertaling naast die van Vriesendorp dan valt pas echt op hoe grondig Witteman te werk ging. Een woord als bijdehand verving ze door slim, het uitscheppen van een waterputje is veranderd in het ontstoppen van de goot, de borsten van Pandora wiebelen niet langer bij het spelen van netbal, maar schudden tijdens het korfbal. En zo zijn er nog veel meer aanpassingen die het verhaal meer in deze tijd plaatsen.

Het resultaat mag er zijn. Het dagboek leest bijzonder aangenaam mede dankzij de vlotte stijl, de humor en de vaak absurde gebeurtenissen. En los daarvan is Adrian met al zijn onzekerheden en klunzig gedrag gewoon een puber met wie de opgroeiende lezer zichzelf makkelijk kan identificeren.

Een onderhoudend boek (13+) dat een boeiend inkijkje geeft in het leven van een vertederende jongen die als een soort van antiheld worstelt met zijn puberteit en identiteit.

Deze zomer verschijnt bij Condor het tweede deel uit de dagboekserie (De groeipijnen van Adrian Mole) ook weer in een vertaling van Witteman.

Het is duidelijk. Het boek kan weer even mee, zal deze en volgende generaties lezers zonder enige twijfel aanspreken. Wat mij betreft een absolute mustread voor op de leeslijsten.


Townsend, S. (2020) Het geheime dagboek van Adrian Mole 13 ¾ jaar. Nederlandse vertaling door Sylvia Witteman. Amsterdam: Uitgeverij Condor. Isbn  978 94 931 8909 6 € 19,99, 288 blz.

Meg Rosoff - Hoe ik nu leef

De in Amerika geboren schrijfster Meg Rosoff (Boston,1956) debuteerde in 2004 met de roman How I live now, in ons land een jaar later uitgebracht onder de titel Hoe ik nu leef. Het boek maakte een verpletterende indruk en werd al rap bekroond met belangrijke internationale onderscheidingen waaronder de prestigieuze Guardian Children’s Fiction Prize en de Michael L. Printz Award voor jeugdliteratuur. Sindsdien wordt Rosoff,  die al vanaf 1989 woont en werkt in Londen, gerekend tot de absolute top van de young adult-literatuur. Met titels als What I was (2007, Nederlandse vertaling: 2009 - Wat ik was) en There is no dog (2011, Nederlandse vertaling In het begin was er… Bob) bevestigde ze die reputatie ook in ons taalgebied. Uitgeverij Luitingh-Sijthoff kwam vorig jaar zomer met een heruitgave van Rosoffs eersteling, gestoken in een verfrissend nieuw jasje.

 Hoe ik nu leef – het verhaal

Volgens mijn beste vriendin Leah had D. de D. mij het liefst langzaam willen vergiftigen tot ik zwart zag en opzwol als een varken en onder helse pijnen zou sterven maar ik denk dat haar plan mislukte omdat ik het vertikte om iets te eten en ten slotte heeft ze ervoor gezorgd dat ik weggestuurd werd om duizenden kilometers verderop bij een paar neven en een nicht te gaan logeren die ik nog nooit had gezien terwijl zij en paps en het duivelsgebroed vrolijk hun gang konden gaan (p. 19)

Elisabeth, roepnaam Daisy, is vijftien jaar oud wanneer ze, gedwongen door haar stiefmoeder Davina (ze noemt haar de duivelin), overkomt uit New York om in Engeland de zomer door te brengen bij haar tante Penn op het platteland. Daar verandert alles. Ze wordt hevig verliefd op Edmond, haar neef die ze voor het eerst ontmoet op het vliegveld van Londen.

Laat ik voor ik het vergeet vertellen hoe hij eruitziet want dat is niet precies wat je van een doorsneeveertienjarige zou verwachten met zijn SIGARET en haar dat eruitziet alsof hij er in het pikkedonker in heeft zitten hakken, maar afgezien daarvan lijkt hij sprekend op zo’n straathond, je weet wel die je bij het hondenasiel tegenkomt en die iets hoopvols en liefs heeft en zijn neus meteen in je hand duwt nadat hij met een soort waardigheid naar je toe is gekomen en waarvan je gelijk weet dat je hem mee naar huis zult nemen. (p. 10-11)

Kort nadat haar tante op zakenreis gaat naar Oslo, breekt er een oorlog uit. Daisy, haar drie neven Edmond, Isaac, Osbert en haar nichtje Piper zijn vanaf dat moment geheel op zichzelf aangewezen in een – wat Daisy noemt – ‘perfect niemandsland (…) waarin twee mensen die te jong waren en te veel familie van elkaar aan het zoenen konden slaan zonder dat iets of iemand er wat van zei.’

Maar wat een droomzomer lijkt te worden, een wereld zonder volwassenen en zonder regels, verandert wanneer het huis van tante Penn door het leger wordt geconfisqueerd en de kinderen van elkaar worden gescheiden – de jongens apart van de meisjes - , ondergebracht bij gastgezinnen elders in het land.

Daisy heeft slechts één doel voor ogen en dat is haar voornemen om hoe dan ook Edmond en zijn broers op te sporen.

In een kort tweede deel verspringt de tijd enkele jaren. Daisy is wederom in New York en is na een kortstondige ziekenhuisopname terug in haar ouderlijk huis. Aangemoedigd door haar vader reist ze af naar Engeland voor een hereniging met Edmond. De oorlog heeft zijn sporen nagelaten en ook Edmond is voor altijd beschadigd. Maar Daisy weet waar ze thuishoort.

Hier bij Edmond.

En dat is hoe ik nu leef. (p. 197)

Verplichte leeskost

De gebeurtenissen worden geheel verteld vanuit het perspectief van de ik-persoon: Daisy. Dat Rosoff schrijft in een opvallende stijl blijkt al direct uit de citaten. De hoofdpersoon kletst er flink op los. Ellenlange zinnen zonder interpunctie, woorden die door de schrijfster geregeld worden geschreven met hoofdletters… . Het is even wennen. Maar wie doorzet, ondervindt al snel dat je als lezer wordt geraakt door deze authentieke manier van schrijven. De directe vertelwijze trekt je in een verhaal dat werkelijk geen moment verveelt. Deze meeslepende en tragische liefdesgeschiedenis komt echt binnen, laat niemand onberoerd. Geschikt voor de betere lezers in leerjaar drie en hoger.


Rosoff, M. (2020) Hoe ik nu leef. Oorspronkelijke titel: How I live now. Nederlandse vertaling in 2005 door Jenny de Jonge. Amsterdam: Uitgeverij Luitingh-Sijthoff bv. Isbn  978 90 245 9077 3  € 15,00, 200 blz.

vrijdag 26 februari 2021

Marlies Slegers - Briefjes voor Pelle

 

‘Hoi Pelle.’

Dit zijn de eerste woorden die mijn dode vader aan mij schrijft. Het is het briefje waar een 1 op staat.

Mensen gaan nu eenmaal dood en mijn vader is daar geen uitzondering op. Een jaar geleden stierf hij. (…)

Doodgaan hoort er nu eenmaal bij, zegt mam altijd. Niets om bang voor te zijn. Dat ben ik ook niet, maar ik vind doodgaan vooral erg stom, want het verpest je leven. (p. 7-8 )

Rupsen in een cocon

De vader van Pelle, twaalf jaar oud, is een jaar geleden overleden aan de gevolgen van kanker. Pelle heeft het over een leven Na De Dood en een leven Voor De Dood. Het is wel duidelijk dat het overlijden van Pelles vader flinke littekens nalaat in zijn gezin. Voor Pelle en zijn moeder voelt het alsof ze als rupsen in een cocon zitten. Met dit verschil dat rupsen na elf dagen veranderen in vlinders. Pelle en zijn moeder, zo lijkt het, zullen nooit meer ontpoppen.

Pelle piekert veel. Hij is hoogbegaafd en net als zijn vader muzikaal ontwikkeld. Helaas deed zijn moeder de piano weg, omdat het instrument haar teveel herinnerde aan haar echtgenoot. Pelle somt graag feiten op in zijn hoofd, vooral wanneer het verdriet te groot wordt of wanneer hij zich in het nauw gedrukt voelt. Het liefst kijkt hij de hele dag naar Eva, een klasgenote op wie hij heimelijk verliefd is.

Op een dag ga ik het haar vertellen. Als ik dat durf. Misschien voor de zomervakantie. (p.18)

Een schoenendoos met briefjes

Een jaar nadat zijn vader is gecremeerd en Pelle al die tijd al worstelt met het gevoel voor zijn moeder onzichtbaar te zijn, krijgt hij van haar een schoenendoos. In de doos bevinden zich genummerde briefjes van zijn vader, maar er zijn ook ingepakte voorwerpen. Op het eerste briefje staat dus de groet van zijn vader. Pelle mag er elke week een openmaken. Op het tweede briefje staat niet veel meer tekst dan simpelweg de vraag: ‘Hoe gaat het nu met je, lieve Pelle?’

De briefjes brengen een ommekeer teweeg. De opdracht de boomhut in de tuin af te maken brengt de plaatselijke ijzerwarenverkoper Jack in het leven van Pelle en zijn moeder. Jack helpt Pelle niet alleen met het voltooien van de boomhut, maar hij pakt voortvarend ook allerlei klussen op in het huis. En zo krijgen de dagen hun kleur terug  en kruipen moeder en zoon langzaam uit hun cocon.

Toegegeven, het gaat allemaal niet vanzelf en er zijn tegenslagen. Zoals de laffe actie van Karl, bijgenaamd Stomp,  die niet alleen Eva inpikt, maar er ook vandoor gaat met een van de briefjes uit de schoenendoos. En het gedram van Pelles mentor, meneer Henderson, die wil dat Pelle tegen zijn zin optreedt in de toneeluitvoering van een hervertelling van de Odyssee. En dan is daar na zoveel jaar ook nog de ontdekking van een opa waarvan Pelle nooit had geweten dat hij er een had.

Het besef groeit bij Pelle dat hij door moet gaan met zijn leven. Net als zijn moeder die genegenheid heeft opgevat voor Jack.

Mam heeft haar handen langzaam opengevouwen zodat het verdriet een beetje weg kan vliegen. Maar ik heb mijn handen er nog steeds omheen geklemd, alsof het een vogeltje is dat ik niet los kan laten. (p. 196)

Het slot van het verhaal heeft nog een onvoorziene gebeurtenis in petto waarmee de schrijfster op een waardige manier zorgt voor een schitterend sluitstuk van deze aandoenlijke geschiedenis.

Briefjes voor Pelle is geheel geschreven vanuit het perspectief van Pelle. Slegers slaagt er opmerkelijk goed in de hoofdpersoon uit te diepen. Daarbij staan diens gedachten en gevoelens centraal. Pelle (40 biljoen cellen, 4474 dagen oud) mag dan met zijn fascinatie voor feiten een eigenaardig kind zijn, of je wilt of niet, je gaat van deze jongen houden. Slegers kan verdraaid goed schrijven en het verhaal leest als een trein. En ook al heeft de geschiedenis een enigszins wensvervullend verloop en is het slot mierzoet, dan nog doet dit alles niets af aan het feit dat deze jeugdroman van grote klasse is. Het is een van de beste boeken die ik het afgelopen jaar las en verdient absoluut een plaats op de leeslijst in de onderbouw.


Slegers, M. (2020) Briefjes voor Pelle. Amsterdam: Uitgeverij Luitingh-Sijthoff bv. Isbn  978 90 245 8994 4  € 15,99, 231 blz.

Caja Cazemier - Blauwe dagen

Als niemand begrijpt hoe jij je voelt... 

Dat het leven je niet altijd toelacht, is in deze tijd waarin we worden gegijzeld door een pandemie een understatement. Er zijn terecht grote zorgen over het welzijn van vooral jongeren die worstelen met gevoelens van eenzaamheid. Scholen en verenigingen waar jonge mensen hun sociale leven hebben, zijn dicht.

Caja Cazemier schreef al vele jeugdverhalen over realistische onderwerpen, zaken waarmee jongeren tussen de elf en zestien jaar te maken kunnen krijgen. In haar nieuwste boek Blauwe dagen neemt ze de lezer mee in de benauwende wereld van Janna, een meisje met een depressieve stoornis.

Een donkere blauw-grauwe mist

Janna zit al een tijdje niet zo lekker in haar vel. Als haar vriendje Niels het uitmaakt, komt dat hard aan.

 ‘Zie je wel,’ denkt ze, ‘ik ben niet de moeite waard...’ Steeds dieper zakt ze weg in de leegte. Lachen lukt niet meer.

Janna, een tekentalent, drukt zich op papier enkel nog uit in sombere kleuren: donkerblauw, bruin, grijs en zwart. En zo verdwijnt haar hoofd in de donkere blauw-grauwe mist die ervoor zorgt dat zij de wereld niet kan zien. Ze kan helemaal nergens meer van genieten.

Haar vader is vol begrip, die verdraagt ze beter naast zich dan haar moeder, die vindt dat ze zich niet zo moet aanstellen en overdrijft. Hij dringt erop aan dat Janna in gesprek gaat met de huisarts. Die stelt vast dat Janna dicht tegen een depressie aan zit. Ze heeft psychologische hulp nodig en hij verwijst haar door naar een praktijkondersteuner van de GGZ.

Ondertussen lukt het Janna steeds moeilijker zich op te laden voor school. Haar cijfers zijn nog wel voldoende, maar ze kan duidelijk beter en daarover voelt ze zich schuldig naar haar ouders. Bo en Suze, vriendinnen van school, willen Janna graag steunen, maar dat is lastig omdat Janna ze op een afstand houdt. Daarnaast heeft Bo zelf problemen thuis met ruziënde ouders.

Janna krijgt opnieuw professionele ondersteuning, nu vanuit De Accolade, een Centrum voor kinderen en jongeren met psychische of psychiatrische klachten. De therapie en de gesprekken met lotgenoten werken in zekere zin bevrijdend, omdat Janna zich realiseert dat ze niet de enige is.  Maar het valt niet mee. Zo nu en dan zakt ze weer weg in de blauwe mist en het is in zo’n periode van terugval dat ze zichzelf in haar onderarm begint te snijden. Haar vriendin Bo heeft de zelfverminking ontdekt en zij dringt erop aan dat Janna haar ouders informeert. Met de komst van een hond gaat er een grote wens van Janna in vervulling en dat draagt ertoe bij dat Janna langzaam uit het dal kruipt en dat het haar zelfs lukt weer te genieten.

 Ik leer mezelf beter kennen. Ik leer steeds meer te accepteren dat het oké is zoals ik ben. (p. 213)

 Maar dan, op zekere dag, komen Janna’s ouders met een onthulling die haar leven volledig op zijn kop zet!

Een begaafd verteller

Blauwe dagen is opgesplitst in vijf delen. Na een proloog volgt Cazemier in chronologische volgorde anderhalf jaar lang de hoofdpersoon en beschrijft zij vrij gedetailleerd het gevoelsleven van de veertien-, vijftienjarige Janna. Haar moeder draagt een geheim bij zich en langere tijd blijft onuitgesproken wat er precies speelt. Het achterhouden van informatie maakt het verhaal niet alleen spannend, maar is ook een verklaring voor de nogal gestreste verhouding tussen Janna en haar moeder, alsmede tussen haar ouders. In het slot komen de gebeurtenissen in een stroomversnelling als Janna’s moeder besluit open kaart te spelen. Door haar verhaal krijgt Janna nieuwe inzichten. Het verklaart deels haar sombere stemmingen en dat helpt weer bij het acceptatieproces waardoor Janna verder kan gaan met haar leven.

Cazemier is een begaafd verteller en met haar vlotte stijl, scherpe observaties en levensechte dialogen is zij er opnieuw in geslaagd een boeiend verhaal te schrijven dat niet alleen vermaakt, maar met name ook inzicht geeft in de oorzaken en de gevolgen van een depressie. Het boek is nergens onnodig problematiserend en juist dat gegeven vind ik kenmerkend voor het werk van Cazemier die  - ook al zijn haar onderwerpen nog zo zwaar – altijd weer deuren opent naar betere tijden.

Een indringend verhaal voor jongeren van veertien jaar en ouder.


Cazemier, C. (2020) Blauwe dagen. Amsterdam: Uitgeverij Ploegsma. Isbn  978 90 216 8058 73  € 15,95, 116 blz.

woensdag 23 december 2020

David Cirici - Een hondenleven

Ik schrijf deze bespreking in de decembermaand. De feestdagen staan voor de deur. Het is een onwerkelijke tijd waarin het leven volledig wordt beheerst door Corona. Kerst, een familiefeest bij uitstek, wordt in deze uiterst onzekere en verwarrende periode intenser dan ooit beleefd binnen de veiligheid van het eigen gezin. Daarbij past een fijn boek, een verhaal waarbij je voor even je gedachten kunt verzetten.

Er zijn van die verhalen die onder je huid kruipen en er vervolgens niet meer weg willen. Verhalen die je een goed gevoel geven. Tijdloos, maar ook zonder leeftijdsaanduiding. Verhalen die jong en oud bekoren.

Een hondenleven hoort in dat rijtje thuis. Geschreven door de Catalaanse schrijver David Cirici (1954). Deze wonderschone geschiedenis uit 2011 is wat mij betreft nu al een klassieker en een absolute must voor de liefhebbers van tranentrekkers als Alleen op de wereld, Oorlogspaard en A Christmas Carol.

Een korte samenvatting

De hond Mos leeft heel gelukkig bij zijn baasjes, een gezin met twee kinderen: Janinka en Mirek. Dan breekt de oorlog uit en een allesvernietigend bombardement veegt het huis waar hij woont volledig van de kaart. Als Mos zich uit de brokstukken en het puin weet te bevrijden blijkt dat zijn baasjes spoorloos zijn verdwenen. Hij gaat naar hen op zoek, maar zonder succes en hij zoekt uiteindelijk zijn toevlucht tot een oude treinwagon waar ook andere honden onderdak hebben gevonden. De dieren zijn heel verschillend, maar het wordt al snel duidelijk dat de enige manier om te overleven is dat ze samenwerken. Gezamenlijk trekken ze er daarom op uit op zoek naar voedsel. Het is oorlog en ook de mensen lijden honger, dus het valt nog niet mee eten te vinden. Ze belanden in levensgevaarlijke situaties die het leven kosten van enkele honden.

Mos weet overeind te blijven en nooit verliest hij de hoop zijn baasjes terug te vinden. Door een toevallige samenloop van omstandigheden keert hij met zijn nieuwe baas Pavel terug in de stad waar hij ooit heeft gewoond. De oorlog is voorbij en een ieder pakt zo goed als dat gaat het leven weer op. Dan op een dag snuift hij een bekende geur op…

Het bijzondere van het boek is dat het hele verhaal is geschreven vanuit het perspectief van de hond Mos. Er is weinig fantasie voor nodig om te beseffen dat – mede gelet op de namen van de verhaalfiguren - de gebeurtenissen plaatsvinden in een Slavisch land. Wanneer Mos wordt gebruikt als waakhond in een kamp met houten barakken waar mensen een pyjama dragen, weet de lezer dat het gaat om een concentratiekamp van de nazi’s en beseffen we ook dat het verhaal zich afspeelt tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Cirici schreef boeken voor jongeren en volwassenen waarvan er meerdere werden bekroond. Een hondenleven werd al in elf talen vertaald. Deze hartverscheurende, tragische geschiedenis zal niemand onberoerd laten en boeit van de eerste tot en met de laatste pagina. Het is overigens niet alleen kommer en kwel: het verhaal heeft een wensvervullend einde.

Mooi!


Cirici, D. (2017) Een hondenleven. Oorspronkelijke titel: Molsa. Vertaling: Gerard de Viet. Uitgeverij Ploegsma. Isbn 978 90 216 7795 8 € 17,99, 112 blz.


Ruta Sepetys - Stilte heeft een eigen stem

Pact van stilte

Madrid, 1957. Spanje zucht onder een fascistische dictatuur. De achttienjarige Amerikaanse Daniel Matheson, kind van rijke ouders, is in Madrid om zijn moeders geboorteland te ontdekken. Hij heeft geen weet van alle misstanden, de angst en de terreur. Tot hij door fotografie – en het lot – Ana ontmoet, wier familie zwaar is getroffen door de Spaanse burgeroorlog. Ana werkt als kamermeisje in het hotel dat aan zijn familie is toegewezen. Via Ana ontdekt Daniel dat achter de belofte van zon en wijn een compleet ander Spanje schuilgaat. Een Spanje dat al jarenlang wordt gegeseld door angst en armoede en met harde hand wordt geregeerd door generaal Franco. Terwijl Daniel en Ana zich in een onmogelijke liefde storten, legt Daniel met zijn fototoestel een van de pijnlijkste drama’s uit de geschiedenis van Spanje bloot. Ieder raken ze op hun eigen manier betrokken bij een geheim dat nooit aan het licht had mogen komen.

In het tweede deel van het boek maakt Sepetys een tijdsprong van bijna twintig jaar. Franco is overleden. Spanje is net als haar inwoners veranderd, gereed voor een overgang naar democratie. Klaar voor een verbreking van het zogeheten pact van stilte… .

Cross-over

Ruta Sepetys (1967), geboren in het Amerikaanse Michigan, is de dochter van een Litouwse vluchteling. Ze noemt zichzelf een ‘cross-over’-auteur, omdat haar boeken overal ter wereld worden gelezen door zowel tieners als volwassenen. Sepetys heeft zich gespecialiseerd in het schrijven van historische romans over gebeurtenissen die bij het grote publiek minder bekend zijn. Zelf heeft ze het over haar fascinatie voor de verborgen geschiedenis. Zo verhaalt ze in haar debuut Schaduwliefde over de deportatie van grote groepen inwoners van de Baltische staten gedurende de dictatuur van Stalin. En in Zout van de zee gaat het over een verschrikkelijke scheepsramp ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. Tijdens operatie Hannibal werd het reusachtige schip de Wilhelm Gustloff door Russische torpedo’s tot zinken gebracht. Liefst negenduizend onschuldige burgers vonden de verdrinkingsdood.

Een belangrijk thema in Stilte heeft een eigen stem zijn de adopties en diefstallen van grote aantallen jonge kinderen in Spanje tijdens het bewind van Franco. De gestolen kinderen maakten deel uit van een grootschalige handelsoperatie waaraan werd meegewerkt door artsen en de kerk.

Het is bekend dat Sepetys zich van tevoren terdege voorbereidt. In een nawoord in Stilte heeft een eigen stem legt ze uit dat haar research voor deze roman liefst acht jaar in beslag nam. Het overzicht aan bronnen in het slot is indrukwekkend. Dat alles geeft nog geen uitzicht op een consistent en ook werkelijk boeiend verhaal. Rita Sepetys echter toont zich een meester in het schrijven van fictie gebaseerd op historische feiten. Ook in haar nieuwste roman slaagt ze er op magistrale wijze in het door haar verzamelde bewijsmateriaal te overgieten met een onweerstaanbare saus van spanning, fantasie en drama.

Een stem

Stilte heeft een eigen stem is veel meer dan alleen een liefdesverhaal. Het is vooral ook een ode aan de vrijheid. De auteur geeft met deze schitterende roman lezers die vanwege hun afkomst, geloof of opvattingen niet kunnen spreken een stem. Er is altijd hoop, waar ook ter wereld. Een stip aan de horizon. Zoals ook de inwoners van Spanje na jaren van zwijgen uiteindelijk toch weer hun stemgeluid hervonden.

Boeiend verteld en geschreven in een krachtige stijl is dit een pageturner die je vastpakt vanaf het begin en daarna niet meer loslaat. Het verhaal veronderstelt wel een zekere literaire basis en is daarom minder geschikt voor de leerling met weinig leeservaring. Maar voor wie kan genieten van taal is dit een boek van grote schoonheid en rijkdom. Een geschiedenis die uitblinkt door de constructie, stijl en prachtige personages. Een formidabele roman, die de lezer raakt, recht in het hart. Wat mij betreft verplichte leeskost voor lezers in de bovenbouw van vijftien jaar en ouder.


Sepetys, R. (2020) Stilte heeft een eigen stem. Oorspronkelijke titel: The Fountains of Silence. Uit het Engels vertaald door Aleid van Eekelen-Benders. Amsterdam: Uitgeverij Luitingh-Sijthoff bv. Isbn  978 90 245 8875 6  € 24,99, 560 blz.

Annet Huizing - Het Pungelhuis

De Kinderboekenweek in oktober met als thema ‘En toen?’ stond in het teken van geschiedenis. Boeken brengen de historie tot leven, maken wat voorbij is tastbaar. Daarbij komt: menig schrijver voelt zich aangetrokken tot het verleden. Dat blijkt, want in mijn blog komen geregeld historische romans voorbij, vaak verdraaid goed geschreven. Uitgeverij Lemniscaat loopt al decennia lang voorop. Met schrijvers als Thea Beckman, Simone van der Vlugt en Joyce Pool, specialisten in het historische jeugdverhaal, bouwde de Rotterdamse uitgever een goede naam op en verwierf zij een stevige reputatie die zich allang niet meer beperkt tot alleen het geschiedenisverhaal.

Hierna aandacht voor een prachtig verhaal over het smokkelen van boter in de vorige eeuw, wederom een Lemniscaatuitgave.

Pungelen

Pungelen betekent smokkelen en dat is ook het onderwerp van het nieuwste boek van schrijfster Annet Huizing. Het verhaal is een hedendaagse geschiedenis met als historische achtergrond de botersmokkel aan het begin van de tweede helft van de vorige eeuw.

Het draait allemaal om Ole, de dertienjarige hoofdpersoon. De ouders van Ole zijn al behoorlijk op leeftijd en het lijkt daarom logisch dat hij nooit een oma of opa heeft gekend. Maar al in het eerste hoofdstuk blijkt de vader van Ole niet eerlijk te zijn geweest. Hij heeft voor zijn zoon al die tijd verzwegen dat diens grootvader nog wel degelijk in leven was. Was, want nu is hij overleden en hij laat een huis achter in Brabant, dichtbij de grens met België. Als niet veel later blijkt dat opa ook nog een flinke schuld achterliet, zit er voor het gezin dat zich plotsklaps geplaatst ziet voor grote financiële problemen niets anders op dan te verhuizen naar het Brabantse Orpel. Ole en zijn vader zeggen Utrecht vaarwel. Met z’n tweeën, want de wat zweverige moeder vertrekt naar Tibet voor een ontdekkingsreis van honderd dagen op zoek naar zichzelf. ‘M’n moeder is ook niet helemaal zoals een ander.’ (p. 28)

Het vette goud

Eenmaal aangekomen in het sterk verwaarloosde huis in Orpel komt Ole, mede dankzij de ontmoetingen met enkele dorpsgenoten meer aan de weet over zijn familiegeschiedenis. Geholpen door een klasgenoot, de Poolse Anastazja, gaat Ole op onderzoek uit en zo komt de opa die hij nooit heeft gekend langzaam weer tot leven. Rooie Piet bleek een fanatiek pungelaar. Niet voor niets stond het huis dat hij bewoonde in de volksmond bekend als ‘Het Pungelhuis’. In de jaren vijftig en zestig van de twintigste eeuw smokkelde hij roomboter de grens met België over om zo te ontkomen aan de torenhoge invoerrechten die de Belgische overheid hief om de Belgische boeren beter te beschermen tegen de groeiende Hollandse boterberg. Er werd grof geld verdiend aan deze lucratieve, illegale handel en de strijd tussen de botersmokkelaars en de commiezen was er een van leven op dood.Langzaam maar zeker beseft Ole waarom zijn vader nooit over zijn opa wilde praten. En hij leert tegelijkertijd ook de soms wat moeizame relatie met zijn eigen vader beter te begrijpen.

Veel hooi op haar vork

Dat Annet Huizing (1960) prachtig kan schrijven bewees ze eerder met Hoe ik per ongeluk een boek schreef (Lemniscaat, 2014) en een informatief boek over de werking van de rechtspraak in ons land, getiteld De zweetvoetenman (Lemniscaat, 2017). Beide titels werden bekroond met een Zilveren Griffel. Ook Het Pungelhuis is weer een parel. Als je kijkt naar de compositie dan valt op dat de schrijfster wel erg veel heeft willen vertellen. Daar is niet alleen de verhaallijn over de moeilijke jeugd van Oles vader en diens broer, de gehandicapte Arie. Maar daar zijn ook nog de verhalen over de moeizame relatie tussen Ole en zijn vader, de smokkelgeschiedenis en de helingsreis van Oles moeder naar Tibet. En dan komen er nog enkele kleurrijke personages in het verhaal voorbij waaronder de Ierse Gary, Anastazja en de Vlaamse pottenbakster Pola. Het is allemaal wat veel in deze geschiedenis van nog geen 180 pagina’s. Het is daarom niet vreemd dat de hoofdpersoon oppervlakkig blijft. Huizen had meer aandacht kunnen geven aan de ontwikkeling die Ole doormaakt. Het is de enige kritiek op een verder voortreffelijk verhaal dat bijzonder aangenaam leest, mede dankzij de vlotte stijl, het verzorgde taalgebruik en de dikwijls levendige dialogen. Een aanrader voor lezers in de onderbouw.


Huizing, A. (2020) Het Pungelhuis. Rotterdam: Uitgeverij Lemniscaat bv. Isbn  978 90 477 1251 0  € 19,95, 192 blz.